Call us Call Us (111) 234 - 5678

NL

Het klimaat verandert, wat te doen?

Het klimaat verandert, wat te doen?
‘de coméback van de stoeprand’?

Het klimaat verandert: hogere temperaturen, een sneller stijgende zeespiegel, nattere winters, heftiger buien en kans op drogere zomers. Daar moeten we volgens het KNMI in de toekomst in Nederland rekening mee houden. De verwachting is dat het klimaat in Nederland in 2050 ongeveer overeen zal komen met het huidige klimaat in Zuid-Frankrijk of Noord-Italië. Ook nu al is de klimaatverandering merkbaar. 2014 was in Nederland het warmste jaar sinds het begin van de metingen. Op 28 juli 2014 van dat jaar werden Maarssenbroek, Kockengen en Utrecht getroffen door de zwaarste neerslag die ooit in een etmaal in de regio Utrecht gemeten is. In 2016 zijn ook stevige buien gevallen in het Oude Rijn gebied en zijn records gevestigd met de warmste dagen in september.

Deltaprogramma Ruimtelijke adaptatie
Het watersysteem kan alleen tegen zeer hoge kosten en met een groot beslag op de schaarse ruimte klimaatbestendig worden gemaakt. Dat is verre van kostenefficiënt; er zijn bijvoorbeeld grote gemalen nodig die slechts af en toe aan staan. Daarom moet steden meer ‘waterrobuust’ en hittebestendig worden. In landelijk gebied moeten meer retentiegebieden voor regenwater komen en het is ook een optie om grond ‘uit te ruilen’ tussen land- en tuinbouwgebied en minder kwetsbare natuur. Dat is zo’n beetje de strekking van het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie. Dat is erop gericht om de ruimtelijke inrichting van de bebouwde omgeving aan te passen aan de gevolgen van het veranderende klimaat: overstromingen, wateroverlast, extreme droogte en hitte. Deze opgaven moeten lokaal worden opgepakt:

1) De bebouwde omgeving is ook in 2050 nog aantrekkelijk om te leven, omdat de bebouwde omgeving bestand is tegen wateroverlast door heviger neerslag, tegen langduriger droogte en tegen hogere temperaturen.

2) Uiterlijk in 2020 worden alle ruimtelijke ingrepen integraal getoetst op hun klimaatbestendigheid.

3) De periode tot 2020 wordt benut om voldoende kennis en een aanpak te ontwikkelen om de eerste twee doelstellingen concreet te kunnen invullen.

Klimaatadaptatie is niet altijd een kwestie van meer geld, maar vooral van geld op een andere manier besteden. Onder meer door plannen voor klimaatadaptatie te combineren met andere ruimtelijke- en onderhoudsplannen.

Klimaatcheck
Het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie 2018 dat op Prinsjesdag aan de Eerste en Tweede Kamer werd gepresenteerd, is nadrukkelijk een opgave in zowel het stedelijk als het landelijk gebied. Hoeveel werk er precies aan de winkel is, moet blijken uit de klimaatcheck die alle gemeenten nu uiterlijk in 2019 moeten hebben uitgevoerd. De uitvoeringsagenda die aan de hand van die stresstest wordt opgesteld, is tegelijkertijd een vingerwijzing voor hoe we in omgevingsvisies de ruimtelijke inrichting naar de toekomst toe zullen moeten vormgeven, willen we de gebouwde omgeving minder kwetsbaar maken voor de gevolgen van de klimaatverandering.

Lokaal en regionaal maatwerk
Klimaatadaptatie is vooral een kwestie van samenwerken. De toenemende wateroverlast, hittestress en droogte zullen vooral lokaal en regionaal worden ervaren. Voor ruimtelijke adaptatie ligt het accent daarom sterk op inspanningen en inzet van alle gemeenten, waterschappen en provincies. Het gaat vooral om maatwerk. Dat vraagt om formulering van beleid en maatregelen op lokaal en regionaal niveau, met een koppeling met andere ruimtelijke opgaven zoals woningbouw en energietransitie. ‘Mooie voorbeelden’ van dergelijke lokale en regionale samenwerkingsverbanden zijn ‘Uitnodiging Zuid-Nederland’, ‘Kop van de Betuwe’, ‘Rijk van Nijmegen’, ‘Noordelijke Vechtstromen’, de ‘Living Labs’ in Dordrecht en Overijssel, en het programma ‘Klimaatadaptatie Zeeland’.

In het gebied van De Stichtse Rijnlanden gaat het om 8 Utrechtse overheden (de gemeenten Utrecht, Nieuwegein, Woerden, Stichtse Vecht, Houten en Bunnik,  (de provincie Utrecht en het waterschap) en de Veiligheidsregio Utrecht, die de intentie hebben uitgesproken om samen te werken aan oplossingen voor de gevolgen van de klimaatverandering. De partijen werken samen zodat de bebouwde omgeving ook in 2050 nog aantrekkelijk is om te leven. Om deze doelen te realiseren, hebben de partijen zich verenigd in een Coalitie Ruimtelijke Adaptatie Regio Utrecht. De gemeenten, provincies en waterschappen spraken met de Deltacommissaris af dat zij er zorg voor dragen dat de bedoelde samenwerking uiterlijk 1 januari 2018 landsdekkend is gerealiseerd.

Mee koppelen met andere plannen
In oude binnensteden, zoals Utrecht en Amsterdam zie je veel verstening. Daar zullen bewoners meer last krijgen van hittestress. Tenzij je als stad bijvoorbeeld, als je toch al gaat herstructureren, meer met water en groen gaat werken. Iedere gemeente is weer anders. Daarom is het ook goed dat er per gebied gekeken wordt hoe het ervoor staat en welke aanpak er qua klimaatadaptatie nodig is en dat ook mee koppelt met andere stedenbouwkundige plannen. Dan vergt klimaatadaptatie vaak ook niet veel extra investeringen. Het is belangrijk dat klimaatadaptatie ‘tussen de oren komt’ van gebiedsontwikkelaars, planologen en stedebouwkundigen. Immers, klimaatadaptatie moet je in een vroeg stadium meenemen met andere plannen voor herstructurering of onderhoud, anders ben je te laat. Dat vergt een nieuwe manier van werken. Zo’n kanteling is altijd lastig. Dat gaat niet van vandaag op morgen.

Comeback van de stoeprand en watervriendelijke tuinen
Volgens Deltacommissaris Wim Kuijken is er voor de komende vijf jaar extra geld nodig als financiële ondersteuning voor provincies, waterschappen en gemeenten voor het versneld nemen van klimaatmaatregelen tegen wateroverlast, droogte, hittestress en overstroming. In steden moet je denken aan maatregelen als het ‘dimensioneren’ van rioleringsstelsels, zodat die wel bestand zijn tegen zware regenbuien, het bufferen van regenwater met groen op daken, gedraineerde tuinen, het verdiept aanleggen van waterpleinen, zoals Rotterdam al doet, en waterdoorlatende parkeerplaatsen. En wellicht ook de ‘comeback van de stoeprand’. Want daarmee voorkom je dat zoals nu in straten zonder stoepranden bij een flinke regenbui het water zo de huizen en winkels in loopt. Iedereen kan meehelpen om vaker voorkomende plotselinge wateroverlast op te vangen. Zo zijn er allerlei tips en trucs om de tuin watervriendelijk(er) te maken. Het waterschap werkt samen met gemeenten en verschillende tuincentra om deze tips onder de aandacht te brengen. Wij zien juist kansen: Als we aan de slag gaan met onze leefomgeving, laten we deze dan meteen verbeteren, het stedelijk gebied minder kwetsbaar maken voor de toekomst zodat de economie en de mensen er beter van worden. Zie voor meer informatie het Kennisportaal Ruimtelijke Adaptatie en www.climateapp.nl.

Guus Beugelink