Call us Call Us (111) 234 - 5678

NL

Naar een visvriendelijke Veluwe

Migreren over de Veluwe – geen vogel die ermee zit en zoogdieren hebben steeds meer mogelijkheden dankzij een weelde aan ecoducten en tunnels, waar ook reptielen en amfibieën plezier van hebben. En vissen? Hieronder een mooi voorbeeld hoe Vallei en Veluwe omgaat met vismigratie.

 De routes van vissen zijn binnen het stroomgebied van Vallei en Veluwe van nature al schaars doordat de Veluwse beken smal zijn en soms droogvallen. Mensen maakten die beperkingen nog groter.

Maar een kentering is gaande. Door de aanleg van vistrappen, verdeelwerken, vispassages, slabben en cascades kunnen vissen zich steeds beter verspreiden.

‘Vis zou vrij moeten kunnen migreren om zelf plekken te kiezen om te overwinteren, te paaien, op te groeien, te foerageren en weg te vluchten. Van zout naar zoet en andersom, dag en nacht, zomer en winter en tussen beneden- en bovenloop’, zegt Ykelien Damstra, senior beleidsadviseur ecologie bij Waterschap Vallei en Veluwe en specialist vis-migratie. ‘Het waterbeheer en peilbeheer vraagt om stuwtjes en gemalen. Door die passeerbaar te maken stel je vissen in staat om zelf te kiezen waar ze willen zijn.’

En dat gebeurt. Welkom op de Veluwe van de vistrappen, verdeelwerken, vispassages, slabben en cascades! Het zijn er al vele tientallen en er komen er nog meer, maar je ziet ze pas als je gaat zoeken. Damstra zet de auto stil waar de Papegaaibeek tot voor een paar jaar uitmondde in het Apeldoorns Kanaal. Nu stroomt het heldere kwelwater in de Grift, een gegraven beek die pal ten oosten van het kanaal tussen Apeldoorn en Heerde ligt, vaak – zoals hier – met maar een meter of tien ertussen. Aan de oude situatie herinnert een betonnen goot van een meter breed die het water uit de Papegaaibeek over de Grift naar het kanaal leidde. Damstra: ‘Dat was zonde van het schone water en ook van de stroming in de Grift. Hoe meer beken uitkomen in de Grift, hoe meer stroming, hoe geschikter de Grift is voor stroomminnende soorten, hoe beter de Grift kan functioneren als verbinding tussen de sprengen.’ Een jaar of zes

geleden werd de stuw tussen de beek en de Grift vervangen door een cascade. Grote keien zorgen voor overbrugging van het hoogteverschil en voor variatie in stroomsnelheid en diepte, wat vissen kan helpen om de afslag vanuit de Grift met succes te nemen en via de Papegaaibeek de Veluwe op te zwemmen. Dat de verbinding tussen beek en kanaal verloren ging, is pure winst. Damstra: ‘Het Apeldoorns Kanaal heeft stilstaand water, daar zwemmen andere vissoorten dan in de beken. Het zijn twee verschillende watertypen met eigen leefgemeenschappen. Een larve van de beekprik die in het kanaal komt heeft daar niet genoeg zuurstof, kan geen voedsel uit het water filteren en gaat dood.’

De Hierdense Beek en de kwelbeekjes in de Hierdense Poort – die alle aan de Randmeer zijde van de A28 ontspringen – zijn vrij van stuwen en dus zijn er geen vispassages nodig. Verder naar het noordoosten wel. Ze liggen waar het peilbeheer zorgt voor een groot niveauverschil in een beek – niet per se waar het mooi is, want een vis ziet dat toch niet. Een ecoduct is altijd omgeven door natuur, maar de vistrap in de Eekterbeek bij Elburg ligt ingeklemd tussen de drukke Zuiderzeestraatweg en een badkamer- en tegel-paradijs. Naast een in hoogte verstelbare stuw ligt een trap van zes bakken vol water, gescheiden door schotten waarin openingen zitten voor de vissen. Ze hoeven dus niet als zalmen door de lucht naar de volgende bak te springen maar gaan onder water langs de stuw. Iets ten westen van Doornspijk stroomt de Sijpelbeek via een niveausprong het Randmeer in. Ook hier is de stuw in hoogte verstelbaar. Het water stroomt over de rand. Migratie zou alleen mogelijk zijn met de stroom mee, ware het niet dat er naast de stuw in opdracht van het waterschap een 100 meter lange lus werd gegraven. Daar stroomt het water vrij snel, maar een vis komt er wel tegenin. Het niveauverschil van de stuw helemaal langs deze natuurlijke weg overbruggen lukt net niet, ergens in de lus zit onder een dammetje geen duiker maar een korte vistrap.

Al deze maatregelen kosten veel geld, maar dat is er. De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) eist dat ook smalle beekjes als de Veluwse schoon zijn en een rijk palet aan leefgebieden bieden voor de Europese vissen; daarbij hoort een vrij ruime financiering. Maar de motivatie om de Veluwe visvriendelijk te maken gaat verder dan KRW, Natura 2000 (voor de beekprik en de rivierdonderpad) en onze eigen Natuurwet. Gewone zorgzaamheid voor de natuur stijgt uit boven al die regelgeving en daaruit voortvloeiende maatregelen. Damstra: ‘Vergelijk het met een mens. Wij willen een huis met verschillende kamers, waar we verschillende dingen doen. Een slaapkamer waar het donker is en niet al te warm. En een warme kamer met een bank voor ’s winters en een tuin of balkon voor ’s zomers. Een keuken en eetkamer waar we kunnen eten. En tussen die kamers en naar buiten willen we vrij kunnen bewegen. Een vis wil dat ook allemaal.’

 

Tekst: Michiel Hegener

Met toestemming overgenomen uit De Nieuwe Veluwe