Spoedwet stikstof een gemiste kans?

17 december 2019

De Spoedwet aanpak stikstof is er vooral op gericht om met een zeer beperkte reductie van de stikstofuitstoot ruimte te creëren voor bouwprojecten. De vermindering komt slechts voor 30% ten goede aan de natuur. De gezamenlijke natuur- en milieuorganisaties hebben de Kamer gewezen op de bezwaren, risico’s en juridische twijfels van deze wet. Dit blijkt ook uit het advies van de Raad van State.

Duidelijk is dat het kabinet de stikstofcrisis aangrijpt om de bescherming van kwetsbare natuurgebieden te verslechteren. Geheel onnodig voor het terugdringen van de stikstofuitstoot versoepelt de spoedwet de vergunningplicht voor schadelijke activiteiten in en bij onze belangrijkste natuurgebieden: de Natura 2000-gebieden.

Op dit moment geldt er een vergunningplicht voor projecten met ‘mogelijk significante effecten’ én voor andere handelingen die kunnen leiden tot verslechtering van de natuur in Natura 2000-gebieden. Is er een significant negatief effect, dan is het alleen bij grote uitzondering mogelijk om een vergunning te krijgen. Bijvoorbeeld als de veiligheid in het geding is. Logisch, want het gaat om de bescherming van de meest unieke natuur.

Maar ook als er minder dramatisch negatieve effecten verwacht worden, moet er kritisch door de provincie beoordeeld worden of een activiteit door kan gaan. Dat laatste dreigt nu te vervallen. Daarmee staat de weg open voor allerlei activiteiten met kleinere schadelijke effecten die elk op zich misschien niet de genadeklap voor een gebied of een soort betekenen, maar die dat gezamenlijk wel kunnen zijn. Met deze maatregel wordt het stikstofprobleem niet opgelost.

Nog bezwaarlijker is het voorstel in de spoedwet om een drempelwaarde voor stikstofuitstoot in te stellen. Dat betekent dat als de stikstofuitstoot beneden een bepaalde hoeveelheid blijft, er gebouwd kan worden of een andere activiteit kan worden uitgevoerd. Het kabinet wil pas in de toekomst komen met nieuwe maatregelen om de stikstofuitstoot terug te brengen en maatregelen voor natuurherstel. Dat is nu precies waarom het onder de door de Raad van State naar de prullenmand verwezen PAS misging. Wel extra stikstof uitstoten, maar niet terugdringen.

Op 20 november hebben vijf Utrechtse natuurorganisaties (Utrechts Landschap, de Natuur en Milieufederatie Utrecht, Natuurmonumenten, Landschap Erfgoed Utrecht en IVN) een Actieplan Stikstof aangeboden aan Provinciale Staten van de provincie Utrecht. Zij geven aan hoe de stikstofcrisis een kans biedt voor een goed toekomstperspectief voor boeren, natuur en gezondheid. Daarvoor is het nodig in te zetten op natuurinclusieve landbouw en het sluiten van kringlopen. Deze beweging kan worden versneld door acties gericht op stikstof gebiedsgericht te koppelen aan andere doelen en budgetten, zoals voor klimaat en het beperken van bodemdaling. Ook voor de bouw en mobiliteit worden aanbevelingen gedaan.

Ook Geldersch Landschap & Kasteelen (GLK) onderschrijft de conclusie van de Commissie Remkes, dat Nederland zo snel mogelijk “drastische maatregelen moet nemen om de uitstoot van stikstof terug te dringen en om de natuur te herstellen”. GLK vindt het belangrijk om nu de daad bij het woord te voegen. Het stikstofvraagstuk, de teloorgang van het landschap, de landbouwtransitie, het biodiversiteitsherstel en de klimaatverandering vragen om een samenhangende kijk op de toekomst, zeker in het landelijk gebied. Grondruil, saldering en warme sanering zijn daarbij onmisbaar.

GLK wil in de gebieden onder haar beheer aan de slag, samen met alle betrokkenen. In het belang van een gezonde leefomgeving én de natuur. De gesprekken hierover, o.a. met de landbouw, moeten aan de keukentafel worden gevoerd. Wat voorkómen moet worden is polarisatie in het landelijk gebied.

Landbouw aan de slag met waterkwaliteit


De kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater in Nederland is de laatste decennia sterk verbeterd. De laatste jaren stagneert deze verbetering echter, terwijl in veel wateren de doelen voor ecologisch gezond water nog niet worden gehaald. Dat komt onder meer door de hoge nutriëntenbelasting vanuit het landelijk gebied. Vanuit de landbouwsector zijn extra inspanningen nodig, bovenop de verplichte maatregelen vanuit het mestbeleid.

Het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW) heeft in juni 2017 een lijst met 99 landbouwmaatregelen vastgesteld in het Bestuurlijk Overleg Open Teelten en veehouderij (BOOT) om emissies van nutriënten en bestrijdingsmiddelen naar water terug te dringen. Maar het uitvoeren van deze ‘BOOT-maatregelen’ door boeren, waterbeheerders en landbouwadviseurs blijkt lastig.

Om dit probleem op te lossen heeft het project ‘Maatregel op de Kaart’, onderdeel van het KIWK-project Nutriënten een landelijke maatregelenkaart gemaakt. Deze kaart geeft voor ieder landbouwperceel in Nederland een inspiratielijst met kansrijke BOOT-maatregelen voor het verminderen van de emissie van stikstof en fosfor naar grond- en oppervlaktewater. Welke maatregelen dat zijn hangt af van de kenmerken van het perceel. Welk gewas wordt er geteeld? Wat is het bodemtype? Grenst het perceel aan de sloot? Is het perceel voorzien van buisdrainage? Welke helling heeft het perceel? Etcetera.

De eerste succesvolle toepassing is inmiddels een feit. De voor iedereen beschikbare maatregelenkaart is te bekijken via deze viewer. Gebruikers kunnen hier met een simpele klik op een perceel de bijbehorende inspiratielijst met maatregelen zien.

 

Ruimte voor Levende Rivieren


Vijfentwintig jaar werken aan levende rivieren heeft een indrukwekkende oogst aan nieuwe riviernatuur opgeleverd. In en langs de rivieren is meer leven gekomen en steeds meer mensen genieten daarvan. Klimaatverandering stelt alle functies in het rivierengebied nu voor nieuwe, grote opgaven.

Daarom hebben zes natuurorganisaties die actief zijn in het rivierengebied het plan ‘Ruimte voor Levende Rivieren’ opgesteld. Water Natuurlijk steunt van harte hun inzet: ruimte maken voor een levend en klimaatbestendig rivierenland met ruimtelijke kwaliteit als verbindende kracht.

De gevolgen van klimaatverandering zijn in het rivierengebied groot en raken aan alle functies: extreem hoge én extreem lage waterstanden hebben consequenties voor waterveiligheid, landbouw, natuur en scheepvaart.

De huidige rivieren zijn te krap geworden voor de verwachte piek afvoeren bij klimaatverandering. Onze rivieren vragen meer ruimte. Naast uiterwaard verlaging en natuurlijk stromende nevengeulen zijn ook dijkverleggingen en nieuwe rivieren met overstromingsvlakten nodig.

We kunnen retentiegebieden kiezen waar het water in extreme situaties tijdelijk in kan stromen. Hierdoor worden de piek afvoeren lager en zijn verder stroomafwaarts minder ingrepen nodig. De Rijnstrangen is bijvoorbeeld heel geschikt als retentiegebied tijdens extreme hoogwaterafvoeren in de winter: het gebied is vrijwel onbewoond en omdat het zo ver stroomopwaarts ligt, profiteren de inwoners langs alle Rijntakken van het effect. Door het gebied ook te benutten voor nieuwe moerasnatuur, draagt het ook bij aan natuur en landschap.

Een andere uitdaging is de veel te krap geworden vaargeul. Voor de scheepvaart ligt de vaargeul sinds de vorige eeuw tussen kribben. Het vele water dat door het zomerbed stroomt, schuurt daar veel zand van de bodem weg. Daardoor daalt het zomerbed van de rivier gestaag: de rivierbodem erodeert met 1 tot 3 cm per jaar en is sinds 1900 op sommige plaatsen al meer dan 2 meter gedaald. De verwachting is dat deze bodemerosie nog wel 100 jaar aanhoudt. Dit leidt tot steeds grotere problemen, vooral ook voor de scheepvaart zelf. Op verschillende plaatsen zakt de rivierbodem namelijk niet mee: denk aan sluisingangen, leidingstroken, vaste bodemlagen en fundamenten van bruggen en kribben. Deze vaste punten steken steeds meer uit, als drempels in de vaarweg. Ook voor de natuur is deze bodemerosie een probleem: uiterwaarden verdrogen en vooral moerasnatuur is daar de dupe van. Daarnaast dringt het zoute zeewater verder de rivier op door bodemerosie. Klimaatverandering, die langere perioden van droogte brengt, versterkt de problemen voor zowel scheepvaart als natuur.

Mogelijk is rivierverruiming een oplossing: laat bij lage en gemiddelde afvoeren méér water door nevengeulen stromen en laat bij hoge waterstanden rivierwater door de gehele uiterwaarden stromen door zomerkades te verwijderen. Zo neemt de stroomsnelheid in de vaargeul zelf af en schuurt het water daar minder zand weg.

Groot denken, op het niveau van riviertrajecten, is hierbij een voorwaarde: deze oplossing werkt alleen met een aaneengesloten kralensnoer van rivier verruimende maatregelen langs de hele rivier, ook in Duitsland.

Tweede Kamer wil einde vuilstort uiterwaarden

25 november 2019

In heel Europa is het verboden, maar de Nederlandse wetgeving staat het storten van ‘licht verontreinigde grond’ in voormalige zandwinplassen toe. In zeker 60 Nederlandse natuurplassen waar zand gewonnen is, is de afgelopen tien jaar minstens 100 miljoen kubieke meter vervuilde grond en bagger gestort. Plastic, sloopmateriaal en accu’s zaten in bagger die vrijkwam bij bodemsaneringen en bouwwerkzaamheden in binnen- en buitenland.

Staatssecretaris Stientje van Veldhoven van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) liet eerder weten dat het op dit moment niet mogelijk is om te stoppen met het storten van bagger in natuurplassen in Nederland. “Een lopend project dat aan alle wettelijke eisen voldoet kan niet zonder reden door een bevoegd gezag worden stopgezet.” Daarmee legt ze de oproep van ecoloog Piet-Jan Westendorp in ZEMBLA naast zich neer.
In de uitzending ‘Gokken met bagger’ zei ecoloog Westendorp: “Als er gesteld wordt dat verondiepen (ophogen van plassen met licht vervuilde grond en bagger, red.) per definitie goed is voor de natuur, dan durven wij nu al te stellen dat dat niet zo is.” Westendorp doet in opdracht van het ministerie van IenW onderzoek naar verondieping. Hij adviseert de staatssecretaris in ZEMBLA om direct te stoppen met het storten van bagger in natuurplassen, totdat de resultaten van zijn onderzoek (in 2021) bekend zijn.

Gelukkig heeft de Tweede Kamer op 29 oktober tijdens het debat over de begroting van IenW in meerderheid ingestemd met een motie waarin de regering wordt gevraagd stappen te zetten ter aanscherping van wet- en regelgeving bij het lozen van vervuilde grond in plassen. Ook moet de regering in gesprek met provincies, waterschappen en gemeenten over het intensiveren van de handhaving. Water Natuurlijk hoopt dat het kabinet nu wel durft door te pakken

Uitbreiding voor de natte natuurparel Andelsch Broek

6 november 2019

Hoe lastig kan het voor een Water Natuurlijk AB-lid zijn; stemmen voor een uitbreiding op een natuurgebied om dieren te helpen die met uitsterven bedreigd worden. En het kost op 800 interne uren na niets, want de EU betaalt het terug. Na een debat over die 800 interne uren, werd er bij Waterschap Rivierenland positief gestemd over fase 2 van Andelsch Broek Pompveld. Een uniek natuurgebied dat de Europese Unie heeft aangewezen als ‘NATURA 2000/natte natuurparel’. Dat komt omdat in dit natuurgebied de grote modderkruiper huist. Dit dier heeft de status ‘kritisch’, wat betekent dat er te weinig natuur is om voor deze soort een voortbestaan te garanderen.

De grote modderkruiper wordt ook wel de weeraal genoemd. Boeren vingen het dier en stopten het in een weckfles die in het keukenraam werd gezet. Ging de weeraal flink bewegen, dan kwam er onweer.  Dat vertelde boswachter Bart Pörtzgen, die zowel fase 1 als fase 2 van het project leidt. “Ze verplaatsen zich maar 100 meter per jaar, maar zijn toch erg lastig te vangen.” Via een paar Twitterberichten waarbij Boswachter Bart (@BartBoswachter) schreef dat hij geïnteresseerden had rondgeleid, reageerde ik dat ik na het lezen van de stukken ook wel eens zou willen zien waarover ik nu gestemd had.

Rijdend naar het afgesproken kruispunt passeren we een zestal kranen die met grote bakken de blauwe vette klei uit de bodem trekken. Als een orkest dat zich nog aan het inspelen is, bewegen de kranen onafhankelijk en in een eigen tempo. Desondanks was het overduidelijk dat ze hetzelfde doel hebben. Boswachter Bart heeft zijn hele carrière aan dit natuurgebied gewijd; al vanaf dag 1 richtte hij zich op het geschikt maken en verbinden van de verschillende watergangen voor de grote modderkruiper en nu voert hij ‘zijn project’ uit. “Het verbinden is een vak apart, want de grote modderkruiper kan niet samenleven met andere dieren, maar zijn leefgebied moet wel uitgebreid worden. Daarom moet er goed nagedacht worden welke watergangen aan het gebied kunnen worden aangesloten.” Een van de consequenties is het verleggen van een A-watergang die vroeger langs de rand van het gebied liep, nu midden door het gebied en met behulp van de kranen binnenkort weer op zijn oude plaats gaat stromen.

Tijdens de wandeling vertelde Boswachter Bart niet alleen over de grote modderkruiper, we stonden stil bij grasland dat de gehele zomer in bloei staat om zo de insecten een impuls te geven. Ook is er een nog intacte – maar niet werkende – eendenkooi in het gebied. Een viertal ‘tamme’ eenden verkregen van een bevriend vogelopvangcentrum zwemmen daar gemoedelijk rond. Ook zagen we verschillende dieren zoals zilverreigers, blauwe reigers, boomvalken en heel veel sporen van reeën.

De toekomst voor het natuurgebied is dat het een veilige haven wordt voor het wild in Nederland. Niet alleen de grote modderkruiper, maar ook andere bedreigde diersoorten zullen hier floreren. Op een aantal percelen bloeien bijna het hele jaar door bloemen om insecten een haven te bieden. Een visvriendelijke vijzel om het water in het ‘pompveld’ -vandaar de naam- te krijgen, draagt daar ook aan bij. “Dat maakt de samenwerking tussen het waterschap en Brabants Landschap zo bijzonder. We dragen ieder bij vanuit onze eigen expertise tot het zo goed mogelijk realiseren van dit gebied. Dat een natuurinstantie en een waterschap op deze manier samenwerken is uniek, maar biedt een goede garantie voor de toekomst van het Andelsch Broek Pompveld. En daar mogen we best trots op zijn.”

Michiel Alexander de Raaf

FOTO: Boswachter Bart Pörtzgen (links) en AB-lid Michiel Alexander de Raaf (rechts) in het Andelsch Broek Pompveld.

Stikstofimpasse – Niet alles kan

21 oktober 2019

Water Natuurlijk is met de Natuur- en Milieufederaties en Natuurmonumenten blij met het advies van de Commissie Remkes over de aanpak van het stikstofprobleem. Remkes erkent dat maatregelen op het gebied van landbouw en verkeer onontkoombaar zijn. Overdaad aan stikstof is een groot probleem voor de natuur. Het verrijkt de bodem, waardoor bijvoorbeeld de orchidee door de brandnetel wordt verdrongen. Dieren, waaronder insecten, die van de zeldzame planten leven, verdwijnen hierdoor. En ook de indirecte effecten van te veel stikstof zijn heel zorgelijk. Bodems verzuren waardoor er te weinig kalk beschikbaar is voor eierschalen van broedvogels en kuikens als gevolg van een zwak skelet hun poten en vleugels breken.

Uitsluitend het nemen van maatregelen in en rondom natuurgebieden is onvoldoende voor natuurherstel. In alle sectoren moet je de totale stikstofuitstoot terugbrengen.
Herstelmaatregelen van de natuur blijven ook na een snelle en noodzakelijke daling van de stikstofdepositie nodig om de stikstofschade te verminderen. Waterschappen hebben daarbij een belangrijke rol om de verdroging van natuurgebieden te verminderen. In natte natuurgebieden kunnen mogelijk kalkrijke grondwaterstromen worden hersteld, die de verzuring verminderen.

Panorama Waal – Samen werken aan veilige dijken in een vitale omgeving


De provincie Gelderland en het waterschap Rivierenland hebben het boekje ‘Panorama Waal in concept – samen werken aan veilige dijken in een vitale omgeving’ uitgebracht.

 

In het Hoogwaterbeschermingsprogramma is opgenomen dat in 2050 alle primaire waterkeringen moeten voldoen aan de nieuwe normen die sinds 1 januari 2017 van kracht zijn. Waterschap Rivierenland en provincie Gelderland waren zich er al snel bewust van dat de dijkversterkingsopgave niet alleen een bredere impact heeft maar ook kansen biedt voor het gelijktijdig en in samenhang realiseren van andere opgaven in het rivierengebied. Dijkversterkingsopgaven kunnen worden gecombineerd met klimaatadaptatie, bereikbaarheid, biodiversiteit/ natuur, economisch vestigingsklimaat, woon- en leefklimaat, energietransitie en circulaire economie.

Eén van de eerste uitvoeringskansen voor Panorama Waal is de Gastvrije Waaldijk. De dijken op de noordoever van de Waal worden na 2020 in fasen versterkt op basis van urgentie voor waterveiligheid. Daardoor moet ook de weg over de dijk worden vervangen. Een mooie kans om de dijk nog gastvrijer en (be)leefbaarder te maken. Op initiatief van de ANWB hebben waterschap Rivierenland, provincie Gelderland en de zes betrokken gemeenten samen een plan opgesteld voor de aanleg van een ruim 80 kilometer lange iconische route. Inmiddels ligt er een ontwerp en wordt er gezocht naar gezamenlijke financiering. Met een asymmetrisch wegprofiel met uitzichtbalkons aan de rivierzijde, entrees tot wandelpaden in de uiterwaarden en Waaltribunes om de indrukwekkende rivier en de karakteristieke scheepvaart op de Waal te kunnen beleven. Het is ook de wens om een fietsbrug over het Amsterdam-Rijnkanaal te realiseren.

In 2020 start de uitvoering van de plannen voor het stuk dijk van Gorinchem tot Waardenburg en kort daarna start de uitvoering van de dijktrajecten in de richting van Nijmegen. Zo’n tien jaar daarna is de nieuwe lange afstandsfietsroute helemaal gereed.

Water Natuurlijk hoopt dat hier nog iets goed gemaakt kan worden, na het zwakke optreden van overheden en het uiteindelijk afblazen van bij de dijkverlegging Varik-Heesselt. Daar zijn veel kansen op het combineren van waterveiligheid met andere belangen verloren gegaan.

Wat historische kaarten ons kunnen leren

17 september 2019

De mens heeft het landschap in Nederland door de eeuwen heen naar zijn hand gezet. Het is dooraderd met dijken, vaarten, terpen, verdedigingslinies, landgoederen, dorpen en steden. Cultureel erfgoed draagt bij aan de kwaliteit van deze leefomgeving. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed beheert een prachtige website: https://landschapinnederland.nl/verstedelijkingskaart.

Daar zijn gedigitaliseerde oude kaarten te bekijken. Die kunnen ons veel leren over ons watersysteem. Voor de huidige wateropgaven – denk aan droogte, veiligheid, kwaliteit, bodemdaling, berging en hittestress –, is het van groot belang om kennis te hebben over de historische watersystemen. Die kennis helpt ons om de uitdagingen van nu aan te gaan.

Vóór statiegeld op plastic én blikjes


Alle provincies, alle waterschappen en 95 procent van de Nederlandse gemeenten zijn vóór een directe invoering invoering van statiegeld op blik en plastic flesjes. Zij hebben zich aangesloten bij de Statiegeldalliantie. Ze willen ervoor zorgen dat het zwerfafval flink afneemt en de plastic soup vermindert. Bovendien kan de industrie dan kleine flesjes met statiegeld van betere kwaliteit maken, zodat ze eerst hergebruikt en later gerecycled kunnen worden.

Water Natuurlijk vindt het erg jammer dat de invoering van statiegeld met twee jaar wil uitstellen. Staatssecretaris Van Veldhoven wil pas in 2021 statiegeld op plastic flesjes invoeren. Grote slag om de arm is, dat dit niet doorgaat als bedrijven er in slagen het plastic in het zwerfafval met 70 tot 90 procent te reduceren én 90 procent van de plastic flesjes gaan recyclen. Over de blikjes in het zwerfafval heeft de regering zich niet uitgesproken.

De Statiegeldalliantie startte eind 2017 met 21 partners. Inmiddels is de alliantie uitgegroeid tot een breed en divers draagvlak voor de milieumaatregel. Opvallende namen zijn onder andere boerenorganisatie LTO, de Consumentenbond, supermarktketen Ekoplaza en de ASN Bank. Ook het plastic gebruikende bedrijf Ecover sloot zich aan.

De oproep van de Statiegeldalliantie gaat naast statiegeld op plastic flessen ook over de vraag naar statiegeld op blikjes. De blikjes in het zwerfafval veroorzaken veel dierenleed onder landbouwdieren, doordat stukjes blik via gemaaid gras in het voer belanden. Dit kan tot inwendige bloedingen en geperforeerde darmen leiden.

Drinkwater duurder door bestrijdingsmiddelen


Hoewel boeren al de nodige maatregelen hebben getroffen, zitten er nog veel te veel bestrijdingsmiddelen in het water. Uit een overzichtsstudie van wateronderzoeksinstituut KWR blijkt dat sporen van bestrijdingsmiddelen worden aangetroffen bij innamepunten van oppervlaktewater voor drinkwaterproductie en in voorraadbekkens.

In een agrarische regio als de Achterhoek kleurden dit voorjaar veel weilanden geel of oranje. Boeren gebruiken Roundup om onkruid te verdelgen, zodat dit niet machinaal hoeft.

Waterbedrijf Vitens levert aan veel huishoudens in Oost-Nederland. In het verleden moest Vitens, door het Roundup-gebruik van boeren, al winputten van water verplaatsen. Het waterbedrijf moest bovendien dieper grondwater winnen en waterzuiveringen uitbreiden vanwege de verontreinigingen door deze stoffen. Elk jaar kost dit nu al 15 miljoen Euro’s

1234567891011