Rivierenland gaat medicijnresten verwijderen bij rioolwaterzuivering Groesbeek

24 september 2021

Water Natuurlijk vindt schoon water belangrijk. Praktijkproeven hebben inmiddels voldoende aangetoond dat het mogelijk is om geneesmiddelen te verwijderen uit het effluent van rioolwaterzuiveringsinstallaties. Binnenkort besluit waterschap Rivierenland over een proefproject voor medicijnrestenverwijdering bij de rioolwaterzuivering van Groesbeek. Er moet ook een extra fosfaatverwijdering komen. We hopen dat dit project snel van start kan gaan en dat het waterschap het geleerde ook bij andere installaties in de praktijk gaat brengen.

In Nederland worden steeds meer medicijnen gebruikt. De resten daarvan komen in sloten en rivieren terecht. Ze vormen daar een mogelijk probleem voor de ecologische waterkwaliteit en de drinkwaterbereiding.

Om deze situatie te verbeteren moeten er in de gehele medicijnketen – van productie, gebruik, inzameling en zuivering – stappen worden gezet. Dus ook bij de zuivering van rioolwater.

Een paar jaar geleden is via een landelijke hotspotanalyse  in beeld gebracht op welke locaties de waterkwaliteit het meest wordt beïnvloed door geneesmiddelen in gezuiverd afvalwater. Dit STOWA-rapport laat zien dat ongeveer vijftig procent van de totale concentratieverhoging bij lozingspunten in het oppervlaktewater veroorzaakt wordt door tien procent van de zuiveringsinstallaties (31 stuks). De rioolwaterzuiveringsinstallatie van Groesbeek is er daar een van. Deze RWZI loost op de Leigraaf en in droge perioden bepaalt het effluent in grote mate de waterkwaliteit.

Water Natuurlijk ziet graag dat de grootste bronnen van verontreiniging door medicijnresten in oppervlaktewater, waaronder rioolwaterzuiveringen, worden aangepakt. We willen namelijk voorkomen dat medicijnresten en hormonen in het water terecht komen.

Evelien Schösser

Commissielid Waterketen bij waterschap Rivierenland voor Water Natuurlijk

Biotuinwijzer.nl


De Biotuinwijzer is in de eerste plaats een verzameling van plekken die je zullen inspireren en helpen bij het ontwerpen, aanleggen en onderhouden van een eigen (biologisch-ecologische) tuin, balkon of dakterras. Zo kun je er bijvoorbeeld een heleboel kwekerijen vinden die – in meer of mindere mate – op een verantwoorde manier planten kweken. Sommige gecertificeerd biologisch of biodynamisch, andere zonder gebruik van gif, kunstmest en veengrond, weer andere onder een milieukeur.

Naast de kwekerijen staan er op de kaart van de Biotuinwijzer ook een verzameling pluktuinen: hier kan je zelf onbespoten fruit, groente en bloemen plukken en proeven. Ook zijn er nog allerlei mooie historische tuinen, hortussen, buurt- en zorgboerderijen en tuinderijen vermeld waar je geïnspireerd kan raken, kennis kan opdoen, of gewoon lekker kan genieten van (eetbaar) groen.

Caring farmers op de kaart


Waar veel boeren wars zijn van verandering, staan Caring Farmers voor een versnelde voedsel- en landbouwtransitie. 260 boeren lanceren daarom gezamenlijk een kaart waar burgers direct van vooruitstrevende boeren kunnen afnemen om zo de keten te verkorten en zo de boeren ondersteunen die wĂ©l willen veranderen. Deze boeren zijn lang niet allemaal biologisch, maar ze hebben Ă©Ă©n ding gemeen: ze willen verduurzamen en durven dat uit te spreken. “Help ons veranderen, koop bij een caring farmer”, is hun gezamenlijke oproep.

Niet alle boeren verkopen aan huis, maar veel wel. Anderen zijn herkenbaar te vinden in het supermarktschap, hebben een webshop, of bieden (oogst)abonnementen aan. Elke boer is anders, van gangbaar tot bio-dynamisch, van groot tot klein, maar ze hebben één ding gemeen. Ze beseffen dat de huidige intensieve landbouw niet meer houdbaar is en staan op voor een natuur-inclusieve kringlooplandbouw waar de biodiversiteit jaarlijks toeneemt, alle dieren buiten lopen en waar de boer haar klanten goed kent.  Help de landbouwtransitie door je boodschappen direct te doen bij een caring farmer bij jou in de buurt. Zo verkort je de keten, koop je lokaal en ondersteun je een boer die wil veranderen.

Waterschappen willen totaalverbod op PFAS


De Unie van Waterschappen en de vereniging van drinkwaterbedrijven (Vewin) willen een EU-verbod op alle PFAS- stoffen.

De enige manier om PFAS aan te pakken en er uiteindelijk vanaf te raken, is aanpak aan de bron. Eenmaal in het water of in de bodem, zijn de stoffen lastig om te verwijderen. De schadelijke stoffen komen onder andere voor in kleiding, verpakkingsmateriaal en anti-aanbakpannen.

Onlangs heeft Nederland met Duitsland, Denemarken, Zweden en Noorwegen een aantal landen al een verbod voorgesteld voor niet-noodzakelijke toepassingen. Alle niet-noodzakelijk schadelijke PFAS-stoffen, zo’n 6.000 in totaal, gaan voor het eerst in Ă©Ă©n keer verboden worden. Dat maakt het voorstel het meest uitgebreide en complexe verbod tot nu toe. Wel biedt het voorstel ruimte voor uitzondering van toepassingen die als onmisbaar worden gezien.

De Unie en Vewin vinden dit niet ver genoeg gaan. Ze willen nadrukkelijk een totaalverbod op PFAS. Zij beroepen zich daarbij op het in mei van dit jaar door de Europese Commissie gepubliceerd zero pollution action plan. Daarin geeft de Commissie aan dat het milieuvervuiling wil voorkomen, die aan de bron gaat aanpakken en ervoor gaat zorgen dat de vervuiler ervoor betaalt. De Unie en Vewin willen die drie principes van het EU-milieubeleid ook strikt toegepast zien op het reguleren van PFAS-stoffen.

PFAS-stoffen blijken volgens een advies van het Europese Agentschap voor Voedselveiligheid (EFSA) van vorig jaar nog schadelijker dan eerder gedacht. ‘Dat onderbouwt de noodzaak van extra maatregelen bovenop het eerdere voorstel’, aldus de Unie en Vewin. ‘Internationale bronaanpak is hiervoor de beste aanpak. Anders is het dweilen met de kraan open.’

Aanscherping Nitraatrichtlijn mogelijk?


Minister Schouten heeft het conceptvoorstel voor de nieuwe nitraatrichtlijn naar de Tweede Kamer gestuurd.De Nitraatrichtlijn is een Europese richtlijn die het gebruik van stikstof in de landbouw reguleert om watervervuiling van oppervlaktewater en grondwater te voorkomen.

Europese richtlijnen zijn niet direct van toepassing op de inwoners van lidstaten, maar moeten door de lidstaten worden vertaald in nationale regelgeving. In Nederland is de Nitraatrichtlijn vertaald in het Actieprogramma Nitraat.

De hoeveelheid stikstof die op het land gebracht mag worden is afhankelijk van de teelt. Voor alle teelten geldt echter een maximum van 170 kg stikstof per hectare uit dierlijke mest, tenzij de lidstaat hiervoor een uitzondering (derogatie) heeft gekregen. Deze derogatie wordt in de praktijk alleen gegeven voor grasland in de melkveehouderij in gebieden waar de graslandopbrengst hoog is, zoals Nederland.

Verlenging van de derogatie vanaf 2021 staat nog allerminst vast. Om deze uitzonderingspositie te kunnen houden, moet Nederland aan kunnen tonen dat het met de maatregelen in het 7e actieprogramma de doelen voor waterkwaliteit gaat halen. Dat vraagt structurele maatregelen, omdat de grondwaterkwaliteit (nitraat) door de droogte van de laatste jaren weer is verslechterd.

De minister stelt voor om boeren te verplichten om eens in de drie teelten een vanggewas te zaaien. Ook zullen boeren bufferzones moeten gaan aanhouden langs kwetsbare wateren. De breedte van deze stroken kan oplopen tot 5 meter. Die grond telt ook niet langer mee voor de plaatsingsruimte van mest. Hier schermt het ministerie met vergoedingen vanuit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid.

Het is de vraag of deze maatregelen voldoende zijn om de waterkwaliteit te verbeteren. De Nederlandse landbouw loopt daarmee ook het risico om zijn uitzonderingspositie (derogatie) te verliezen, wat de landbouw tot nog meer maatregelen zou verplichten.De nitraatconcentratie in het grondwater neemt de laatste jaren weer toe

Bron: conceptvoorstel voor de nieuwe nitraatrichtlijn

Nederlandse invulling Europees landbouwbeleid onvoldoende


Volgens acht natuur- en milieuorganisaties is het Nationaal Strategisch Plan (NSP) voor de besteding van de EU-landbouwsubsidies, waarmee de komende jaren bijna 800 miljoen euro per jaar wordt verdeeld, niet ambitieus en concreet genoeg om de Nederlandse landbouw te vergroenen. Het NSP is nog te vaag, mist onderbouwing en ambitie, en een effectmeting. Greenpeace, LandschappenNL, Milieudefensie, Natuurmonumenten, SoortenNL, Vogelbescherming Nederland, Dierenbescherming en het Wereld Natuur Fonds doen daarom in een ‘position paper‘ concrete aanbevelingen het NSP te vergroenen. Ook vragen ze minister Schouten om snel een volledig uitgewerkte versie van het NSP te publiceren dat voldoet aan de Europese voorschriften.

Nederland moet aan de bak voor klimaat, natuur en water

Nederland bungelt onderaan Europese lijsten als het gaat om de aanpak van klimaatverandering, het beschermen van kwetsbare natuur tegen onder meer stikstof en het op orde brengen van de waterkwaliteit. De Europese landbouwgelden moeten een bijdrage leveren aan deze grote maatschappelijke opgaven en tegelijkertijd boeren belonen die willen bijdragen aan de transitie naar een duurzame landbouw. De Europese Rekenkamer concludeerde eerder al dat het huidige landbouwbeleid (GLB) in deze opgaven gefaald heeft.

De natuur- en milieuorganisaties willen daarom dat de minister op korte termijn het volledige NSP publiceert conform de Europese eisen, inclusief scenario-onderzoeken en de voorgeschreven strategische milieueffectrapportage. Alleen op deze manier kan de Tweede Kamer de inzet van publieke middelen goed beoordelen.

De organisaties willen hogere basiseisen voor het ontvangen van inkomenssteun voor boeren, omdat dit de beste manier is om boeren te belonen voor vergroening. De organisaties stellen ook verplichte mestvrije en pesticidenvrije bufferstroken langs watergangen voor. Een verplichting om 10 procent van het landbouwareaal te reserveren voor landschapselementen die een bijdrage leveren aan biodiversiteit, hoort eveneens tot de aanbevelingen. De organisaties willen bovendien de inkomenspositie van de boer versterken door boeren extra te betalen met hulp van een nieuwe wet die het mogelijk maakt om prijsafspraken te maken voor klimaat, natuur en dierenwelzijnsdoelen.

Nederland is Waterrijk Werelderfgoed rijker!

26 augustus 2021

Nederland is met de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Romeinse Limes twee waterrijke Werelderfgoederen rijker!
Op 26 juli 2021 is de Nieuwe Hollandse Waterlinie op de UNESCO Werelderfgoedlijst gekomen als uitbreiding van de Stelling van Amsterdam. De Stelling van Amsterdam heeft al vanaf 1996 de UNESCO-status. Beide linies zijn erfgoed van wereldniveau en heten nu samen de Hollandse Waterlinies. De 85 kilometer lange linie met 45 forten, 6 vestingen en 2 kastelen vormt nu een groene en recreatieve gordel in een omgeving met een grote stedelijke dynamiek. De linie vertelt het bijzondere verhaal de militaire verdediging van ons land met water als bondgenoot was. Ze zijn uniek in de wereld en verdienen het om te blijven bestaan voor volgende generaties.
De Neder-Germaanse ‘Limes’ (het Latijnse woord voor grens) van het Romeinse Rijk liep tweeduizend jaar geleden dwars door Nederland, langs de Rijn. Om deze grens (onderdeel van de langere grens door Europa, het Midden-Oosten en Noord-Afrika) te beschermen, bouwden Romeinen hier onder andere wachttorens en legerkampen. Er zijn 19 vindplaatsen in Nederland en 25 in Duitsland, Nederland heeft de nominatie daarom ook namens Duitsland ingediend. Daarnaast telt Nederland veel andere vindplaatsen uit de Romeinse tijd die samen de Neder-Germaanse Limes vormen. Alleen de meest complete en best bewaarde zijn nu voorgedragen.

In het gebied van het tegenwoordige waterschap Rivierenland werden in tijden van oorlog delen van de Bommelerwaard, Tielerwaard, Culemborgerwaard en het Land van Altena onder water gezet.
Tussen de Lek en de Biesbosch beheert Waterschap Rivierenland vele objecten en dijken die onderdeel zijn van de waterlinie. Opvallende voorbeelden zijn Fort Everdingen waar de Lekdijk en de Diefdijk samen komen, de historische waaiersluizen in de Linge bij Fort Asperen, Fort Asperen zelf, Fort Pannerden, Slot Loevestein en de poorten in Gorinchem en Woudrichem – vestingen die onderdeel zijn van de rivierdijken.
Wie een flinke duik in de geschiedenis van de linies wil maken, zet een dik kruis in zijn agenda op het weekend van 3-4 of 10-11 september. Dit voor het evenement ‘We sluiten de Linies’ waarbij de deuren voor bezoekers juist wagenwijd opengaan en je toegang verschaffen tot zowel de militaire geschiedenis als de toekomst van de linies waarin het nathouden van de grond, als wapen in de strijd tegen verdroging, centraal staat.

De Neder-Germaanse Limes doorsnijdt veel meer landen dan alleen Nederland.  In totaal was de grens 2000 jaar geleden bijna 6000 kilometer lang en omvatte het gebied rond de Middellandse Zee. In Europa loopt de Limes door 11 landen: Schotland, Engeland, Nederland, Duitsland, Oostenrijk, Slowakije, Hongarije, Kroatië, Servië, Roemenië en Bulgarije. De internationale verzamelnaam voor al deze grenzen is Frontiers of the Roman Empire.
Het karakter van de grens veranderde, afhankelijk van het landschap en de maatschappelijke of politieke omstandigheden zo’n 2000 jaar geleden. Zo bouwden de Romeinen in Engeland een muur (Hadrian’s Wall) en in Schotland een aarden wal (Antonine Wall).
In Nederland, maar ook in het oosten van Europa maakten de Romeinen vooral gebruik van de rivier als grens, waarlangs forten en wachttorens werden aangelegd. Hoewel de Romeinse grens er niet altijd gelijk uit zag, was de functie altijd hetzelfde: de grens van het Romeinse Rijk markeren en beheersen.

Waterkwaliteit Rijn vraagt extra inzet


Het gaat duidelijk beter met de Rijn en zijn zijrivieren. Dat laten nieuwe rapporten van Internationale Commissie ter Bescherming van de Rijn (ICBR) over de ecologie en de waterkwaliteit van de Rijn zien. Dankzij de verbeterde waterkwaliteit en de uitvoering van maatregelen voor het herstel van de passeerbaarheid en natuurontwikkeling hebben de levensgemeenschappen van de Rijn sinds 1990 aanzienlijke vooruitgang geboekt.
Bijna alle typische vissoorten zijn tegenwoordig weer te vinden in de Rijn, waaronder ook trekvissen zoals de zalm. Op veel plekken is er echter sprake van een dominantie van soorten die lage eisen stellen aan hun leefgebied of invasieve soorten. Er moeten meer waardevolle habitats met een grotere structuurrijkdom in de oeverzone worden aangelegd en verdere migratiebarriĂšres voor vissen moeten uit de weg geruimd worden.
Steeds vaker voorkomende extreme gebeurtenissen als gevolg van de klimaatverandering (bijv. lage waterstanden en hoge watertemperaturen) hebben een effect op de fauna en flora in de Rijn. Om de gevolgen van de mondiale veranderingen in het milieu en de complexe verbanden beter te kunnen begrijpen, is verder onderzoek noodzakelijk.
De emissies van nutriënten en zware metalen zijn sinds de vorige inventarisatie verder afgenomen, in de eerste plaats door de reductie van puntlozingen.
Microverontreinigingen, bijvoorbeeld door röntgencontrastmiddelen en gewasbeschermingsmiddelen, blijven een uitdaging. Door maatregelen te nemen, met name aan de bron tot en met de uitrusting van rwzi’s met de vierde zuiveringsstap, kunnen ze in de toekomst worden verminderd. Dit is op sommige plekken in Zwitserland, Baden-WĂŒrttemberg en Noordrijn-Westfalen al gebeurd.

Meer nitraat naar grondwater uitgespoeld


De afgelopen twee jaar is vanuit de landbouw gemiddeld meer nitraat naar grondwater uitgespoeld, als gevolg van de droogte. In de zuidelijke en oostelijke zandgebieden kwam dat zelfs boven de Europese norm uit. Dat blijkt uit een jaarlijkse rapportage van het RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu en Wageningen Economic Research.
Deze ontwikkeling betekent volgens minister Carola Schouten een grote opgave voor het verbeteren van de waterkwaliteit.
In Nederland mogen bepaalde agrarische bedrijven meer dierlijke mest van graasdieren op hun land gebruiken dan de algemene norm die de Europese nitraatrichtlijn voorschrijft. Deze regeling heet “derogatie”.
In 2019 was het overschot van stikstof naar de bodem op zogenaamde derogatiebedrijven het laagste sinds 2006. Ook heeft derogatie in de jaren vanaf 2006 geen negatieve effecten gehad op de waterkwaliteit. Wel nam de uitspoeling van nitraat naar het grondwater toe in 2019 en 2020. Dit komt vermoedelijk door de droogte van de afgelopen jaren. Door droogte groeien gewassen minder goed. Ze nemen dan minder stikstof op. Ook een laag neerslagoverschot, wat leidt tot ‘indikking’ van het gemeten grondwater, kan leiden tot hogere nitraatconcentraties.
In het zuiden en oosten van de Zandregio steeg de concentratie in 2020 tot 63 milligram per liter. Dat is boven de EU-norm van 50 milligram per liter. In de hele onderzochte periode (2006-2020) daalde de concentratie in de hele Zandregio wel.

Nieuwe versie van landbouwmaatregelen nutriënten op de kaart


‘Maatregelen op de kaart’ laat voor ieder landbouwperceel in Nederland zien welke landbouwmaatregelen agrariĂ«rs er kunnen nemen om emissies van stikstof en fosfor naar water terug te dringen. Onlangs werd een nieuwe, verbeterde en verbrede versie van de tool opgeleverd, die ook in de praktijk is getoetst.
Om de uit- en afspoeling van stikstof en fosfor naar water terug te dringen, worden agrariërs via het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer gestimuleerd maatregelen te nemen die zijn opgenomen in de zogenaamde lijst die door het Bestuurlijk Overleg Open Teelten (BOOT) is vastgesteld, de zgn. BOOT-lijst. Deze lijst omvat meer dan 100 maatregelen. Voor agrariërs, landbouwadviseurs en waterbeheerders is het vaak een lastige puzzel om met deze lijst slimme keuzes te maken voor effectieve maatregelen.
Maatregelen op de kaart koppelt de maatregelen aan percelen. Zo ontstaat een locatie-specifieke maatregelenlijst. Daarop staan alleen die maatregelen weergegeven die effectief en toepasbaar zijn gegeven de kenmerken van het betreffende perceel. Dit geeft een aanzienlijke verdunning van de lange BOOT-lijst. Zo kunnen boeren een gerichtere en beter onderbouwde keuze voor maatregelen maken en kunnen eenduidiger adviezen worden opgesteld. In 2020 is de kaart ook als basis verwerkt in de tool BedrijfsBodemWaterPlan die is toegepast in het ZLTO-project Bodem-UP en inmiddels inzetbaar in heel Nederland.

123456789101112131415161718