Wat historische kaarten ons kunnen leren

17 september 2019

De mens heeft het landschap in Nederland door de eeuwen heen naar zijn hand gezet. Het is dooraderd met dijken, vaarten, terpen, verdedigingslinies, landgoederen, dorpen en steden. Cultureel erfgoed draagt bij aan de kwaliteit van deze leefomgeving. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed beheert een prachtige website: https://landschapinnederland.nl/verstedelijkingskaart.

Daar zijn gedigitaliseerde oude kaarten te bekijken. Die kunnen ons veel leren over ons watersysteem. Voor de huidige wateropgaven – denk aan droogte, veiligheid, kwaliteit, bodemdaling, berging en hittestress –, is het van groot belang om kennis te hebben over de historische watersystemen. Die kennis helpt ons om de uitdagingen van nu aan te gaan.

Vóór statiegeld op plastic én blikjes


Alle provincies, alle waterschappen en 95 procent van de Nederlandse gemeenten zijn vóór een directe invoering invoering van statiegeld op blik en plastic flesjes. Zij hebben zich aangesloten bij de Statiegeldalliantie. Ze willen ervoor zorgen dat het zwerfafval flink afneemt en de plastic soup vermindert. Bovendien kan de industrie dan kleine flesjes met statiegeld van betere kwaliteit maken, zodat ze eerst hergebruikt en later gerecycled kunnen worden.

Water Natuurlijk vindt het erg jammer dat de invoering van statiegeld met twee jaar wil uitstellen. Staatssecretaris Van Veldhoven wil pas in 2021 statiegeld op plastic flesjes invoeren. Grote slag om de arm is, dat dit niet doorgaat als bedrijven er in slagen het plastic in het zwerfafval met 70 tot 90 procent te reduceren én 90 procent van de plastic flesjes gaan recyclen. Over de blikjes in het zwerfafval heeft de regering zich niet uitgesproken.

De Statiegeldalliantie startte eind 2017 met 21 partners. Inmiddels is de alliantie uitgegroeid tot een breed en divers draagvlak voor de milieumaatregel. Opvallende namen zijn onder andere boerenorganisatie LTO, de Consumentenbond, supermarktketen Ekoplaza en de ASN Bank. Ook het plastic gebruikende bedrijf Ecover sloot zich aan.

De oproep van de Statiegeldalliantie gaat naast statiegeld op plastic flessen ook over de vraag naar statiegeld op blikjes. De blikjes in het zwerfafval veroorzaken veel dierenleed onder landbouwdieren, doordat stukjes blik via gemaaid gras in het voer belanden. Dit kan tot inwendige bloedingen en geperforeerde darmen leiden.

Drinkwater duurder door bestrijdingsmiddelen


Hoewel boeren al de nodige maatregelen hebben getroffen, zitten er nog veel te veel bestrijdingsmiddelen in het water. Uit een overzichtsstudie van wateronderzoeksinstituut KWR blijkt dat sporen van bestrijdingsmiddelen worden aangetroffen bij innamepunten van oppervlaktewater voor drinkwaterproductie en in voorraadbekkens.

In een agrarische regio als de Achterhoek kleurden dit voorjaar veel weilanden geel of oranje. Boeren gebruiken Roundup om onkruid te verdelgen, zodat dit niet machinaal hoeft.

Waterbedrijf Vitens levert aan veel huishoudens in Oost-Nederland. In het verleden moest Vitens, door het Roundup-gebruik van boeren, al winputten van water verplaatsen. Het waterbedrijf moest bovendien dieper grondwater winnen en waterzuiveringen uitbreiden vanwege de verontreinigingen door deze stoffen. Elk jaar kost dit nu al 15 miljoen Euro’s

Meer nitraat in grondwater door droogte?


Op de melkveebedrijven die meedoen aan het project Koeien & Kansen en boeren op zandgronden is de gemiddelde nitraatconcentratie in het grondwater boven de norm van 50 mg/l gestegen. Dat is voor het eerst in 10 jaar. Deze uitkomst is tegengesteld aan de positieve uitspraken die Vewin, LTO, IPO en de ministeries IenW en LNV eerder deze maand deden bij de tussentijdse evaluatie van de bestuursovereenkomst die erop is gericht landelijk het nitraat in grondwater terug te dringen.

De verhoogde nitraatconcentraties in het grondwater op de K&K-bedrijven op zand, blijkt uit metingen van vorig jaar door Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Het instituut neemt jaarlijks watermonsters op de bedrijven Meer deelnemende melkveebedrijven zich met innovatieve maatregelen richten op een stikstof- en fosfaatefficiënte bedrijfsvoering.

Dat zijn er 16, waarvan er 6 op zandgronden in het zuiden en oosten van het land staan. Ze gelden qua ligging als representatief voor de Nederlandse melkveehouderij.

Op de bedrijven wordt de uitspoeling van nutriënten uit de wortelzone gemeten. Voor de bedrijven op de zandgronden gebeurt dit in de zomer in het grondwater.

Uit een overzicht van het project blijkt dat de zandgrondbedrijven sinds 2008 gemiddeld op of onder de Europese norm van 50 mg/l zaten, met het beste gemiddelde resultaat in 2017. Vorig jaar steeg dit gemiddelde tot boven de norm.

Een oorzaak voor de hogere nitraatconcentratie in 2018 zou dus het relatief droge jaar 2017 kunnen zijn. Omdat 2018 ook een erg droog jaar was wachten we in spanning af wat de resultaten van metingen in 2019 zullen uitwijzen. Zien we dit mogelijk ook al terug de nitraatgehaltes dit jaar, of moeten we daarvoor nog een jaar wachten?

Betere bescherming van drinkwaterbronnen


De Rekenkamer Oost-Nederland adviseert de provincies Gelderland en Overijssel om onze drinkwaterbronnen beter te beschermen. Zo is het toezicht op de naleving van milieuregels voor verbetering vatbaar. De grondwaterkwaliteit baart in beide provincies zorgen.

In de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) staat dat grondwater dat wordt gebruikt voor de drinkwaterwinning, niet in kwaliteit achteruit mag gaan.

De Rekenkamer Oost-Nederland concludeert dat de provincie Gelderland veel ruimte aan gemeenten laat, waardoor er in bestemmingsplannen minder goed rekening wordt gehouden met het grondwaterbelang. Het risico op nieuwe functies die schadelijk kunnen zijn voor de drinkwaterwinning is daarmee groter. In de kaart hieronder staan de zones waarbinnen de provincies regels stellen voor grondwaterbescherming in bestemmingsplannen.

De verplichte watertoets in bestemmingsplannen wordt niet benut om het grondwaterbelang in te brengen.

 

Naar een weerbare landbouw


Het totale verbruik van bestrijdingsmiddelen door telers neemt niet af. Daardoor staat de biodiversiteit in het agrarisch gebied onder druk. De stap naar weerbare teeltsystemen in combinatie met meer gebruik van natuurlijke plaagbestrijders moet nog worden gemaakt. Mede hierdoor blijven gewassen vatbaar voor ziekten en plagen.

Om de doelen voor waterkwaliteit én biodiversiteit dichterbij te brengen, moeten zowel de emissies naar het oppervlaktewater als de milieubelasting op en rond het perceel omlaag. Ook is het noodzakelijk om leefgebieden te creëren voor bijen en plaagbestrijders, bijvoorbeeld door het aanleggen van akkerranden.

De provincies Gelderland en Utrecht hebben een subsidieregeling van 4 miljoen euro ingesteld voor landbouwmaatregelen die bijdragen aan schoon en voldoende water en een gezonde bodem. Dat is verheugend nieuws. Wel is het jammer dat het vooral gaat om subsidie voor end-of-pipe maatregelen, en nog niet om het verduurzamen van de landbouwteelten.

 

 

Gezonde bodems beperken klimaatverandering


 

Om klimaatverandering te stoppen, de menselijke voedselvoorziening veilig te stellen en de resterende biodiversiteit te beschermen is een radicale omslag in menselijk landgebruik noodzakelijk. De VN-klimaatorganisatie IPCC geeft in dit rapport aan dat klimaatverandering en niet duurzaam landgebruik elkaars effect versterken en zorgen voor degradatie van landbouwgronden.

Wereldwijd leidt toenemende vleesconsumptie via een groeiende vraag naar veevoer tot grootschalige ontbossing. Die ontbossing is een belangrijke bron van CO2, net als drainage van veengebieden voor de landbouw.

Tezamen is dit landgebruik volgens cijfers uit het rapport verantwoordelijk voor 23 procent van de menselijke uitstoot van broeikasgassen. In combinatie met verdere uitstoot van de voedselproductie loopt dit aandeel op tot bijna een derde van de menselijke CO2-uitstoot.

Volgens het IPCC is het daarom noodzakelijk om in de strijd tegen klimaatverandering niet alleen te kijken naar de uitstoot van vervoer, industrie en de energiesector, maar om er ook voor te zorgen dat het menselijk landgebruik duurzamer wordt.

De auteurs dragen een aantal belangrijke oplossingen aan, zoals het verkleinen van de totale voedselvraag door het volgen van een meer plantaardig dieet en het tegengaan van voedselverspilling.

Een ander deel van de oplossing ligt in duurzamer bodemgebruik. Bij overexploitatie kunnen landbouwgronden broeikasgassen als CO2, methaan en lachgas uitstoten, terwijl bij duurzaam bodemgebruik akkergronden juist netto broeikasgassen kunnen opnemen.

Gezonde bodems kunnen bovendien langer voedsel produceren, doordat uitputting wordt voorkomen.

Omdat landhonger leidt tot de vernietiging van resterende natuurgebieden is de omslag in landgebruik volgens het IPCC niet alleen noodzakelijk in de strijd tegen klimaatverandering, maar ook voor het behoud van de aardse biodiversiteit. Eerder dit jaar waarschuwde een ander VN-rapport dat wereldwijd inmiddels een miljoen soorten met uitsterven worden bedreigd. Toenemend menselijk landgebruik is daar volgens het rapport de voornaamste oorzaak van.

 

Aanpassing belastingstelsel waterschappen vertraagd


 

De grootschalige aanpassing van de waterheffingen, zoals voorgesteld door de Commissie Aanpassing Belastingstelsel, gaat voorlopig niet door. Volgens de Unie van Waterschappen is hier binnen de waterschappen namelijk te weinig draagvlak voor.

De Commissie Aanpassing Belastingstelsel onder voorzitterschap van Hetty Klavers, dijkgraaf van Waterschap Zuiderzeeland, onderzocht vanaf begin 2016 hoe het belastingstelsel van de waterschappen toekomstbestendiger gemaakt kan worden. Een nieuw stelsel zou moeten aansluiten bij het rapport ‘Water Governance in the Netherlands’ van de OESO (2014). Dat bepleitte onder andere om strakker vast te houden aan het beginsel van ‘de vervuiler betaalt’. Wie meer dan gemiddeld baat heeft bij het waterbeheer zou daar via de watersysteemheffing ook extra voor moeten betalen. Dat past geheel in de lijn van het OESO-rapport.

Water Natuurlijk stelt vast dat een onevenredig groot deel van de lasten bij de burger terecht dreigt te komen, waar bijvoorbeeld de boeren extra voordeel lijken te krijgen. Dat is in strijd met het OESO-rapport.

Natte natuur in het Land van Heusden en Altena

27 augustus 2019

Na de aanleg van nieuwe waterberging in het gebied Andelsch Broek / Pompveld, zetten Brabants Landschap en Waterschap Rivierenland nu in op versterking van de natte natuur. Deelgebieden worden één geheel, historisch landschap keert terug en de toegang tot het gebied voor recreanten wordt verbeterd.

Andelsch Broek / Pompveld is als Natura2000 gebied onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland en bovendien een Natte Natuurparel in Noord-Brabant. Bijzondere soorten als de bittervoorn en grote en kleine modderkruiper komen er voor. Het gehele natuurgebied is straks zo’n 250 hectare groot, vergelijkbaar met 500 voetbalvelden.

Een belangrijke maatregel is het omleggen van een hoofdwatergang die nu nog een scheiding vormt tussen Andelsch Broek en Pompveld. Door de watergang langs de oostelijke rand te leggen, vormen de gebiedsdelen één leefgebied voor bijzondere soorten als de bittervoorn en grote en kleine modderkruiper.

Via de hoofdwatergang kwam ook water uit agrarisch gebied rechtstreeks in het natuurgebied. Straks komt water vooral nog binnen via het al bestaande helofytenfilter, een natuurlijk zuiveringsproces dat wordt verbeterd. In diverse gedeelten van het gebied wordt het historisch landschap teruggebracht van voor de ruilverkavelingen: het eeuwenoude slootpatroon dat ook al zichtbaar is in de waterberging. Deze greppels houden ook meer water vast.

Naar een weerbare Alblasserwaard


Als we de sponswerking van het veen in de Alblasserwaard met hogere winterpeilen beter kunnen benutten, levert dat een belangrijke aanvulling op van de grondwaterstanden. Het is ook beter voor de groei van het gras in het droge zomerhalfjaar. Dat staat in het rapport ‘Naar een weerbare Waard’, dat de Provinciaal Adviseur Ruimtelijke Kwaliteit van Zuid-Holland heeft laten opstellen.

Hoe harder we pompen, hoe harder de veengrond van de Alblasserwaard zakt. Als we op langere termijn het zwarte veen kwijtraken, dan raken we ook een grondsoort kwijt met een hoog organisch stofgehalte, met een rijk bodemleven, met een groot vochtvasthoudend vermogen. En niet alleen de bodem daalt, met het ‘verbranden’ van het veen, komt er ook CO2 vrij.

Waterschap Rivierenland laat een groot gemaal bouwen bij Hardinxveld-Giessendam. Daarvoor wordt ook een 1,5 kilometer lang en 100 meter breed boezemkanaal gegraven. Een groot gemaal bij Hardinxveld is volgens berekeningen het beste bij het beheersen van de waterpeilen.

Het te bouwen gemaal moet straks 1200 kuub water per minuut kunnen afvoeren. Qua grootte is dit ongeveer vergelijkbaar met het Kok-gemaal bij Kinderdijk. Het gemaal is belangrijk om het waterpeil beter te kunnen handhaven.

Maar nog dieper ontwateren is niet de bedoeling. Uit het oogpunt van bodemdaling is er veel voor te zeggen om, meer dan tot op heden gebeurt, het water langer vast te houden in de Waard zelf.

1234567891011