Maas en Waal weer verbinden

10 februari 2020

ARK Natuurontwikkeling, Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer willen een permanente, open, verbinding aanleggen tussen Waal en Maas.

Bij Heerewaarden liggen de rivieren de Waal en de Maas op steenworp afstand van elkaar, en dit is geen toeval. Tot zo’n honderd jaar geleden stonden de rivieren hier nog gewoon met elkaar in verbinding. Toen stroomde een groot deel van de afvoer van de Waal door onder andere het Voornse Gat via de benedenloop van Maas naar de Noordzee. Heerewaarden lag toen op een eiland tussen de rivieren, waaruit grote hoeveelheden zalm en steur gevangen werden. ARK werkt aan een project om bij Heerewaarden de Waal weer met de Maas te verbinden.

Toen de Maas in het begin van de 20e eeuw werd gekanaliseerd kon die het water van de Waal er niet meer bij hebben en zijn beide rivieren van elkaar gescheiden door een dam. Dat was funest voor de visstand en ook andere dieren en planten konden vanaf dat moment niet meer profiteren van de unieke verbinding tussen twee zeer verschillende riviersystemen.

Daarom werkt ARK met onder andere Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer aan een plan om deze verbinding te herstellen.

Om de veiligheid en andere functies niet in het geding te laten komen gaat het daarbij om een relatief kleine hoeveelheid water die als een snelstromende beek de werelden van Waal en Maas aan elkaar verbindt. Voor zeldzame vissen als de Fint is dit voldoende om hun leefgebied aanzienlijk te vergroten. Maar ook voor andere soorten zal deze verbinding veel opleveren.

Water Natuurlijk lijkt dit plan een prachtige manier om de biodiversiteit in het rivierengebied verder te vergroten.

Lees hier een artikel in de Gelderlander over dit project. 

 

De Romeinse Limes op weg naar Werelderfgoed


De provincies Gelderland, Utrecht en Zuid-Holland hebben ingestemd in met voordracht van de Romeinse Limes voor de UNESCO Werelderfgoedstatus. Opname op de UNESCO Werelderfgoedlijst is een belangrijke stap richting de internationale erkenning die dit historisch rijke gebied verdient. Dit Nederlands-Duitse deel van de Limes is onderdeel van de voormalige rijksgrens van het Romeinse Rijk. Deze liep van Engeland tot de Zwarte Zee en delen hiervan staan al op de Werelderfgoedlijst. De provincies hebben het nominatiedossier aangeboden de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), Ingrid van Engelshoven. Bij een positief besluit van de ministerraad, zal de minister in januari 2020 het nominatiedossier, samen met Duitsland, indienen bij UNESCO in Parijs.

De verwachting is dat in juli 2021, tijdens de jaarlijkse vergadering van het World Heritage Comité van UNESCO, een besluit wordt genomen over de nominatie. Als het besluit positief is, krijgt de Romeinse Limes de status van Werelderfgoed.

Jaarthema Biodiversiteit

30 januari 2020

Water Natuurlijk Midden-Nederland wil in 2020 het thema biodiversiteit op de agenda zetten. Dit omdat waterschappen een belangrijke rol kunnen spelen in het behoud en herstel van biodiversiteit. We organiseren diverse activiteiten, daarover in de volgende nieuwsbrief meer.

Waterschappen kunnen een belangrijke bijdrage leveren bijvoorbeeld  aan het bestrijden van de verdroging van natuurgebieden als gevolg van een te diepe ontwatering rondom deze gebieden. Maar ook met het beheer van al die duizenden kilometers dijken en oevers die het Nederlandse landschap dooraderen. Een mooie bijkomstigheid is dat behoud en herstel van biodiversiteit zich goed laat combineren met de andere opgaven waar waterschappen voor staan. Door wat minder rigoureus watergangen te schonen, en wat vaker oeverbegroeiing te laten staan, wordt niet alleen water vastgehouden voor droge perioden, maar blijft ook er leefgebied voor bijvoorbeeld insecten en vissen.

We gaan in 2020 diverse activiteiten organiseren rondom biodiversiteit en waterschappen. Dit doen we zowel voor onze achterban als voor de bestuurders en medewerkers van de waterschappen. We hopen waterschappen te stimuleren om actief verder te werken aan het verhogen van biodiversiteit. Tegelijkertijd verstevigen we met deze activiteiten de band met onze achterban.

Met een groepje bestaande uit enkele regiobestuurders en actieve leden uit de Water Natuurlijk-achterban uit de drie Waterschappen in regio Midden-Nederland zijn we aan de slag gegaan met het opzetten van de beoogde activiteiten. Als eerste willen we ons richten op bloemrijke dijken. Door het beheer van dijken daar namelijk meer op te richten, kunnen waterschappen een belangrijke bijdrage leveren aan het stoppen van de zorgwekkende insectensterfte.

Maar een meer natuurvriendelijk beheer van dijken kan ook bijdragen aan veiliger dijken, zo blijkt uit recent onderzoek.

De komende weken werken we concrete activiteiten uit rondom bloemrijke dijken. We hopen jullie in een volgende nieuwsbrief te kunnen uitnodigen voor de eerste excursies, watercafés en andere activiteiten.

Mocht je zelf suggesties hebben voor activiteiten met als onderwerp bloemrijke dijken, dan horen we die graag: waternatuurlijkmn@gmail.com

Meld je aan als lid van ons regiobestuur!


Op dit moment hebben we een goed werkend regiobestuur van vijf personen. We onderhouden contact met onze leden, met groene en recreatieorganisaties in ons gebied, met de fracties en heemraden van Water Natuurlijk in de waterschappen Rijn en IJssel, Rivierenland en Vallei en Veluwe, en met de provinciale politiek. Een keer per vier jaar zorgen we ervoor dat Water Natuurlijk met mooie kandidatenlijsten de waterschapsverkiezingen in kan.

Een Ă  twee extra bestuursleden kunnen we nog goed gebruiken! We zoeken zowel een kandidaat met politiek/bestuurlijke ervaring, als iemand met een inhoudelijke en/of communicatieve achtergrond.

Heb je belangstelling, neem dan even contact op met onze voorzitter Roelof van Loenen Martinet rvlm@gmx.com.

Overstromingskaarten op risicokaart.nl


De overstromingskaarten van Nederland zijn geactualiseerd. Op risicokaart.nl is zichtbaar hoe hoog het water kan komen en hoeveel mensen en bedrijven mogelijk worden getroffen.

De kaarten laten zien welke gebieden door overstromingen statistisch eens in de 10, 100, 1.000 en 10.000 jaar kunnen worden getroffen. Ze laten zien welke gebieden dan kunnen overstromen en hoe hoog het water dan kan komen.

De provincies hebben de kaarten gemaakt in samenwerking met waterschappen, Rijkswaterstaat en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.
De kaarten laten zien welke gebieden mogelijk kunnen overstromen met een inschatting van de kans van voorkomen. Ook is te zien hoe diep het water dan kan komen te staan. Op de kaart zijn ook de waterkeringen te zien die beveiliging beiden tegen overstromingen. In geval van het doorbreken van een waterkering kunnen in een zone direct achter deze waterkering hoge stroomsnelheden voorkomen.

De hierboven afgebeelde kaart geeft een beeld van de waterdiepte bij een overstroming met een kleine kans van voorkomen (niet vaker dan eens in de 10.000 jaar).

Spoedwet stikstof een gemiste kans?

17 december 2019

De Spoedwet aanpak stikstof is er vooral op gericht om met een zeer beperkte reductie van de stikstofuitstoot ruimte te creĂ«ren voor bouwprojecten. De vermindering komt slechts voor 30% ten goede aan de natuur. De gezamenlijke natuur- en milieuorganisaties hebben de Kamer gewezen op de bezwaren, risico’s en juridische twijfels van deze wet. Dit blijkt ook uit het advies van de Raad van State.

Duidelijk is dat het kabinet de stikstofcrisis aangrijpt om de bescherming van kwetsbare natuurgebieden te verslechteren. Geheel onnodig voor het terugdringen van de stikstofuitstoot versoepelt de spoedwet de vergunningplicht voor schadelijke activiteiten in en bij onze belangrijkste natuurgebieden: de Natura 2000-gebieden.

Op dit moment geldt er een vergunningplicht voor projecten met ‘mogelijk significante effecten’ Ă©n voor andere handelingen die kunnen leiden tot verslechtering van de natuur in Natura 2000-gebieden. Is er een significant negatief effect, dan is het alleen bij grote uitzondering mogelijk om een vergunning te krijgen. Bijvoorbeeld als de veiligheid in het geding is. Logisch, want het gaat om de bescherming van de meest unieke natuur.

Maar ook als er minder dramatisch negatieve effecten verwacht worden, moet er kritisch door de provincie beoordeeld worden of een activiteit door kan gaan. Dat laatste dreigt nu te vervallen. Daarmee staat de weg open voor allerlei activiteiten met kleinere schadelijke effecten die elk op zich misschien niet de genadeklap voor een gebied of een soort betekenen, maar die dat gezamenlijk wel kunnen zijn. Met deze maatregel wordt het stikstofprobleem niet opgelost.

Nog bezwaarlijker is het voorstel in de spoedwet om een drempelwaarde voor stikstofuitstoot in te stellen. Dat betekent dat als de stikstofuitstoot beneden een bepaalde hoeveelheid blijft, er gebouwd kan worden of een andere activiteit kan worden uitgevoerd. Het kabinet wil pas in de toekomst komen met nieuwe maatregelen om de stikstofuitstoot terug te brengen en maatregelen voor natuurherstel. Dat is nu precies waarom het onder de door de Raad van State naar de prullenmand verwezen PAS misging. Wel extra stikstof uitstoten, maar niet terugdringen.

Op 20 november hebben vijf Utrechtse natuurorganisaties (Utrechts Landschap, de Natuur en Milieufederatie Utrecht, Natuurmonumenten, Landschap Erfgoed Utrecht en IVN) een Actieplan Stikstof aangeboden aan Provinciale Staten van de provincie Utrecht. Zij geven aan hoe de stikstofcrisis een kans biedt voor een goed toekomstperspectief voor boeren, natuur en gezondheid. Daarvoor is het nodig in te zetten op natuurinclusieve landbouw en het sluiten van kringlopen. Deze beweging kan worden versneld door acties gericht op stikstof gebiedsgericht te koppelen aan andere doelen en budgetten, zoals voor klimaat en het beperken van bodemdaling. Ook voor de bouw en mobiliteit worden aanbevelingen gedaan.

Ook Geldersch Landschap & Kasteelen (GLK) onderschrijft de conclusie van de Commissie Remkes, dat Nederland zo snel mogelijk “drastische maatregelen moet nemen om de uitstoot van stikstof terug te dringen en om de natuur te herstellen”. GLK vindt het belangrijk om nu de daad bij het woord te voegen. Het stikstofvraagstuk, de teloorgang van het landschap, de landbouwtransitie, het biodiversiteitsherstel en de klimaatverandering vragen om een samenhangende kijk op de toekomst, zeker in het landelijk gebied. Grondruil, saldering en warme sanering zijn daarbij onmisbaar.

GLK wil in de gebieden onder haar beheer aan de slag, samen met alle betrokkenen. In het belang van een gezonde leefomgeving Ă©n de natuur. De gesprekken hierover, o.a. met de landbouw, moeten aan de keukentafel worden gevoerd. Wat voorkĂłmen moet worden is polarisatie in het landelijk gebied.

Landbouw aan de slag met waterkwaliteit


De kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater in Nederland is de laatste decennia sterk verbeterd. De laatste jaren stagneert deze verbetering echter, terwijl in veel wateren de doelen voor ecologisch gezond water nog niet worden gehaald. Dat komt onder meer door de hoge nutriëntenbelasting vanuit het landelijk gebied. Vanuit de landbouwsector zijn extra inspanningen nodig, bovenop de verplichte maatregelen vanuit het mestbeleid.

Het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW) heeft in juni 2017 een lijst met 99 landbouwmaatregelen vastgesteld in het Bestuurlijk Overleg Open Teelten en veehouderij (BOOT) om emissies van nutriĂ«nten en bestrijdingsmiddelen naar water terug te dringen. Maar het uitvoeren van deze ‘BOOT-maatregelen’ door boeren, waterbeheerders en landbouwadviseurs blijkt lastig.

Om dit probleem op te lossen heeft het project ‘Maatregel op de Kaart’, onderdeel van het KIWK-project NutriĂ«nten een landelijke maatregelenkaart gemaakt. Deze kaart geeft voor ieder landbouwperceel in Nederland een inspiratielijst met kansrijke BOOT-maatregelen voor het verminderen van de emissie van stikstof en fosfor naar grond- en oppervlaktewater. Welke maatregelen dat zijn hangt af van de kenmerken van het perceel. Welk gewas wordt er geteeld? Wat is het bodemtype? Grenst het perceel aan de sloot? Is het perceel voorzien van buisdrainage? Welke helling heeft het perceel? Etcetera.

De eerste succesvolle toepassing is inmiddels een feit. De voor iedereen beschikbare maatregelenkaart is te bekijken via deze viewer. Gebruikers kunnen hier met een simpele klik op een perceel de bijbehorende inspiratielijst met maatregelen zien.

 

Ruimte voor Levende Rivieren


Vijfentwintig jaar werken aan levende rivieren heeft een indrukwekkende oogst aan nieuwe riviernatuur opgeleverd. In en langs de rivieren is meer leven gekomen en steeds meer mensen genieten daarvan. Klimaatverandering stelt alle functies in het rivierengebied nu voor nieuwe, grote opgaven.

Daarom hebben zes natuurorganisaties die actief zijn in het rivierengebied het plan ‘Ruimte voor Levende Rivieren’ opgesteld. Water Natuurlijk steunt van harte hun inzet: ruimte maken voor een levend en klimaatbestendig rivierenland met ruimtelijke kwaliteit als verbindende kracht.

De gevolgen van klimaatverandering zijn in het rivierengebied groot en raken aan alle functies: extreem hoge Ă©n extreem lage waterstanden hebben consequenties voor waterveiligheid, landbouw, natuur en scheepvaart.

De huidige rivieren zijn te krap geworden voor de verwachte piek afvoeren bij klimaatverandering. Onze rivieren vragen meer ruimte. Naast uiterwaard verlaging en natuurlijk stromende nevengeulen zijn ook dijkverleggingen en nieuwe rivieren met overstromingsvlakten nodig.

We kunnen retentiegebieden kiezen waar het water in extreme situaties tijdelijk in kan stromen. Hierdoor worden de piek afvoeren lager en zijn verder stroomafwaarts minder ingrepen nodig. De Rijnstrangen is bijvoorbeeld heel geschikt als retentiegebied tijdens extreme hoogwaterafvoeren in de winter: het gebied is vrijwel onbewoond en omdat het zo ver stroomopwaarts ligt, profiteren de inwoners langs alle Rijntakken van het effect. Door het gebied ook te benutten voor nieuwe moerasnatuur, draagt het ook bij aan natuur en landschap.

Een andere uitdaging is de veel te krap geworden vaargeul. Voor de scheepvaart ligt de vaargeul sinds de vorige eeuw tussen kribben. Het vele water dat door het zomerbed stroomt, schuurt daar veel zand van de bodem weg. Daardoor daalt het zomerbed van de rivier gestaag: de rivierbodem erodeert met 1 tot 3 cm per jaar en is sinds 1900 op sommige plaatsen al meer dan 2 meter gedaald. De verwachting is dat deze bodemerosie nog wel 100 jaar aanhoudt. Dit leidt tot steeds grotere problemen, vooral ook voor de scheepvaart zelf. Op verschillende plaatsen zakt de rivierbodem namelijk niet mee: denk aan sluisingangen, leidingstroken, vaste bodemlagen en fundamenten van bruggen en kribben. Deze vaste punten steken steeds meer uit, als drempels in de vaarweg. Ook voor de natuur is deze bodemerosie een probleem: uiterwaarden verdrogen en vooral moerasnatuur is daar de dupe van. Daarnaast dringt het zoute zeewater verder de rivier op door bodemerosie. Klimaatverandering, die langere perioden van droogte brengt, versterkt de problemen voor zowel scheepvaart als natuur.

Mogelijk is rivierverruiming een oplossing: laat bij lage en gemiddelde afvoeren méér water door nevengeulen stromen en laat bij hoge waterstanden rivierwater door de gehele uiterwaarden stromen door zomerkades te verwijderen. Zo neemt de stroomsnelheid in de vaargeul zelf af en schuurt het water daar minder zand weg.

Groot denken, op het niveau van riviertrajecten, is hierbij een voorwaarde: deze oplossing werkt alleen met een aaneengesloten kralensnoer van rivier verruimende maatregelen langs de hele rivier, ook in Duitsland.

Tweede Kamer wil einde vuilstort uiterwaarden

25 november 2019

In heel Europa is het verboden, maar de Nederlandse wetgeving staat het storten van ‘licht verontreinigde grond’ in voormalige zandwinplassen toe. In zeker 60 Nederlandse natuurplassen waar zand gewonnen is, is de afgelopen tien jaar minstens 100 miljoen kubieke meter vervuilde grond en bagger gestort. Plastic, sloopmateriaal en accu’s zaten in bagger die vrijkwam bij bodemsaneringen en bouwwerkzaamheden in binnen- en buitenland.

Staatssecretaris Stientje van Veldhoven van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) liet eerder weten dat het op dit moment niet mogelijk is om te stoppen met het storten van bagger in natuurplassen in Nederland. “Een lopend project dat aan alle wettelijke eisen voldoet kan niet zonder reden door een bevoegd gezag worden stopgezet.” Daarmee legt ze de oproep van ecoloog Piet-Jan Westendorp in ZEMBLA naast zich neer.
In de uitzending ‘Gokken met bagger’ zei ecoloog Westendorp: “Als er gesteld wordt dat verondiepen (ophogen van plassen met licht vervuilde grond en bagger, red.) per definitie goed is voor de natuur, dan durven wij nu al te stellen dat dat niet zo is.” Westendorp doet in opdracht van het ministerie van IenW onderzoek naar verondieping. Hij adviseert de staatssecretaris in ZEMBLA om direct te stoppen met het storten van bagger in natuurplassen, totdat de resultaten van zijn onderzoek (in 2021) bekend zijn.

Gelukkig heeft de Tweede Kamer op 29 oktober tijdens het debat over de begroting van IenW in meerderheid ingestemd met een motie waarin de regering wordt gevraagd stappen te zetten ter aanscherping van wet- en regelgeving bij het lozen van vervuilde grond in plassen. Ook moet de regering in gesprek met provincies, waterschappen en gemeenten over het intensiveren van de handhaving. Water Natuurlijk hoopt dat het kabinet nu wel durft door te pakken

Uitbreiding voor de natte natuurparel Andelsch Broek

6 november 2019

Hoe lastig kan het voor een Water Natuurlijk AB-lid zijn; stemmen voor een uitbreiding op een natuurgebied om dieren te helpen die met uitsterven bedreigd worden. En het kost op 800 interne uren na niets, want de EU betaalt het terug. Na een debat over die 800 interne uren, werd er bij Waterschap Rivierenland positief gestemd over fase 2 van Andelsch Broek Pompveld. Een uniek natuurgebied dat de Europese Unie heeft aangewezen als ‘NATURA 2000/natte natuurparel’. Dat komt omdat in dit natuurgebied de grote modderkruiper huist. Dit dier heeft de status ‘kritisch’, wat betekent dat er te weinig natuur is om voor deze soort een voortbestaan te garanderen.

De grote modderkruiper wordt ook wel de weeraal genoemd. Boeren vingen het dier en stopten het in een weckfles die in het keukenraam werd gezet. Ging de weeraal flink bewegen, dan kwam er onweer.  Dat vertelde boswachter Bart Pörtzgen, die zowel fase 1 als fase 2 van het project leidt. “Ze verplaatsen zich maar 100 meter per jaar, maar zijn toch erg lastig te vangen.” Via een paar Twitterberichten waarbij Boswachter Bart (@BartBoswachter) schreef dat hij geĂŻnteresseerden had rondgeleid, reageerde ik dat ik na het lezen van de stukken ook wel eens zou willen zien waarover ik nu gestemd had.

Rijdend naar het afgesproken kruispunt passeren we een zestal kranen die met grote bakken de blauwe vette klei uit de bodem trekken. Als een orkest dat zich nog aan het inspelen is, bewegen de kranen onafhankelijk en in een eigen tempo. Desondanks was het overduidelijk dat ze hetzelfde doel hebben. Boswachter Bart heeft zijn hele carriùre aan dit natuurgebied gewijd; al vanaf dag 1 richtte hij zich op het geschikt maken en verbinden van de verschillende watergangen voor de grote modderkruiper en nu voert hij ‘zijn project’ uit. “Het verbinden is een vak apart, want de grote modderkruiper kan niet samenleven met andere dieren, maar zijn leefgebied moet wel uitgebreid worden. Daarom moet er goed nagedacht worden welke watergangen aan het gebied kunnen worden aangesloten.” Een van de consequenties is het verleggen van een A-watergang die vroeger langs de rand van het gebied liep, nu midden door het gebied en met behulp van de kranen binnenkort weer op zijn oude plaats gaat stromen.

Tijdens de wandeling vertelde Boswachter Bart niet alleen over de grote modderkruiper, we stonden stil bij grasland dat de gehele zomer in bloei staat om zo de insecten een impuls te geven. Ook is er een nog intacte – maar niet werkende – eendenkooi in het gebied. Een viertal ‘tamme’ eenden verkregen van een bevriend vogelopvangcentrum zwemmen daar gemoedelijk rond. Ook zagen we verschillende dieren zoals zilverreigers, blauwe reigers, boomvalken en heel veel sporen van reeĂ«n.

De toekomst voor het natuurgebied is dat het een veilige haven wordt voor het wild in Nederland. Niet alleen de grote modderkruiper, maar ook andere bedreigde diersoorten zullen hier floreren. Op een aantal percelen bloeien bijna het hele jaar door bloemen om insecten een haven te bieden. Een visvriendelijke vijzel om het water in het ‘pompveld’ -vandaar de naam- te krijgen, draagt daar ook aan bij. “Dat maakt de samenwerking tussen het waterschap en Brabants Landschap zo bijzonder. We dragen ieder bij vanuit onze eigen expertise tot het zo goed mogelijk realiseren van dit gebied. Dat een natuurinstantie en een waterschap op deze manier samenwerken is uniek, maar biedt een goede garantie voor de toekomst van het Andelsch Broek Pompveld. En daar mogen we best trots op zijn.”

Michiel Alexander de Raaf

FOTO: Boswachter Bart Pörtzgen (links) en AB-lid Michiel Alexander de Raaf (rechts) in het Andelsch Broek Pompveld.

123456789101112