Nieuw Peil: Geborgde zetels

12 juli 2022

 

Besluiten die waterschappen nemen raken ons allemaal. Al honderd jaar geleden is de democratisering van de waterschappen ingezet om het stelsel aan te passen aan de uitdagingen van de toekomst. De initiatiefwet van GroenLinks en D66 – Tjeerd de Jong – draagt daar verder aan bij. Waarom is dit zo belangrijk?

Tieneke Clevering, fractievoorzitter van Water Natuurlijk Fryslân, was heel lang de jongste waterschapsbestuurder van ons land. Haar motivatie voor democratisering is kraakhelder: ”Elk volksvertegenwoordigend orgaan moet een weergave zijn van de samenleving. De waterschappen hebben nu wel wat weg van een politiek opvanghuis als je naar de gemiddelde leeftijd kijkt”, zegt ze met een glimlach. “Dat kan stukken beter.” Tieneke is oorspronkelijk van de boerderij, zag het stelsel van waterschappen
en was direct nieuwsgierig. ‘Hier wil ik bij horen’ was haar eerste reactie. Al gauw kwam het besef dat er geen democratisch proces ten grondslag ligt aan de deze besturen. “Bij Wetterskip Fryslân zijn er nu zeven geborgde zetels. Drie van de agrarische LTO, twee uit het bedrijfsleven en twee vanuit natuurorganisaties. Ze noemen het kwaliteitszetels, maar dát hoor je mij niet zeggen.”

Doorslaggevend
Tjeerd de Groot
, D66 Tweede Kamerlid vanaf 2017: “Waterschappen hebben een ongelofelijk belangrijke taak in het opvangen van klimaat- verandering. Met de extremen in regenval en droogte krijgen ze daar een steeds grotere rol in. D66 juicht dat toe, mits democratisch.” Tieneke valt hem bij: “Juist in Friesland hebben kiezers gekozen voor een groene, ecologische koers. Maar door de geborgde zetels halen die plannen het vaak niet, met ‘13 tegen en 12 voor’ zijn ze hier in de provincie vaak de doorslaggevende component. Zonder de geborgde zetels waren we veel progressiever geweest, veel groener, veel voortvarender.”

“Met het initiatiefvoorstel dat is ingediend door GroenLinks en D66 stellen we een wijziging van de Waterschapswet en de Kieswet voor om o.a. de geborgde zetels te schrappen”, legt Tjeerd uit. “Het is noodzakelijk om de waterschappen te vernieuwen, er komen grote veranderingen aan. Er is Europese wetgeving waar we aan moeten voldoen, dan kan het niet zo zijn dat het uiteindelijk in de uitvoer stokt omdat daar geen democratisch proces plaatsvindt en beperkte, individuele belangen de boventoon voeren.”

“Er zijn vier grote dossiers die op het waterschap afkomen,” vult Tieneke aan. “Veenweidegebieden, Kaderrichtlijn Water, Klimaat en Stikstof. Dit is zo belangrijk, dat kan niet zonder democratische basis.”

Stroom tegen
Eind mei, tijdens de behandeling van het initiatief in de Tweede Kamer, kreeg het voorstel de stroom behoorlijk tegen. “Elke student politicologie zou over dit politieke spektakeleen heel mooi werkstukje kunnen schrijven”, reflecteert Tjeerd een week na de stemming. “Niet de uitkomst die we voor ogen hadden maar het is echt een goede stap. Er gaat best wat veranderen. De geborgde zetels namens het bedrijfsleven, die verdwijnen. En er ontstaat een nieuw evenwicht gezien de agrarische sector
– onbebouwd – maximaal twee geborgde zetels levert, en de natuurorganisaties ook twee. Daarnaast is een streep getrokken door de aanwezigheid van een ‘geborgde’ in het dagelijks bestuur. Ook dat is een belangrijke wijziging. De stem van de kiezer zal hierdoor beter doorklinken.”

Er zaten nog wel een paar verrassende wendingen in het proces. “Aan het eerste amendement van de CU hebben we gezamenlijk nog kunnen sleutelen.” Ging het spreekwoordelijke water bij de wijn? “Jazeker”, bevestigt Tjeerd. “Met een belangrijke aanpassing heeft GroenLinks,
en ook onze D66 fractie dit amendement onderschreven. En werd het gewijzigd door de Tweede Kamer aangenomen. We verwachten dat de Eerste Kamer, hopelijk nog voor het zomerreces of anders vlak daarna, met dit compromis ook voor deze initiatiefwet zal stemmen.”

Uit de Democraat van zomer 2022
Tekst: Marieke de Jong
Foto: Jeroen Mooijman

 

Rienk Kuiper: Bodem en Water sturend

7 juli 2022

Rienk Kuiper heeft een column verzorgd in het blad van de Vereniging van waterbedrijven in Nederland; De Waterspiegel.

Deze willen we u niet onthouden vandaar…

 

Nederland staat aan de voor­ avond van een aantal grote ruimtelijke investeringen. Zo wil het kabinet voor 2035 een miljoen woningen bouwen, 25 miljard uitgeven aan stikstofmaatregelen in de landbouw

en investeren in het beperken van de klimaatverandering. Bodem en water zijn de basis

voor een duurzaam omgevingsbeleid, zo concludeerde het PBL in het advies ‘Grote opgaven in een beperkte ruimte’. Het staat nu ook in het coalitieakkoord: ‘water en bodem worden sturend bij ruimtelijke planvorming’!

Op dit moment zijn water en bodem nog niet zo sturend. Een eerdere evaluatie van de watertoets liet zien dat water weliswaar een rol speelt bij de inrichting van nieuwe woningbouwlocaties, maar bijna nooit bij de locatiekeuzes zelf.

Daardoor komt wellicht een deel van de woningbouw tot stand op plekken die daar minder geschikt voor zijn. Verandert dit met het nieuwe coalitieakkoord? Wordt nu een groot deel van het Groene Hart uitgesloten als mogelijke woningbouwlocatie, omdat het veen in de ondergrond na de bouw van woningen mogelijk voor forse onderhoudskosten kan zorgen?

Of moeten we dan alleen maar in Hoog-Nederland gaan bouwen? Dat is een brug te ver. Het leidt vooral ook af van waarover het nu in eerste instantie zou moeten gaan. Waar kan woningbouw – gezien vanuit water en bodem – ook bínnen een regio het best plaatsvinden? Op verzoek van de Eerste Kamer heeft het PBL in de Planmonitor NOVI verstedelijkingsplannen in kwetsbare gebieden in beeld gebracht. Juist op veenweidegrond zien we meer plannen opduiken, zoals in Rijnenburg bij Utrecht, in de Gnephoek bij Alphen a/d Rijn, de Grote Polder bij Zoeterwoude, of Polder Mastenbroek bij Zwolle.

Een andere kwetsbare categorie vormen de gebieden die van belang zijn vanuit waterveiligheid. Zo wil Arnhem woningbouw in Stadsblokken/Meinerswijk, juist in de uiterwaarden van de Nederrijn. Dat houdt geen rekening met mogelijk toekomstige veel grotere afvoerpieken van de rivier. De waterschappen hebben ernstige bedenkingen geuit tegen dit plan. Ook de deltacommissaris adviseert om de langetermijnontwikkelingen van zeespiegelstijging, veranderende rivierafvoeren, meer extreem weer en de bodemdaling nu al mee te nemen bij de woningbouwplannen.

‘Water en bodem sturend bij ruimtelijke planvorming’ gaat natuurlijk om meer dan alleen woningbouw. Het gaat bijvoorbeeld ook om de drinkwaterplanning. Gelderland gaat nieuwe strategische voorraden voor de drinkwatervoorziening aanwijzen. De provincie houdt rekening met meer grondwaterwinning op en rond de al stevig verdroogde Veluwe. Dat zou leiden tot nog meer droogvallende sprengenbeken en verdroogde natuur. Kiezen voor oevergrondwaterwinning langs de grote rivieren lijkt meer kansen te bieden om water

en bodem sturend te laten zijn.

In de komende jaren zullen vele miljarden worden geïnvesteerd in nieuwe wo- ningen, bedrijventerreinen, de energietransitie, herstructurering van stedelijk gebied en infrastructuur. Als het nieuwe kabinet bodem en water sturend wil laten zijn, dan moet dit ook zichtbaar worden in de locatiekeuzes. Voor woningen, maar ook voor ons drinkwater. Niet alles kan, en niet alles kan overal, zo staat het tenslotte ook in de Nationale Omgevingsvisie.

Geborgde zetels bijna afgeschaft

30 juni 2022

Water Natuurlijk is content met het bereikte compromis. Moderne democratie gaat ervan uit dat inwoners van een gebied de politieke gezagsdragers kiezen. Beperking van het aantal geborgde zetels naar 4 (was 7); de gelijke verdeling tussen onbebouwd en natuur en stopzetting van verplichte zitting in het dagelijks bestuur biedt voldoende kansen voor de ambities die Water Natuurlijk heeft. Een meerderheid in de Tweede Kamer kiest voor een sterkere democratische legitimatie en koestert in evenwicht de belangen naar de toekomst.

Dinsdag 31 mei is er gestemd in de Tweede Kamer om de geborgde zetels in de Waterschapsbesturen af te schaffen. Het initiatiefvoorstel van D66 en GroenLinks is met een amendement van de CU aangenomen. Water Natuurlijk is als grootste waterschapspartij van Nederland groot voorstander van het totaal afschaffen van geborgde zetels. Politiek bleek dat nu een te grote stap. Met het compromis dat is bereikt is Water Natuurlijk redelijk tevreden.

De geborgde zetels geven een ouderwetse situatie weer die weinig met democratie en veel met belangen te maken heeft. Door nu te kiezen voor de gelijke verdeling van de maximaal 4 geborgde zetels tussen agrarische en natuurbelangen wordt het natuurbelang via die weg extra versterkt. Water Natuurlijk is daar blij mee. Dat maakt het compromis verdedigbaar. Overigens blijft Water Natuurlijk van mening dat de eens per 4 jaar gekozen vertegenwoordigers prima in staat zijn om naast het algemeen belang ook oog te houden voor specifieke deelbelangen.

Daarom pleit Water Natuurlijk ook voor het behouden van het totale aantal zetels in elk waterschap en daarmee voor vergroting van het aantal zetels dat door openbare verkiezingen wordt ingevuld.

Nu de Tweede Kamer deze stap heeft gezet, roept Water Natuurlijk de Eerste Kamer op om ook akkoord te gaan en de wijzigingen voor de waterschapsverkiezingen van 15 maart 2023 daadwerkelijk mogelijk te maken. De provincies zijn nu in afstemming met de waterschappen aan zet om zeer voortvarend de regelgeving aan te passen zodat verkiezingen op de nieuwe wijze invulling gaan krijgen.

De eerder ingediende motie van de VVD die bepaalt dat de nieuwe situatie pas ingaat na de waterschapsverkiezingen van 2023 werd verworpen.

Natuurvriendelijke landbouw in uiterwaarden


De provincie Gelderland heeft een Panorama Gelderse Rivieren opgesteld. In de komende decennia zijn verdere aanpassingen aan de rivieren nodig om de gevolgen van klimaatverandering tegen te gaan.

De provincie wil een robuust en schoon riviersysteem met voldoende ruimte voor toekomstige ontwikkelingen en voldoende natuurlijke dynamiek. Verbeteren van de waterveiligheid moet samengaan met ruimtelijke kwaliteit.

De dynamiek van de rivier moet meer sturend worden voor natuurontwikkeling. Dit zal een dynamisch natuurbeeld geven, waarbij soorten meebewegen met rivierprocessen en de klimaatverandering. Dit vraagt soms een flexibelere benadering van het natuurbeleid en de daarbij bepaalde natuurdoelen.

In zogeheten rivierparken bij de steden wil de provincie meer ruimte geven aan recreatie. In deze gebieden wil de provincie ook inzetten op een mix van robuuste riviernatuur en vooral natuurinclusieve landbouw.

Waal
Met de verwachte hogere extreme afvoerverdeling krijgt de Waal het in de toekomst moeilijk. Bij hoogwater staat het water in de Waal al meters hoger dan in de Nederrijn en IJssel. Hierdoor stuwt het water op richting de splitsingspunten. Dat kan effect hebben op de afvoerverdeling. Daarvoor zijn twee oplossingen te bedenken: forse verruiming van het winterbed van de Waal, door dijkverleggingen en bypasses. Of het accepteren van een andere afvoerverdeling en de andere riviertakken daarop voorbereiden.

Pannerdensch Kanaal en Nederrijn
Er zijn twee belangrijke vraagstukken voor het natuurnetwerk langs deze riviertak. Ten eerste de omgang met de landbouwgebieden langs het Pannerdensch Kanaal en op de zuidoever van de Nederrijn-Lek. Ten tweede de omgang met delfstoffenwinning.
Bij Wageningen wil de provincie in het kader van het project Grebbedijk natuurontwikkeling en aanleg van een recreatief uitloopgebied met zwemmogelijkheden in de uiterwaarden.

IJssel
Ten opzichte van andere rivieren, zijn relatief grote delen van de IJsseluiterwaarden in gebruik door de landbouw. De provincie wil hier een omslag naar natuurinclusieve landbouw. Verder wil de provincie In de uiterwaarden van de IJssel natuurontwikkeling en ook anticiperen op hogere waterafvoeren in de toekomst. Dat betekent volgens de provincie ‘een zorgvuldige ruimtelijke ordening om spijtmaatregelen in de nog open ruimten te voorkomen’. Dit geldt met name bij de flessehalzen Doesburg, Zutphen en Deventer. Ook ziet de provincie kansen voor oeverdrinkwaterwinning langs de IJssel.
Een belangrijke maatregel is ook het stopzetten van de erosie van de IJsselbodem in het zuidelijk deel van de rivier. Het omhoog brengen van de IJsselbodem is wellicht een andere mogelijkheid. Dit levert een belangrijke bijdrage aan zowel het tegengaan van verdroging van de uiterwaardennatuur als aan het oplossen van scheepvaartknelpunten.

Maas
In vergelijking met de andere rivieren is de provinciale natuuropgave langs de Maas bescheiden. Rivierverruiming langs de Maas richt zich met name op het herstel van oude Maasmeanders.
Langs grote delen van de oevers van Maas ziet de provincie kansen voor het benutten van oevergrondwater voor onze drinkwatervoorziening.

 

Verbeter waterkwaliteit!


Nederland stevent af op een impasse vergelijkbaar met de stikstofcrisis. Dit blijkt uit onderzoek van Natuurmonumenten. We moeten nú alles op alles zetten om Europese wa- terdoelen te halen.

Over vijf jaar moet het oppervlakte- en grondwater in Nederland van goede kwaliteit en kwantiteit zijn. Nog niet één procent van onze oppervlaktewateren voldoet aan alle eisen die Europa stelt. De waterkwaliteit verslechtert zelfs en (grond)waterstanden zijn structureel te laag. Plannen om de wateren te verbeteren zijn er, maar deze zijn te weinig concreet. Nu geen politieke daadkracht tonen, kan verstrekkende gevolgen hebben voor natuur én economie. Als onze wateren in 2027 niet voldoen aan alle vastgestelde KRW-doelen en de daarvoor benodigde maatregelen niet tijdig zijn genomen, kan Nederland in gebreke gesteld worden. De Europese Commissie kan dwangmaatregelen of forse boetes opleggen. Ook kunnen, net als bij de stikstofcrisis, economische en maatschappelijke ontwikkelingen in de knel komen. Het risico bestaat dat vergunningen niet verleend of vernietigd worden, als deze schadelijk zijn met het oog op de KRW-doelen. Zelfs onherroepelijke vergunningen zijn volgens de onderzoekers niet onaantastbaar. Dit kan betekenen dat het land (deels) ‘op slot’ gaat. Natuurmonumenten doet een appel op minister Harbers van Infrastructuur en Waterstaat om de regie in handen te nemen. Er zijn namelijk rigoureuze, strengere maatregelen nodig om de KRW-doelen te halen. Denk aan strenger mest- en pesticidenbeleid met verplichtende maatregelen die leiden tot schoner water. Vermindering van lozingen. Strengere regels voor grondwatergebruik. En een verbetering van de monitoring, zodat de effectiviteit van maatregelen tijdig vastgesteld en bijgestuurd kan worden.

Petitie ‘Stop de Watercrisis’

Om erger te voorkomen en de watercrisis een halt toe te roepen is Natuurmonumenten een petitie gestart. De doe- len staan, nu is het tijd het tempo op te voeren. Wil jij ook dat overheden alles op alles zetten om de waterdoelen te halen? Teken de petitie dan hier

 

Europese lidstaten laten paling in de steek


Op 30 mei jongstleden heeft ICES (International Council for the Exploration of the Sea) haar onderzoek naar het Europees Aalherstelplan gepubliceerd. Wat blijkt? Het doel om de Europese palingpopulatie duurzaam te herstellen is op dit moment verder weg dan in 2012.

Als onderdeel van het Europese Aalherstelplan moeten Europese lidstaten een rapport indienen waarin zij aangeven of zij zich aan de doelstellingen hebben gehouden. De belangrijkste zijn: a) 40 procent van de schieraal (volwassen paling) moet terug naar zee kunnen zwemmen om zich voort te kunnen planten en b) palingsterfte tijdens de ingewikkelde levenscyclus moet worden tegengegaan.

Het Nederlandse Herstelplan heeft er wel degelijk voor gezorgd dat de sterfte door menselijk toedoen significant is gedaald. Daarnaast heeft het plan ervoor gezorgd dat er ook meer paling in de Nederlandse wateren zwemt en naar zee kan migreren. Helaas is dit nog steeds onvoldoende om het Europese doel van 40 procent ‘terug naar zee’ ten opzichte van de oorspronkelijke situatie te halen.
Van ICES werd verwacht dat zij aan de hand van deze evaluatie zou adviseren over welke maatregelen het meest effectief zijn bij het herstel van de aal. Helaas kon ICES dit advies niet geven vanwege het algehele gebrek aan herstel van het palingbestand. De meeste maatregelen leveren geen directe positieve bijdrage aan de belangrijkste doelstellingen.

Deze evaluatie komt bovenop het ICES-advies van november 2021 om compleet te stoppen met het vissen op paling in alle levensfasen. ICES concludeert in dit rapport wederom dat de status van de Europese palingpopulatie kritiek is. Het advies om de palingvisserij te stoppen werd in december door de Europese Commissie en de Raad niet opgevolgd. Na deze ICES-evaluatie zal de Europese Commissie naar verwachting werken aan voorstellen voor verdere maatregelen die in het najaar zullen worden gepubliceerd. De meeste EU-landen blijven de visserij op paling toestaan, ondanks het feit dat de soort sinds 2008 door de Internationale Unie voor het behoud van de natuur (IUCN) is geclassificeerd als ‘ernstig bedreigd’ en op de Europese Rode Lijst van zoetwatervissen staat. Op de VISwijzer scoort de paling ook in het rood, met of zonder keurmerk, want je helpt een paling het beste door hem niet op te eten.

In Nederland dienden Kamerleden Grinwis (CU), De Groot (D66), Bromet (GL) en Stoffer (SGP) in 2021 twee moties in (motie 1 en motie 2) om de vismigratie te verbeteren. Beide moties werden vrijwel unaniem door de Tweede Kamer aangenomen. In maart 2022 nam Pieter Grinwis ruim 40.000 handtekeningen in ontvangst voor een beter leven voor de paling.

Razendsnelle klimaatactie nodig – IPCC rapport-6 is uit

17 maart 2022

De gevolgen van klimaatverandering zijn ernstiger voor mens en natuur dan eerder werd gedacht. De wereldwijde effecten zijn nu al ingrijpend en deels onomkeerbaar. En er blijft steeds minder tijd over om de gevolgen van verdere klimaatverandering tegen te gaan en om ons tegen die gevolgen te beschermen. Dat stelt het VN-klimaatpanel IPCC in zijn nieuwste rapport.
Dit tweede deel van het 6e IPCC-rapport gaat in op de effecten van klimaatverandering en de mogelijkheden om ons aan te passen aan de gevolgen. Ook gaat het in op de vraag vanaf welke mogelijke drempelwaarden de gevolgen van de mondiale opwarming onomkeerbaar zijn. Denk daarbij aan het verlies van plant- en diersoorten en het smelten van ijsmassa van gletsjers en poolkappen. Het risico op deze gevolgen kan alleen worden beperkt als de komende decennia de uitstoot van broeikasgassen drastisch afneemt.
De belangrijkste boodschap van het rapport is dat we razendsnel aan de slag moeten. Niet alleen moeten we de CO2-uitstoot drastisch tegengaan maar ook moeten we ons fundamenteel aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. De risico’s van klimaatverandering komen harder op ons af dan klimaatwetenschappers hadden ingeschat in het rapport van 2014. Om een leefbare en duurzame toekomst voor iedereen veilig te stellen, moeten we nú op grote schaal in actie komen.
Het is het allerbelangrijkst om de uitstoot van broeikasgassen stevig te verminderen. In de eerste plaats omdat de risico’s boven de 1,5 graden opwarming voor mens en natuur flink toenemen. Op sommige plekken kunnen mensen en dieren zich over tien of twintig jaar niet meer beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering. Er zijn plekken waar dat nu al niet meer kan. Bij een opwarming boven de 1,5 graden wordt bovendien de kans groter op gebeurtenissen met een zeer grote impact. De Antarctische ijskap kan bijvoorbeeld versneld afsmelten, met een snellere zeespiegelstijging tot gevolg.

Waterschappen willen af van Gazprom


Op lokaal en regionaal niveau bestaat steeds meer verzet tegen samenwerking met het Russische staatsbedrijf Gazprom. Waterschappen die een contract hebben met Gazprom, zoeken naar alternatieven.
Ruim de helft van de 21 waterschappen in Nederland heeft een contract met Gazprom voor de levering van gas. De waterschappen in onze regio; Rijn en IJssel, Rivierenland en  Vallei en Veluwe hebben géén banden met Gazprom.
De waterschappen hebben advies gevraagd aan het ministerie van Economische Zaken. De situatie in Oekraïne is genoeg reden om de contracten te heroverwegen.
Probleem is volgens de Unie dat sommige andere energieleveranciers ook gas van Gazprom betrekken. Het heeft geen zin om van leverancier te veranderen als dat uiteindelijk hetzelfde Russische staatsgas oplevert.

Afschaffen ondemocratische ‘geborgde’ zetels weer stapje dichterbij


Het initiatiefwetvoorstel van GroenLinks en D66 over de geborgde zetels van de waterschappen is een volgende fase ingegaan. De Kamerleden Laura Bromet en Tjeerd de Groot hebben met de nota naar aanleiding van het verslag antwoord gegeven op de vele vragen van de Tweede Kamer over het wetsvoorstel.
In 36 pagina’s gaan de Kamerleden in op vragen over o.a. de gevolgen van de wet voor de kwaliteit van het waterschapsbestuur en waterbeheer en de achtergrond en motivatie van dit voorstel.
De initiatiefnemers geven aan dat zij het advies van de ommissie Boelhouwer hebben gevolgd, die adviseert om de geborgde zetels helemaal af te schaffen. Uit de quick scan van de commissie Boelhouwer en het Centrum voor Onderzoek van de Economie van Lagere Overheden blijkt dat op dit moment sprake is van een oververtegenwoordiging van bepaalde belangen.
De initiatiefnemers antwoorden hierop dat het afschaffen van de geborgde zetels niet betekent dat de belangen die deze zetels vertegenwoordigden niet meer in de waterschapsbesturen vertegenwoordigd ‘mogen’ zijn: de vertegenwoordigers van deze belangen staat het immers vrij om via partijen aan de waterschapsverkiezingen mee te doen.
Bromet en De Groot vinden het voor een belangenorganisatie hun goed recht om de belangen zo vaak als zij wensen in een besluitvormingsprocedure in te brengen. Dit moet alleen niet betekenen dat deze specifieke belangengroepen ook nog aangewezen zetels moeten krijgen.

Arnhem over een eeuw – een toekomstvisie


Na de kaart van het groene Nederland van 2120 schetsen Wageningse wetenschappers nu ook hoe de stad van 2120 eruitziet – met Arnhem als concreet voorbeeld.
Drijvende, houten woontorens, ventilatiecorridors die de binnenstad een verkoelende bries bezorgen, energie uit waterkracht via een stelsel van ondergrondse buizen en meertjes op de Veluwe: de Wageningse visie op het Arnhem van de 22e eeuw bevat allerlei voorzieningen die tot de verbeelding spreken. ‘Doemscenario’s over de toekomst zijn er al ruimschoots. Deze verkenning laat zien dat een rooskleurig toekomstbeeld óók haalbaar is, mits Nederland er tijdig op voorsorteert. Als we willen, kunnen we over vijftig jaar al een heel eind op weg zijn naar een toekomstbeeld zoals dit. Maar dan moeten bestuurders en beleidsmakers wel vlot in actie komen, en niet eerst nog jarenlang afwachten.’
Dat juist Arnhem de plaats van handeling is van de urbane toekomstvisie, is geen toeval. De stad ligt op het snijpunt van twee belangrijke Nederlandse landschapstypen: het rivierengebied en de hogere zandgronden. Het onderliggende idee is dat het natuurlijke systeem leidend is, en dat we de keuzes voor de stedelijke ontwikkeling daarop enten. Als de natuurlijke context vergelijkbaar is, zijn dezelfde principes toepasbaar op andere locaties. De visie biedt daardoor aanknopingspunten voor zowel de laaggelegen steden in onder andere de Randstad, als voor hoog en droog gelegen steden zoals Nijmegen en Apeldoorn.

Zowel de rivier als het reliëf rond de stad zijn leidend voor het toekomstbeeld van Arnhem. Beeld WUR.

123456789101112131415161718192021