Natuurvriendelijke landbouw in uiterwaarden

30 juni 2022

De provincie Gelderland heeft een Panorama Gelderse Rivieren opgesteld. In de komende decennia zijn verdere aanpassingen aan de rivieren nodig om de gevolgen van klimaatverandering tegen te gaan.

De provincie wil een robuust en schoon riviersysteem met voldoende ruimte voor toekomstige ontwikkelingen en voldoende natuurlijke dynamiek. Verbeteren van de waterveiligheid moet samengaan met ruimtelijke kwaliteit.

De dynamiek van de rivier moet meer sturend worden voor natuurontwikkeling. Dit zal een dynamisch natuurbeeld geven, waarbij soorten meebewegen met rivierprocessen en de klimaatverandering. Dit vraagt soms een flexibelere benadering van het natuurbeleid en de daarbij bepaalde natuurdoelen.

In zogeheten rivierparken bij de steden wil de provincie meer ruimte geven aan recreatie. In deze gebieden wil de provincie ook inzetten op een mix van robuuste riviernatuur en vooral natuurinclusieve landbouw.

Waal
Met de verwachte hogere extreme afvoerverdeling krijgt de Waal het in de toekomst moeilijk. Bij hoogwater staat het water in de Waal al meters hoger dan in de Nederrijn en IJssel. Hierdoor stuwt het water op richting de splitsingspunten. Dat kan effect hebben op de afvoerverdeling. Daarvoor zijn twee oplossingen te bedenken: forse verruiming van het winterbed van de Waal, door dijkverleggingen en bypasses. Of het accepteren van een andere afvoerverdeling en de andere riviertakken daarop voorbereiden.

Pannerdensch Kanaal en Nederrijn
Er zijn twee belangrijke vraagstukken voor het natuurnetwerk langs deze riviertak. Ten eerste de omgang met de landbouwgebieden langs het Pannerdensch Kanaal en op de zuidoever van de Nederrijn-Lek. Ten tweede de omgang met delfstoffenwinning.
Bij Wageningen wil de provincie in het kader van het project Grebbedijk natuurontwikkeling en aanleg van een recreatief uitloopgebied met zwemmogelijkheden in de uiterwaarden.

IJssel
Ten opzichte van andere rivieren, zijn relatief grote delen van de IJsseluiterwaarden in gebruik door de landbouw. De provincie wil hier een omslag naar natuurinclusieve landbouw. Verder wil de provincie In de uiterwaarden van de IJssel natuurontwikkeling en ook anticiperen op hogere waterafvoeren in de toekomst. Dat betekent volgens de provincie ‘een zorgvuldige ruimtelijke ordening om spijtmaatregelen in de nog open ruimten te voorkomen’. Dit geldt met name bij de flessehalzen Doesburg, Zutphen en Deventer. Ook ziet de provincie kansen voor oeverdrinkwaterwinning langs de IJssel.
Een belangrijke maatregel is ook het stopzetten van de erosie van de IJsselbodem in het zuidelijk deel van de rivier. Het omhoog brengen van de IJsselbodem is wellicht een andere mogelijkheid. Dit levert een belangrijke bijdrage aan zowel het tegengaan van verdroging van de uiterwaardennatuur als aan het oplossen van scheepvaartknelpunten.

Maas
In vergelijking met de andere rivieren is de provinciale natuuropgave langs de Maas bescheiden. Rivierverruiming langs de Maas richt zich met name op het herstel van oude Maasmeanders.
Langs grote delen van de oevers van Maas ziet de provincie kansen voor het benutten van oevergrondwater voor onze drinkwatervoorziening.

 

Verbeter waterkwaliteit!


Nederland stevent af op een impasse vergelijkbaar met de stikstofcrisis. Dit blijkt uit onderzoek van Natuurmonumenten. We moeten nú alles op alles zetten om Europese wa- terdoelen te halen.

Over vijf jaar moet het oppervlakte- en grondwater in Nederland van goede kwaliteit en kwantiteit zijn. Nog niet één procent van onze oppervlaktewateren voldoet aan alle eisen die Europa stelt. De waterkwaliteit verslechtert zelfs en (grond)waterstanden zijn structureel te laag. Plannen om de wateren te verbeteren zijn er, maar deze zijn te weinig concreet. Nu geen politieke daadkracht tonen, kan verstrekkende gevolgen hebben voor natuur én economie. Als onze wateren in 2027 niet voldoen aan alle vastgestelde KRW-doelen en de daarvoor benodigde maatregelen niet tijdig zijn genomen, kan Nederland in gebreke gesteld worden. De Europese Commissie kan dwangmaatregelen of forse boetes opleggen. Ook kunnen, net als bij de stikstofcrisis, economische en maatschappelijke ontwikkelingen in de knel komen. Het risico bestaat dat vergunningen niet verleend of vernietigd worden, als deze schadelijk zijn met het oog op de KRW-doelen. Zelfs onherroepelijke vergunningen zijn volgens de onderzoekers niet onaantastbaar. Dit kan betekenen dat het land (deels) ‘op slot’ gaat. Natuurmonumenten doet een appel op minister Harbers van Infrastructuur en Waterstaat om de regie in handen te nemen. Er zijn namelijk rigoureuze, strengere maatregelen nodig om de KRW-doelen te halen. Denk aan strenger mest- en pesticidenbeleid met verplichtende maatregelen die leiden tot schoner water. Vermindering van lozingen. Strengere regels voor grondwatergebruik. En een verbetering van de monitoring, zodat de effectiviteit van maatregelen tijdig vastgesteld en bijgestuurd kan worden.

Petitie ‘Stop de Watercrisis’

Om erger te voorkomen en de watercrisis een halt toe te roepen is Natuurmonumenten een petitie gestart. De doe- len staan, nu is het tijd het tempo op te voeren. Wil jij ook dat overheden alles op alles zetten om de waterdoelen te halen? Teken de petitie dan hier

 

Europese lidstaten laten paling in de steek


Op 30 mei jongstleden heeft ICES (International Council for the Exploration of the Sea) haar onderzoek naar het Europees Aalherstelplan gepubliceerd. Wat blijkt? Het doel om de Europese palingpopulatie duurzaam te herstellen is op dit moment verder weg dan in 2012.

Als onderdeel van het Europese Aalherstelplan moeten Europese lidstaten een rapport indienen waarin zij aangeven of zij zich aan de doelstellingen hebben gehouden. De belangrijkste zijn: a) 40 procent van de schieraal (volwassen paling) moet terug naar zee kunnen zwemmen om zich voort te kunnen planten en b) palingsterfte tijdens de ingewikkelde levenscyclus moet worden tegengegaan.

Het Nederlandse Herstelplan heeft er wel degelijk voor gezorgd dat de sterfte door menselijk toedoen significant is gedaald. Daarnaast heeft het plan ervoor gezorgd dat er ook meer paling in de Nederlandse wateren zwemt en naar zee kan migreren. Helaas is dit nog steeds onvoldoende om het Europese doel van 40 procent ‘terug naar zee’ ten opzichte van de oorspronkelijke situatie te halen.
Van ICES werd verwacht dat zij aan de hand van deze evaluatie zou adviseren over welke maatregelen het meest effectief zijn bij het herstel van de aal. Helaas kon ICES dit advies niet geven vanwege het algehele gebrek aan herstel van het palingbestand. De meeste maatregelen leveren geen directe positieve bijdrage aan de belangrijkste doelstellingen.

Deze evaluatie komt bovenop het ICES-advies van november 2021 om compleet te stoppen met het vissen op paling in alle levensfasen. ICES concludeert in dit rapport wederom dat de status van de Europese palingpopulatie kritiek is. Het advies om de palingvisserij te stoppen werd in december door de Europese Commissie en de Raad niet opgevolgd. Na deze ICES-evaluatie zal de Europese Commissie naar verwachting werken aan voorstellen voor verdere maatregelen die in het najaar zullen worden gepubliceerd. De meeste EU-landen blijven de visserij op paling toestaan, ondanks het feit dat de soort sinds 2008 door de Internationale Unie voor het behoud van de natuur (IUCN) is geclassificeerd als ‘ernstig bedreigd’ en op de Europese Rode Lijst van zoetwatervissen staat. Op de VISwijzer scoort de paling ook in het rood, met of zonder keurmerk, want je helpt een paling het beste door hem niet op te eten.

In Nederland dienden Kamerleden Grinwis (CU), De Groot (D66), Bromet (GL) en Stoffer (SGP) in 2021 twee moties in (motie 1 en motie 2) om de vismigratie te verbeteren. Beide moties werden vrijwel unaniem door de Tweede Kamer aangenomen. In maart 2022 nam Pieter Grinwis ruim 40.000 handtekeningen in ontvangst voor een beter leven voor de paling.

Razendsnelle klimaatactie nodig – IPCC rapport-6 is uit

17 maart 2022

De gevolgen van klimaatverandering zijn ernstiger voor mens en natuur dan eerder werd gedacht. De wereldwijde effecten zijn nu al ingrijpend en deels onomkeerbaar. En er blijft steeds minder tijd over om de gevolgen van verdere klimaatverandering tegen te gaan en om ons tegen die gevolgen te beschermen. Dat stelt het VN-klimaatpanel IPCC in zijn nieuwste rapport.
Dit tweede deel van het 6e IPCC-rapport gaat in op de effecten van klimaatverandering en de mogelijkheden om ons aan te passen aan de gevolgen. Ook gaat het in op de vraag vanaf welke mogelijke drempelwaarden de gevolgen van de mondiale opwarming onomkeerbaar zijn. Denk daarbij aan het verlies van plant- en diersoorten en het smelten van ijsmassa van gletsjers en poolkappen. Het risico op deze gevolgen kan alleen worden beperkt als de komende decennia de uitstoot van broeikasgassen drastisch afneemt.
De belangrijkste boodschap van het rapport is dat we razendsnel aan de slag moeten. Niet alleen moeten we de CO2-uitstoot drastisch tegengaan maar ook moeten we ons fundamenteel aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. De risico’s van klimaatverandering komen harder op ons af dan klimaatwetenschappers hadden ingeschat in het rapport van 2014. Om een leefbare en duurzame toekomst voor iedereen veilig te stellen, moeten we nú op grote schaal in actie komen.
Het is het allerbelangrijkst om de uitstoot van broeikasgassen stevig te verminderen. In de eerste plaats omdat de risico’s boven de 1,5 graden opwarming voor mens en natuur flink toenemen. Op sommige plekken kunnen mensen en dieren zich over tien of twintig jaar niet meer beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering. Er zijn plekken waar dat nu al niet meer kan. Bij een opwarming boven de 1,5 graden wordt bovendien de kans groter op gebeurtenissen met een zeer grote impact. De Antarctische ijskap kan bijvoorbeeld versneld afsmelten, met een snellere zeespiegelstijging tot gevolg.

Waterschappen willen af van Gazprom


Op lokaal en regionaal niveau bestaat steeds meer verzet tegen samenwerking met het Russische staatsbedrijf Gazprom. Waterschappen die een contract hebben met Gazprom, zoeken naar alternatieven.
Ruim de helft van de 21 waterschappen in Nederland heeft een contract met Gazprom voor de levering van gas. De waterschappen in onze regio; Rijn en IJssel, Rivierenland en  Vallei en Veluwe hebben géén banden met Gazprom.
De waterschappen hebben advies gevraagd aan het ministerie van Economische Zaken. De situatie in Oekraïne is genoeg reden om de contracten te heroverwegen.
Probleem is volgens de Unie dat sommige andere energieleveranciers ook gas van Gazprom betrekken. Het heeft geen zin om van leverancier te veranderen als dat uiteindelijk hetzelfde Russische staatsgas oplevert.

Afschaffen ondemocratische ‘geborgde’ zetels weer stapje dichterbij


Het initiatiefwetvoorstel van GroenLinks en D66 over de geborgde zetels van de waterschappen is een volgende fase ingegaan. De Kamerleden Laura Bromet en Tjeerd de Groot hebben met de nota naar aanleiding van het verslag antwoord gegeven op de vele vragen van de Tweede Kamer over het wetsvoorstel.
In 36 pagina’s gaan de Kamerleden in op vragen over o.a. de gevolgen van de wet voor de kwaliteit van het waterschapsbestuur en waterbeheer en de achtergrond en motivatie van dit voorstel.
De initiatiefnemers geven aan dat zij het advies van de ommissie Boelhouwer hebben gevolgd, die adviseert om de geborgde zetels helemaal af te schaffen. Uit de quick scan van de commissie Boelhouwer en het Centrum voor Onderzoek van de Economie van Lagere Overheden blijkt dat op dit moment sprake is van een oververtegenwoordiging van bepaalde belangen.
De initiatiefnemers antwoorden hierop dat het afschaffen van de geborgde zetels niet betekent dat de belangen die deze zetels vertegenwoordigden niet meer in de waterschapsbesturen vertegenwoordigd ‘mogen’ zijn: de vertegenwoordigers van deze belangen staat het immers vrij om via partijen aan de waterschapsverkiezingen mee te doen.
Bromet en De Groot vinden het voor een belangenorganisatie hun goed recht om de belangen zo vaak als zij wensen in een besluitvormingsprocedure in te brengen. Dit moet alleen niet betekenen dat deze specifieke belangengroepen ook nog aangewezen zetels moeten krijgen.

Arnhem over een eeuw – een toekomstvisie


Na de kaart van het groene Nederland van 2120 schetsen Wageningse wetenschappers nu ook hoe de stad van 2120 eruitziet – met Arnhem als concreet voorbeeld.
Drijvende, houten woontorens, ventilatiecorridors die de binnenstad een verkoelende bries bezorgen, energie uit waterkracht via een stelsel van ondergrondse buizen en meertjes op de Veluwe: de Wageningse visie op het Arnhem van de 22e eeuw bevat allerlei voorzieningen die tot de verbeelding spreken. ‘Doemscenario’s over de toekomst zijn er al ruimschoots. Deze verkenning laat zien dat een rooskleurig toekomstbeeld óók haalbaar is, mits Nederland er tijdig op voorsorteert. Als we willen, kunnen we over vijftig jaar al een heel eind op weg zijn naar een toekomstbeeld zoals dit. Maar dan moeten bestuurders en beleidsmakers wel vlot in actie komen, en niet eerst nog jarenlang afwachten.’
Dat juist Arnhem de plaats van handeling is van de urbane toekomstvisie, is geen toeval. De stad ligt op het snijpunt van twee belangrijke Nederlandse landschapstypen: het rivierengebied en de hogere zandgronden. Het onderliggende idee is dat het natuurlijke systeem leidend is, en dat we de keuzes voor de stedelijke ontwikkeling daarop enten. Als de natuurlijke context vergelijkbaar is, zijn dezelfde principes toepasbaar op andere locaties. De visie biedt daardoor aanknopingspunten voor zowel de laaggelegen steden in onder andere de Randstad, als voor hoog en droog gelegen steden zoals Nijmegen en Apeldoorn.

Zowel de rivier als het reliëf rond de stad zijn leidend voor het toekomstbeeld van Arnhem. Beeld WUR.

Voorkomen van schade aan groen door droogte


Hoe voorkom je schade aan groen door droogte in stedelijk gebied? Dat was de centrale vraag in een onderzoek van het Nationaal Kennis- en Innovatieprogramma Water en Klimaat (NKWK). De resultaten zijn samengevat in een ‘Green Paper’.
De gemeente Amersfoort werkte mee aan het onderzoek. Al een aantal jaren zet de gemeente in op het optimaliseren van de groeiplaatsomstandigheden voor bomen. “Dat betekent zorgdragen voor een goede bodem en een optimale infiltratie. Daarnaast is goede vochttoevoer nodig in gebieden met lage grondwaterstanden, terwijl in gebieden waar het juist te nat wordt water moet worden afgevoerd.
Voor de droge gebieden zoekt Amersfoort naar manieren om regenwater langer vast te kunnen houden. Dit kan bij groeiplaatsen door organisch stof aan de bodem toe te voegen, maar ook door ondergrondse reservoirs aan te leggen die het vocht gedoseerd aan de bodem teruggeven. Dat laatste is nog niet zo eenvoudig, zowel qua techniek als qua bodembeslag.
Meer biodiversiteit maakt de natuur robuuster. Wat niet helpt is het storten van zand bij nieuwbouwprojecten, dat resulteert in een overgangslaag die niet goed waterdoorlatend is. Dit gaat echt nog niet overal goed, zeker niet als zware machines de boel nog eens aandrukken. Dit is niet een aandachtspunt voor Amersfoort, maar voor alle Nederlandse gemeenten.
Behalve door te planten en herplanten, probeert de gemeente Amersfoort ook preventief schade aan groen te voorkomen door te zoeken naar “de juiste boom op de juiste plek”. Het gaat om soorten die wisselingen tussen extreem hoge en lage grondwaterstanden aankunnen. Stapsgewijs worden soorten die overgevoelig zijn voor natheid en droogte vervangen door soorten die dat soort omstandigheden wel aankunnen.

Help! De Alblasserwaard zakt steeds verder weg…


Waterschap Rivierenland is bezig met een onderzoek naar het waterbeheer in de Alblasserwaard. De bodem van dit veenweidegebied zakt door de te diepe ontwatering steeds verder in. Daarbij komt het broeikasgas CO2 vrij. Door de voortdurende peilverlaging komt de houten paalfundering van veel woningen en monumenten bloot te liggen, en gaat rotten. Dat zorgt voor enorme kosten.
Water Natuurlijk wil de tredmolen van steeds weer peilverlaging keren, en de bodemdaling zoveel mogelijk beperken. In het Klimaatakkoord is afgesproken om de uitstoot van broeikasgassen door veenweidegebieden in 2030 met 1 miljoen ton per jaar omlaag te brengen. Over die aanpak heeft het vorige kabinet in 2020 een brief gestuurd aan de Tweede Kamer. De provincie Zuid-Holland werkt nu een veenweidestrategie uit.

Bron: Waterschap Rivierenland, Bosatlas van de Alblasserwaard

Coalitieakkoord is best wel watervriendelijk

4 januari 2022

Hoe watervriendelijk is het coalitieakkoord van VVD, D66, CDA en CU? Wij van Water Natuurlijk, de grootste waterschapspartij van Nederland, heeft het akkoord van de regeringspartijen met een ruime voldoende beoordeeld op watervriendelijkheid. Alleen die ruime voldoende blijkt wel het gemiddelde van de watervriendelijkheid van de vier partijen. En dat valt dan wel weer een beetje tegen. Met partijen als D66 en ChristenUnie, die beiden een dikke 9 scoorden, had er volgens ons meer ingezeten.


Op de doelen voor het thema klimaat scoort het coalitieakkoord erg hoog. Water Natuurlijk is ook tevreden dat de coalitie aandacht heeft voor water als ordenend principe bij ruimtelijke ontwikkelingen. Verder scoort het coalitieakkoord goed op klimaatadaptatie zowel in de stad als in het ommeland, is er aandacht voor circulariteit en het principe dat de vervuiler betaalt.
Als het gaat over natuurnetwerk is Water Natuurlijk nog niet overtuigd van de ambities van de coalitie. Dit, ondanks de aandacht die er is voor biodiversiteit. Over de afstemming van de nitraatrichtlijn op de kaderrichtlijn water blijft het coalitieakkoord vaag. Hier is ruimte voor verbetering. Ronduit slecht zijn de plannen van de coalitie als het gaat om schoon water en de aanpak van droogte.
Ook vindt Water Natuurlijk het een gemiste kans dat het akkoord niets vermeldt over de afschaffing van geborgde zetels. Een zeer actueel thema, dat met de waterschapsverkiezingen in 2023 in het vooruitzicht, nu geregeld had kunnen worden. En datzelfde geldt voor de financiering van lokale politieke partijen. Die blijven met dit akkoord achtergesteld bij politieke partijen die deel uitmaken van de Tweede Kamer. De plannen in het coalitieakkoord krijgen een ruime voldoende. Nu de uitvoering nog.

12345678910111213141516171819202122