Naar een goede waterkwaliteit

30 november 2021

De waterschappen vragen aandacht voor de waterkwaliteit. In landbouwgebieden is de kwaliteit van het oppervlaktewater nog onvoldoende om in 2027 de doelen van de Europese Kaderrichtlijn Water te halen. Ook voldoet Nederland niet aan de voorschriften van de Europese Nitraatrichtlijn. Om in 2027 de doelen van de Kaderrichtlijn Water en de Nitraatrichtlijn te halen, zijn dan ook ingrijpende keuzes nodig. Dat schrijft demissionair minister Barbara Visser van Infrastructuur en Waterstaat in een brief aan de Tweede Kamer. Als het om op concrete oplossingen gaat, schuift ze de hete aardappel helaas door naar een volgend kabinet.

Nederland loopt nu dan ook de kans dat het in gebreke wordt gesteld als na 2027 niet wordt voldaan aan de KRW eisen. In dat geval kan iedereen een beroep doen op rechtstreeks doorwerkende richtlijnverplichtingen. Een watervergunning bijvoorbeeld kan tot 2027 worden verleend als dat het bereiken van de doelen in 2027 niet in gevaar brengt, bijvoorbeeld omdat er extra maatregelen worden getroffen om de concentratie te verlagen. Vanaf 2027 is die mogelijkheid er niet meer en zal een vergunning moeten worden geweigerd tot er weer ruimte is voor een lozing.

Nederland zal, in de situatie dat doelbereik niet gerealiseerd is, aannemelijk moeten maken dat alle mogelijke  maatregelen zijn genomen en dat met de getroffen maatregelen op langere termijn de doelen worden gehaald.

Wel is het onder strenge voorwaarden het mogelijk om minder strenge doelen vast te stellen voor specifieke waterlichamen. Hiervoor moet aantoonbaar worden gemaakt

dat het feitelijk onmogelijk is om de huidige doelen te halen, dan wel onevenredig kostbaar zou zijn (‘disproportionaliteit van kosten’). Onzekerheid over het behalen van de doelen terwijl er nog een volledige planperiode volgt, is naar alle waarschijnlijkheid onvoldoende reden om nu al doelen te verlagen.

Daarom zijn ingrijpende keuzes nodig om de water- en natuurkwaliteit te verbeteren, schrijft de minister. Maar vervolgens komt ze niet met concrete maatregelen. Die keuze schuift ze door naar een volgend kabinet: “Daarnaast is het aan een nieuw kabinet om een besluit te nemen over het vernatten van veenweidegebieden en het grootschalig herinrichten van beekdalen in het oostelijk en zuidelijk zandgebied”.

De Unie van Waterschappen pleit voor stikstofmaatregelen die bijdragen aan natuurherstel en het verminderen van stikstofuitstoot. Daarnaast zijn er maatregelen nodig om de waterkwaliteit te verbeteren, zodat de doelen van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) in 2027 worden gehaald. Slim combineren is noodzakelijk.

Water Natuurlijk bepleit al langer een verdere aanscherping van het Actieprogramma Nitraat. Ook vinden we dat het verbeteren van de waterkwaliteit en het beperken van de verdroging zo goed mogelijk zouden moeten meeliften met uitkopen verplaatsen van landbouwbedrijven vanuit het stikstofbeleid.

 

Belastingstelsel waterschappen snel aanpassen


Met een eigen belastingstelsel dekken de waterschappen nagenoeg alle kosten van hun taken: veilige dijken, niet te veel en niet te weinig water, schoon oppervlaktewater en het zuiveren van rioolwater. Medio december 2020 alweer hebben de waterschappen voorstellen voor de aanpassing van hun belastingstelsel aan de minister van IenW aangeboden.

De waterschappen vragen nu opnieuw aandacht voor de aanpassing van het waterschapsbelastingstelsel. In december 2020 hebben de waterschappen een voorstel voor de aanpassing van dat stelsel aangeboden aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat. Op dit moment betalen burgers ten opzichte van bedrijven een onevenredig groot deel van deze belastingen. Deze belasting kent op dit moment één tarief voor eigenaren van woningen en eigenaren van niet-woningen. Het tarief is een percentage van de WOZ-waarde. Zoals onder andere Water Natuurlijk en de Vereniging Eigen Huis aangeven, zijn de WOZ-waarden van woningen de afgelopen jaren veel harder gestegen dan de WOZ-waarden van niet-woningen. Gevolg hiervan is dat de huishoudens een steeds groter deel van de rekening zijn gaan opbrengen. De waterschappen hebben daarom voorgesteld dat hun besturen de mogelijkheid krijgen om desgewenst voor woningen een ander tarief te hanteren dan voor niet-woningen, zodat het mogelijk wordt dat huishoudens en bedrijven zo snel mogelijk evenredig gaan en vervolgens blijven betalen aan het voorzieningenniveau van het waterschap.

Het voorstel van de Unie van Waterschappen zorgt er onder meer voor dat er voor alle belastingbetalers een gelijkmatige tariefontwikkeling ontstaat. Door vertragingstactieken van werkgeversorganisatie VNO-NCW, kritiek loopt het hele proces vertraging op. De waterschappen vragen de minister daarom om nu eindelijk eens een keuze te maken.

Wanneer gaat de provincie Gelderland ons grondwater ontzien?


De vraag naar drinkwater stijgt de komende jaren. Om hier in de toekomst in te kunnen voorzien, wil de provincie Gelderland een aantal drinkwaterreserveringsgebieden aanwijzen. In deze gebieden wordt nog niet meteen water gewonnen. Ze hebben wel bescherming nodig, zodat het grondwater ook in de toekomst geschikt blijft voor drinkwaterwinning. De drinkwaterreserveringsgebieden en het beschermingsbeleid staan in het ontwerp-Actualisatieplan 9 Omgevingsverordening Aanvullende Strategische Voorraden (ASV). Dit ligt samen met het Milieueffectrapport (MER) van woensdag 20 oktober tot en met dinsdag 30 november 2021 ter visie.

Door elf zogenaamde drinkwaterreserveringsgebieden aan te wijzen, stelt de provincie 55 miljoen kubieke meter extra drinkwater veilig voor de toekomst.

De provincie heeft 71 potentiële gebieden onderzocht, waarvan er elf zijn overgebleven. Bij de begrenzing is rekening gehouden met bestaand stedelijk gebied, bedrijventerreinen en ‘kansen voor geothermie’ (aardwarmte). Ook is er gekeken naar een zekere spreiding over de provincie, ‘zodat de lasten niet in één regio terechtkomen’.

Water Natuurlijk betreurt het zeer dat de provincie weinig aandacht heeft besteed aan de verdroging die de grondwaterwinning veroorzaakt. Het is nogal kortzichtig van de provincie om helemaal geen alternatieven voor grondwaterwinning te onderzoeken. De provincie lijkt eerdere oproepen om de verdroging nu eindelijk eens structureel aan te pakken te negeren. De natuur heeft veel last van de verdroging, en door deze extra grondwaterwinning kan dat alleen maar toenemen.

Waterwandeling Sint Jansbeek Arnhem


Water Natuurlijk maakte een waterwandeling langs de Arnhemse Sint Jansbeek. We gingen van de bronnen bij Sonsbeek naar de monding aan de Rijnkade. Het was genoegelijk om elkaar weer even – op veilige afstand – in het echt te zien.
We hoorden een heel aantal interessante nieuwtjes. De gemeente Arnhem heeft aan Strootman Landschapsarchitecten opdracht gegeven om een toekomstvisie op te stellen voor de parken Sonsbeek, Zijpendaal en Gulden Bodem. Deze visie gaat in op het monumentale groen, en ook op vernieuwing van paden, meubilair en meer. De afgelopen jaren hebben we als maatschappij ervaren hoe belangrijk groen ‘dichtbij’ is, met name voor bewoners van een stad. Doel is om de parken bestendig te maken tegen de effecten van de klimaatverandering, om ze duurzaam in te richten voor intensief gebruik, en om de parken te laten bijdragen aan een grotere biodiversiteit.
Verder stroomafwaarts aan de rand van de binnenstad loopt de Sint Jansbeek nu in een buis onder de Jansbuitensingel door. Bij bewoners van stad zijn er ideeën – maar nog geen uitgewerkte plannen – om deze waterstroom weer aan de oppervlakte gehaald zou worden, met respect voor het rijksmonumentale karakter van de groenstrook en vijverpartijen op de Jansbuitensingel.
In de binnenstad heeft de gemeente de Sint Jansbeek weer zichtbaar gemaakt. De beek ziet er mooi uit, en heeft wat verworden delen van de binnenstad weer een aardige impuls gegeven. Wel is het jammer dat de functie van de beek beperkt is gebleven tot ‘kijkwater’.  Een kans die is blijven liggen, is om het regenwater van de omringende bebouwing grootschalig af te koppelen van het riool, en via een brede beek naar de Rijn te laten stromen.
Onze wandeling sloot af aan de Rijnkade. Hier wordt het water van de Sint Jansbeek een klein stukje opgepompt, voordat het in de Rijn uitmondt. Binnenkort gaat het waterschap de Rijnkade versterken. Idee is om de Sint Jansbeek dan onder vrij verval en veel zichtbaarder te laten uitmonden.

Gemeenten vergroenen bebouwde omgeving


Gemeenten onderkennen het belang van vergroening bij gebiedsontwikkeling, schrijft de VNG aan demissionair minister Schouten (LNV). Ze benadrukken daarbij dat het voor gemeenten belangrijk is dat vergroening niet apart, maar als integraal onderdeel van stedelijke ontwikkeling en inbreiding wordt meegenomen.

Vergroening van de bebouwde omgeving is belangrijk voor biodiversiteit, gezondheid, klimaatadaptatie en ruimtelijke kwaliteit. Om kwalitatief hoogwaardig groen te realiseren in combinatie met intensiever ruimtegebruik, is vanaf hetbegin een integrale, groeninclusieve ruimtelijke benadering vereist.

Het helpt gemeenten als het rijk ervoor zorgt dat groen als onlosmakelijk onderdeel van stedelijke ontwikkeling en inbreiding wordt meegenomen. Waar het rijk mede bijdraagt aan bijvoorbeeld volkshuisvesting of bereikbaarheid, zou de groenopgave (naast zaken als de energietransitie) daarvan een integraal onderdeel moeten zijn.

Binnengracht Zaltbommel hersteld


De binnengracht bij de Gamersche Poort in Zaltbommel is aangepakt. De gemeente wil hiermee een belangrijk stuk van de historische binnengracht en de verbinding met de omgeving en doorstroming herstellen. Door opnieuw een verbinding te maken tussen de binnengracht en de buitengracht, ontstaat ook weer een verbinding met de Waal. En die zorgt ervoor dat er water in de binnengracht blijft staan.

De binnengracht is een essentieel onderdeel van de Stadswallen en het ecosysteem. Maar het water is in de loop van de vorige eeuw dichtgeslibd. Een deel van de gracht, de groenstrook achter het lage muurtje aan de Zandstraat, was in de jaren ’50 van de vorige eeuw zelfs gedempt en gebruikt als stortplaats. Dit gedeelte is nu gesaneerd.

De komende jaren restaureert de gemeente de zeven bolwerken die rondom de stad Zaltbommel liggen. Samen vormen zij de Stadswallen van Zaltbommel. De binnengracht is hier een onderdeel van. Stadsarchitect François de Virieu transformeerde de vestingwerken van Zaltbommel vanaf 1834 tot een groen landschapspark. De komende jaren worden de stadswallen weer zoals De Virieu het ontwierp. Het is een ambitieus project dat jaren in beslag neemt. Het Rijk wees de Zaltbommelse stadswallen (het geheel van de vestingwerken, wallen, grachten en park) aan als Rijksmonument.

Ongelijke kansen voor aquathermie


Aquathermie krijgt op dit moment geen gelijke kans tussen alle andere bronnen in de energietransitie. Dat blijkt uit onderzoek van adviesbureau APPM naar de vraag hoe effectief aquathermie naar voren komt in overheidsinstrumenten die de energietransitie ondersteunen. Dat maakt dat het benutten van deze warmtebron nog te weinig van de grond komt. En dat terwijl aquathermie tot 40 procent in de warmtebehoefte van de huishoudens kan voorzien.

Uit het onderzoek blijkt dat aquathermie in eerste instantie aantrekkelijk lijkt en als volwaardig alternatief wordt meegenomen in brononderzoeken. Vervolgens is er geen sprake van een gelijk speelveld. Dat komt omdat er een ontoereikend instrumentarium is voor daadwerkelijke realisatie. Het daadwerkelijk realiseren van een project is complex, niet kostendekkend en financieel risicovol. Vooral in de bestaande bebouwde omgeving. Daarom is het voor de politiek ook minder aantrekkelijk. Dit vraagt van initiatiefnemers en betrokken partners veel doorzettingsvermogen en lef.

Uit het rapport komen 3 aanbevelingen naar voren:

  • Spits het instrumentarium meer toe op het mogelijk maken van realisatie. Ga voor het opdoen van meer praktijkervaring met aquathermie aan de slag op plekken waar aquathermie de meeste kans heeft. Of waar het de enige duurzame bron voor een warmtenet is.
  • Om aquathermie in de bestaande gebouwde omgeving te realiseren, is een zo eenvoudig mogelijk technisch ontwerp nodig. Dan kan de toepassing van aquathermie zo goedkoop mogelijk worden gehouden. Het standaardiseren van technieken is daarbij belangrijk.
  • Help de lokale overheden minder terughoudend te zijn door concrete doelstellingen te stimuleren. Help ze daarnaast met het maken van afspraken over het (warmte)verdelingsvraagstuk.

De Unie van Waterschappen en Rijkswaterstaat pleiten voor aanpassingen van de instrumenten, zoals in de aanbevelingen wordt voorgesteld. Dit sluit aan bij de doelstelling van de Green Deal Aquathermie. Daarin staat dat aquathermie wordt gezien als volwaardige bron naast andere duurzame warmtebronnen in de energietransitie. Een gelijk speelveld draagt bij aan deze doelstelling en aan gelijke kansen voor aquathermie.

 

Water Natuurlijk kiest voor robuuster IJsselmeer


Water Natuurlijk kiest als toekomstbeeld voor het IJsselmeergebied principieel voor een natuurlijk(er) IJsselmeergebied als een strategische zoetwatervoorziening (m.n. drinkwatervoorziening) en een ecologisch gezond systeem. Ons vertrekpunt zijn de basiswaarden van solidariteit, flexibiliteit, duurzaamheid, open landschap en ecologie. Binnen deze basiswaarden wordt de beschikbaarheid van zoet water en de ruimte voor andere functies zoals recreatie, visserij en scheepvaart bepaald, zo staat in onze zienswijze op het Nationaal Waterprogramma 2022-2027 (NWP).

Het IJsselmeer, het Markermeer, de Randmeren en een groot gebied daaromheen waarmee een directe relatie bestaat, spelen een sleutelrol in het waterbeheer van Nederland. Miljoenen huishoudens zijn afhankelijk voor hun drinkwater van het IJsselmeer en ook een groot deel van Noord- en West-Nederland is afhankelijk van de zoetwater voorziening van het meer. Het IJsselmeergebied heeft een bijzondere betekenis voor de natuur en het landschap. Het gehele gebied heeft de Natura 2000-status.

Wij streven naar een natuurlijker IJsselmeergebied met een inzet op herstel van hydrologische en ecologische processen zoals een natuurlijker peilbeheer. De strategische zoetwatervoorraad in het IJsselmeergebied is eindig en dient gereserveerd te worden voor de belangrijkste doelen.

Dat betekent dat de zoetwaterafhankelijkheid van het IJsselmeergebied door de landbouw, industrie en energievoorziening sterk moeten verminderen. Doorspoelen van het regionale watersysteem voor landbouwkundig gebruik om verzilting tegen te gaan, moet vervangen worden door alternatieven. Dit vraagt om een transitie van de landbouw.

En dat betekent dat in het NWP een veel sterkere inzet van het regionale waterbeheer (de waterschappen) wordt gevraagd, gericht op vasthouden en bergen van water en verbeteren van de waterkwaliteit.

Verder bepleiten we de aanleg in het IJsselmeergebied van geleidelijk aflopende natuurlijke en zachte oevers met ondiepe zones die samen met dat natuurlijker peilregime, mogelijkheden bieden voor ontwikkeling en/of herstel van oeverfora en -fauna. Ook zien we graag herstel van verbindingen tussen de verschillende compartimenten van het IJsselmeer, en van de verbinding tussen de Waddenzee en het IJsselmeer, met behoud van de zoetwaterfunctie – zoals bijv. de vismigratierivier bij Kornwerderzand Deze natuurlijke overgangen zullen ook de visstand in het IJsselmeergebied en in het achterland, verbeteren. Met de aanleg van achteroevers – een zoetwaterbufferzone achter de dijk – en wisselpolders kan de opslagcapaciteit wordt vergroot en de natuurlijke verbinding met het achterland wordt verbeterd.

Nieuw ruimtebeslag door eilanden of voor de energievoorziening (windparken, zonneparken) zal achterwege moeten blijven, zodat het open waterlandschap behouden blijf evenals de kenmerkende cultuurhistorisch elementen van de voormalige Zuiderzee. Buitendijkse bebouwing zal voorkomen moeten worden.

Dat vraagt een sterke regierol van het Rijk. Water Natuurlijk bepleit al binnen de planperiode van dit Nationaal Waterprogramma structurele maatregelen te nemen om de achteruitgang van de natuur om te buigen en de strategische zoetwatervoorraad veilig te stellen. Neem daarbij 2100 als horizon en wacht niet tot 2027 om te beginnen!

Kappen met kappen in de uiterwaarden


Rijkswaterstaat is de laatste jaren soms vrij rücksichtlos bezig geweest om bomen en struiken in de uiterwaarden weg te halen. Vegetatie in de uiterwaarden wordt gekapt en gemaaid om centimeters opstuwing te voorkomen. Het Wereld Natuur Fonds, ARK Natuurontwikkeling, Bureau Stroming en Flows Productions zien een kans voor integratie tussen veiligheid en natuur.

De nieuwe Waterwet heeft het beoordelen en ontwerpen van de dijken flink veranderd en dat gaat ook op voor de ontwikkeling en het beheer van de rivieruiterwaarden.

Met de nieuwe veiligheidssystematiek is opstuwing uit te drukken in extra dijkversterkingskosten om in 2050 aan de Waterwet te voldoen. Uit onderzoek door HKV voor deze productie blijkt dat opstuwing door riviernatuur relatief weinig kost aan extra dijkversterking.

Met meer opstuwing kan de biodiversiteit omhoog en kunnen de beheerkosten omlaag. Bovendien geeft het meer vrijheid voor uiterwaardontwerp en beheer, voor bijvoorbeeld obstakels in de uiterwaarden.

Tot 2050 staan er projecten op de rol van 300 tot 400 miljoen euro per jaar in het Hoogwaterbeschermingsprogramma, en 50 tot 100 miljoen voor natuurontwikkeling in en rond de grote wateren. Het Rijk wil wateropgaven beter integreren met elkaar en met ruimtelijke kwaliteit. Met dit onderzoek heeft dat veel meer perspectief gekregen.

Levende rivieren bieden ruimte voor hoogwater én ruimte voor riviernatuur.

De kunst zal zijn om tussen 0 en 50 centimeter opstuwing slim in te passen tussen de dijken: tegen zo min mogelijk meerkosten en met zo veel mogelijk baten.

Deze lage kosten zijn te verklaren door onbenutte ruimte in het sterk gefragmenteerde dijkensysteem. Deze ruimte komt vrij nu niet meer de waterstanden maar de faalkansen centraal staan en de sterkteopgave de hoogteopgave domineert. Op dit moment wordt de waterstand overal zo laag mogelijk gehouden, ook al is de bijdrage daarvan aan de faalkans maar klein. Voor implementatie van Verticale

Ruimte voor de Rivier spelen de nu lopende dijkversterkingen een bepalende rol, vooral langs de Waal.

Zowel de kosten als de baten liggen in de orde van slechts enkele miljoenen per jaar, voor 45.500 hectare uniek Nederlands landschap. Het debat zou dus vooral over niet-monetaire waarden moeten gaan: biodiversiteit en ruimtelijke kwaliteit.

 

123456789101112131415161718192021