Stedelijk waterbeheer onder de Omgevingswet

24 mei 2021

De Omgevingswet heeft invloed op de manier waarop partijen samenwerken aan stedelijk waterbeheer. Wat verandert er, en wat blijft hetzelfde? De antwoorden op die vragen staan in de Handreiking Stedelijk Waterbeheer onder de Omgevingswet, verschenen in april 2021.
Veel overheden werken aan omgevingsvisies en omgevingsplannen die vooruitlopen op de nieuwe Omgevingswet. De nieuwe wet biedt ruimte voor maatwerk, bijvoorbeeld op het gebied van klimaatadaptatie. Acties en maatregelen die te maken hebben met klimaatadaptatie kunnen worden vastgelegd in een gemeentelijk rioleringsprogramma. Zo’n plan is niet verplicht, in tegenstelling tot het huidige gemeentelijk rioleringsplan (GRP). De opstellers van de handreiking raden overheden aan om de omgevingsvisie niet alleen uit te werken in een omgevingsplan, maar ook in een gemeentelijk rioleringsprogramma.
De handreiking is hier te downloaden.

Waterschappen: geef extra impuls aan energietransitie!


Waterschappen zijn al druk bezig met de energietransitie. Ze kijken bijvoorbeeld of de warmte in het rioolwater nuttig kan worden gebruikt, en of waterschapsterreinen geschikte locaties zijn voor windturbines. Maar waterschappen kunnen nog een veel actiever rol vervullen in het proces van de energietransitie. Vooral provincies en gemeenten trekken nu de zogeheten Regionale Energiestrategieën (RES-en). Waterschappen hebben hierin met hun kennis en ervaring met gebiedsprocessen nog veel meer te bieden.
Op 28 juni 2019 publiceerde het kabinet het Klimaatakkoord: de Nederlandse uitwerking van de internationale klimaatafspraken van Parijs (2015). We gaan met elkaar de CO2-uitstoot sterk verminderen: in 2030 met de helft ten opzichte van 1990. Eén van de afspraken is dat 30 energieregio’s in Nederland onderzoeken waar en hoe het best duurzame elektriciteit op land (wind en zon) opgewekt kan worden. Maar ook welke warmtebronnen te gebruiken zijn zodat wijken en gebouwen van het aardgas af kunnen. Waar is ruimte en hoeveel? Zijn de plekken maatschappelijk gezien acceptabel en financieel haalbaar? In een Regionale Energiestrategie (RES) beschrijft elke energieregio zijn eigen keuzes.  Die keuzes hebben invloed op onze leefomgeving. Waar passen de ideeën voor zonne- en windenergie in de ruimte? Past het op het energienet? En zijn de plekken maatschappelijk gezien acceptabel en financieel haalbaar? Het vraagt een zorgvuldige afweging en die maken de regio’s samen met maatschappelijke partijen, ondernemers en inwoners.
Tot aan de concept-RES waren in veel regio’s vooral ‘professionele’ organisaties betrokken bij de RES. De nadruk lag op het verzamelen van feiten en het zoeken naar locaties waar de opwek van duurzame energie mogelijk kan zijn: de ‘zoekgebieden’. Daarover vindt nu in veel regio’s intensiever het gesprek plaats met de omgeving. Het is belangrijk dat overheden en inwoners  zo vroeg mogelijk met elkaar in gesprek zijn. Ook met mensen die soms minder snel hun stem laten horen.

De RES-regio’s in het gebied van de waterschappen Rivierenland, rijn en IJssel en Vallei en Veluwe zijn:

Regio Achterhoek
Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek, Winterswijk

Regio Alblasserwaard
Gorinchem, Molenlanden

Regio Arnhem Nijmegen
Arnhem, Berg en Dal, Beuningen, Doesburg, Druten, Duiven, Heumen, Lingewaard, Nijmegen, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rozendaal, Westervoort, Wijchen, Zevenaar

Regio Amersfoort
Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Eemnes, Leusden, Soest, Woudenberg

Regio Drechtsteden
Alblasserdam, Dordrecht, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht, Zwijndrecht

Regio Foodvalley
Barneveld, Ede, Nijkerk, Renswoude, Rhenen, Scherpenzeel, Veenendaal, Wageningen

Regio Noord-Veluwe
Elburg, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Nunspeet, Oldebroek, Putten

Regio Fruitdelta Rivierenland
Buren, Culemborg, Maasdriel, Neder-Betuwe, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal, Zaltbommel

Cleantech Regio
Apeldoorn, Brummen, Epe, Heerde, Lochem, Voorst, Zutphen

Inbreng Water Natuurlijk voor kabinetsformatie


Volgend jaar zijn alweer de gemeenteraadsverkiezingen. Veel afdelingen schrijven nu het verkiezingsprogramma. Graag overlegt Water Natuurlijk met de schrijvers van deze verkiezingsprogramma’s over onderwerpen als schoon en veilig water, biodiversiteit en innovatie. Interesse in een afspraak? Neem dan contact met ons op! Natuurlijk zullen wij ook binnenkort informatie naar de fracties sturen.
Ook landelijk heeft Water Natuurlijk informatie naar de informateur gestuurd.

Geachte heer Tjeenk Willink,

Het nieuwe kabinet staat voor belangrijke taken als het bestrijden van de pandemie en het herstel van de economie. Daarnaast zijn er grote opgaven in de fysieke ruimte zoals de vraag om meer woningen, aandacht voor natuur en verbetering van biodiversiteit, minder CO2 uitstoot en stikstofdepositie. Het beleid op nationaal niveau beïnvloedt de noodzakelijke speelruimte op regionaal niveau, zoals dat van de waterschappen. Daarom reikt Water Natuurlijk1 u vier speerpunten aan die belangrijk zijn voor een toekomstbestendig waterbeheer:

Integraal beleid in de regio; democratisering en belastingstelsel waterschappen
Sinds de toeslagenaffaire is er meer aandacht voor de uitvoering en uitvoerbaarheid van wetten en beleid. Waterschappen zijn bij uitstek regionale uitvoerende organisaties met een onvolledige democratische legitimiteit. De regering ondersteunt samenwerking in de regio en erkent daarbij de essentiële rol van waterschappen. In dit tijdsgewricht is een verdere democratisering van het waterschapsbestuur een logische stap door alle plaatsen/zetels verkiesbaar te stellen (en op deze manier de invloed van niet gekozen belangengroepen te verminderen). Dat bevordert ook de transparantie in het functioneren van waterschappen.
Daarnaast dient het belastingstelsel voor waterschappen meer recht te doen aan het principe “de gebruiker en de vervuiler betaalt”, gericht op een eerlijkere verdeling van de waterschapslasten en rekening houdend met ieders (positieve of negatieve) bijdrage aan schoon en gezond water.

Ruimteclaims: Landelijk beleid ruimtelijke ordening en klimaatadaptatie
De grote bouwopgave vergt uitgekiende én robuuste ruimtelijke ordening. Het watersysteem moet hierbij richtinggevend zijn, om Nederland voor te bereiden op tijden van klimaat gerelateerde droogte, meer neerslag en geleidelijke zeespiegelrijzing/stijging.
Daarnaast laat de coronaperiode zien hoezeer mensen behoefte hebben aan groene ruimte. Ook natuur moet onderdeel zijn van toekomstbestendig ruimtelijk beleid waarbij water het ordenend principe is. Tevens is beleid nodig om klimaat adaptief bouwen vanzelfsprekend te maken.

Voldoende water voor landbouw en natuur: Kaders voor peilbesluiten en beregening
In droge periodes verdrogen gewassen, sterven bomen en wordt (grond)water schaars. De vanzelfsprekendheid van voldoende schoon (drink)water is verleden tijd. Nederland is ingericht op waterafvoer en veel natuur lijdt onder te lage (grond)waterpeilen. Dit vereist een omgekeerd Deltaplan: herinrichting van de watersystemen op lokaal en regionaal niveau, gericht op water vasthouden en zo nodig aanpassing van het grondgebruik.

Schoon water voor mens, plant en dier: Bestaand waterkwaliteitsbeleid sneller uitvoeren
Nederland heeft zich verbonden aan het halen van de doelen van de Europese Kaderrichtlijn Water in 2027. In het huidige tempo lukt dat niet. Klimaatverandering maakt het halen van die doelen nog moeilijker: er is steeds minder water beschikbaar, het wordt vuiler en de behoefte aan schoon water wordt groter. Uitvoering van die Kaderrichtlijn zorgt voor een gezonde bodem en biodivers water. Verleng daarom de werkingsduur van de Kaderrichtlijn Water. Ook bij het terugdringen van de nitraatbelasting moet de urgentie omhoog. Schaf ook ter versterking van een circulaire economie de wettelijke belemmeringen af die hergebruik van grondstoffen uit afvalwater en zuiveringsslib beperken.

Met vriendelijke groet
Water Natuurlijk
Peter Snoeren

De gemeenten Dordrecht, Papendrecht, Sliedrecht en Molenlanden dagvaarden Chemours en Dupont


De gemeenten Dordrecht, Papendrecht, Sliedrecht en Molenlanden dagvaarden de chemiebedrijven Chemours en DuPont. Zij vragen de rechter vast te stellen dat Chemours/DuPont onrechtmatig hebben gehandeld door de uitstoot van de zeer zorgwekkende stoffen PFOA en GenX. De gemeenten stellen de bedrijven aansprakelijk voor de schade die zij hebben geleden, lijden en mogelijk in de toekomst nog zullen lijden als gevolg van deze uitstoot. Beide bedrijven hebben eerder de aansprakelijkheid afgewezen. Daarom starten de gemeenten nu een dagvaardingsprocedure.
Chemours en haar rechtsvoorgangers hebben in hun productie tot 2012 de stof PFOA en sinds 2012 GenX-stoffen (FRD-902, FRD-903 en E1) gebruikt en uitgestoten. Deze stoffen, behorend tot de groep PFAS-verbindingen, breken niet of nauwelijks af in het milieu en kunnen schadelijke effecten hebben voor de mens. Uit diverse
bodemonderzoeken in de regio blijkt dat de omgeving van de bedrijven verontreinigd is geraakt door de uitstoot van PFOA en GenX-stoffen. De uitstoot heeft bovendien maatschappelijke onrust veroorzaakt onder inwoners van de gemeenten.
In 2018 hebben de gemeenten Dordrecht, Papendrecht, Sliedrecht en Molenlanden zowel DuPont als Chemours aansprakelijk gesteld voor de schade die is ontstaan en mogelijk nog ontstaat als gevolg van de uitstoot van deze PFAS. Omdat de bedrijven iedere aansprakelijkheid afwijzen, heeft advocatenkantoor Pels Rijcken namens de gemeenten een dagvaarding opgesteld en laten betekenen aan Chemours Netherlands B.V. en Du Pont de Nemours (Nederland) B.V. De dagvaarding is ook aan Corteva Holding Netherlands 2 B.V. betekend, omdat niet is uitgesloten dat (een deel van) de aansprakelijkheid voor de uitstoot van PFOA en GenX-stoffen bij deze holding ligt.
De dagvaarding betreft een civielrechtelijke procedure met als grondslag onder meer de risicoaansprakelijkheid voor gevaarlijke stoffen (artikel 6:175 BW) en onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW). Met de dagvaarding vragen de gemeenten de rechter vast te stellen dat Chemours/Du Pont onrechtmatig hebben gehandeld. De bedrijven
wisten van de milieu- en gezondheidsrisico’s van PFOA en GenX-stoffen. Toch hebben zij daarvoor niet gewaarschuwd en dit onvoldoende aangegeven bij onder andere het aanvragen van vergunningen. Ook hebben Chemours/DuPont, ondanks deze kennis, te weinig gedaan om de gevolgen van de uitstoot te voorkomen. Daarnaast toont de dagvaarding aan dat de verontreinigingen in de gemeenten en de daaruit volgende schade komen door de uitstoot door Chemours/DuPont.
Pels Rijcken heeft voor de onderbouwing van de vorderingen gebruik gemaakt van onder meer historische data, vergunningsaanvragen, onderzoeksrapporten en communicatie tussen het Amerikaanse hoofdkantoor van Du Pont en de directie in Dordrecht.
Als de rechter de vordering toekent, komt juridisch vast te staan dat Chemours/DuPont onrechtmatig hebben gehandeld. Dit is cruciaal voor de nog op te starten schadevergoedingsprocedure. Die schade bestaat onder meer uit de kosten voor bodem- en gezondheidsonderzoeken die de afgelopen jaren zijn uitgevoerd met gemeenschapsgeld. Daarnaast lijden de gemeenten financiële schade door de gevolgen van de geconstateerde bodemverontreiniging. Uitgifte en hergebruik van grond werd bemoeilijkt en er is een apart depot ingericht voor de opslag van grond die door PFOA-verontreiniging vooralsnog onbruikbaar is.

Gastvrije Waaldijk


De noordelijke Waaldijk gaat op de schop. Voor de derde keer in dertig jaar tijd. Het gaat om tachtig kilometer dijk tussen Gorinchem tot voorbij Nijmegen. Een aaneengesloten traject dat alleen bij Tiel onderbroken wordt door de monding van het Amsterdam-Rijnkanaal. De dijk moet versterkt en verhoogd worden.
Daardoor moet ook de weg over de dijk worden vervangen, een mooie kans om de Waaldijk gastvrijer en meer beleefbaar te maken. Op initiatief van de ANWB hebben waterschap Rivierenland, provincie Gelderland en betrokken gemeenten een plan opgesteld voor de aanleg van een 80-kilometer lange recreatieve route langs de Waal.
De dijkversterking langs de noordkant van de Waal is onderdeel van het HWBP (Hoog Water Beschermings Programma) van het Rijk en de waterschappen. Eigenaar van de dijk, het Waterschap Rivierenland, voert de versterking uit. Het gaat om een omvangrijk project van 1,4 miljard euro, betaald door het HWBP (Rijk en de Nederlandse waterschappen). Omdat het zo’n groot project is wordt het traject van 80 kilometer in zes dijkvakken opgeknipt en de
dijkversterking en herinrichting van de dijk over een lange periode uitgespreid.
Uitgangspunt van het ontwerp is dat de dijk een route is om het landschap te kunnen erváren. Het uitgangspunt is rust en eenvoud, passend bij het overweldigende landschap.
Wat de nieuwe weg vooral bijzonder maakt is dat de weggebruikers de ruimte bovenop de dijk met elkaar gaan delen. Voetgangers, fietsers en gemotoriseerd verkeer zoeken het hier samen uit, houden rekening met elkaar en moeten elkaar dus ook letterlijk de ruimte geven. De nieuwe dijkweg krijgt geen vrijliggende voetpaden of aparte fietsstroken. Om elkaar de ruimte te geven moeten weggebruikers zich anders gaan gedragen dan op een doorsnee weg.
Fietsers en voetgangers zijn prominent gebruiker van de weg. Sterker: de automobilist is hier te gast. In het route-ontwerp is daarom een brug voor langzaam verkeer over het Amsterdam-Rijnkanaal opgenomen.
De ontwerpen voor de inrichting van de route staan duidelijk omschreven in een Toolbox, waarmee straks de verschillende architecten op de verschillende dijkversterkingstrajecten aan de slag kunnen.

Kennisimpuls waterkwaliteit – Europese doelen vergen extra impuls waterkwaliteit


De stikstofbelasting in Nederlandse oppervlaktewateren is groot, en in tegenstelling tot die van het land onderbelicht. De doelen van de KRW worden in 2027 niet gehaald als de belasting niet fors wordt gereduceerd. Dat is de conclusie van een onderzoek dat is uitgevoerd in het kader van de Kennisimpuls Waterkwaliteit.

Regionale bronnenanalyses geven een gedetailleerd beeld van de herkomst van stikstof in het oppervlaktewater. Het grootste deel blijkt afkomstig uit landbouwkundige activiteiten. Hoewel het aandeel van de landbouw gemiddeld 66 % is, varieert dit erg per regio: tussen de 46 – 86 %. Verreweg de grootste post voor de huidige stikstofbelasting van het oppervlaktewater is de huidige bemesting. Andere bronnen, zoals rioolwaterzuivering en aanvoer vanuit het buitenland, leveren slechts een kleine bijdrage.

Een groot deel van de stikstofbelasting bestaat uit nitraat, wat zeer mobiel is en eenvoudig kan uitspoelen naar het grond- en oppervlaktewater. Tijdens dit transport kan nitraat worden opgenomen en omgezet in diverse verbindingen. Eén van de belangrijkste omzettingen hierbij is denitrificatie. Hierbij wordt nitraat omgezet in stikstofgas (N2), dat vervolgens naar de atmosfeer ontsnapt en dus uit het watersysteem verdwijnt. In de meeste Nederlandse stroomgebieden zal denitrificatie de grootste bijdrage leveren aan verwijdering van stikstof. Dat klinkt positief, omdat de stikstofconcentraties in het oppervlaktewater hierdoor dalen. Maar denitrificatie heeft ook een keerzijde: het vormt bijproducten als bicarbonaat en sulfaat, wat eveneens schadelijk kan zijn voor de waternatuur.

Een overmaat aan stikstof leidt tot een cascade van effecten op het ecologisch functioneren en de soortenrijkdom van Nederlandse oppervlaktewateren. Ten eerste kan een toegenomen stikstofbelasting de groei van algen stimuleren, waardoor eutrofiering optreedt. Ten tweede kan te veel stikstof ook een disbalans veroorzaken tussen de hoeveelheden van verschillende nutriënten en mineralen in algen en waterplanten. Hierdoor kan de voedingswaarde veranderen, wat negatieve gevolgen heeft voor de rest van het voedselweb. Bovendien kunnen bepaalde giftige stikstofhoudende verbindingen (zoals NO2, NH4+) hoge concentraties bereiken, met grootschalige sterfte van planten en dieren als gevolg. Ten derde kan te veel stikstof ook de beschikbaarheid van koolstof, sulfaat en fosfaat verhogen, wat de eutrofiering versterkt.

De voorgestelde drempelwaarden voor ecologische effecten van stikstof worden in vrijwel alle KRW-waterlichamen in Nederland (sterk) overschreden. Ook de huidige atmosferische stikstofdepositie op de aquatische Natura2000-habitattypen wordt overschreden.

Alblasserwaard vraagt om toekomstvisie


Het waterschap Rivierenland heeft ervoor gekozen om nog geen maatregelen te nemen om de bodemdaling in de Alblasserwaard te beperken. Water Natuurlijk betreurt het dat het waterschap de aanpak van dit grote probleem voor zich uit blijft schuiven.

 

Sinds de ontginning in de Middeleeuwen daalt de bodem van de veenweidegebieden zoals de Alblasserwaard. Dat komt doordat ontwaterde veengrond oxideert. Bij dit proces komt het broeikasgas CO2 vrij. Regelmatig wordt het waterpeil weer verder verlaagd, om de ontwatering aan de gedaalde bodem aan te passen.

Dat levert veel schade op aan gebouwen doordat houten paalfunderingen bloot komen te liggen en wegrotten. Verhoging van het waterpeil zou die schade beperken, maar vraagt aanpassing van de landbouw.

In het Klimaatakkoord is vastgelegd dat het vrijkomen van CO2 uit veenweiden moet verminderen. Het kabinet heeft budget beschikbaar gesteld voor de aanpak van bodemdaling in veenweidegebieden.

De Rijksoverheid heeft in de Nationale Omgevingsvisie vastgelegd dat provincies moeten gaan zorgen voor een proces met grondgebruikers (onder andere agrariërs), maatschappelijke actoren, bewoners en medeoverheden gericht op de opstelling van een programma per veenweidegebied (Regionale Veenweidestrategie).

Met het vorig jaar vastgestelde Gebiedsprogramma A5H loopt het waterschap hier nog ver bij achter. Dit programma voorziet zelfs in verdere verlaging van het waterpeil.

Water Natuurlijk legt partijen langs de meetlat

6 maart 2021

Op 17 maart 2021 zijn er verkiezingen voor de Tweede Kamer deze hebben directe gevolgen voor het beleid en de wetgeving voor het werk van de waterschappen. Om duidelijkheid te krijgen over de opstelling van de partijen is een aantal de programma’s van hen onderzocht gelet op de volgende vragen:

  • Vinden ze water belangrijk is bij de verdeling van de ruimte in Nederland?
  • Hoe reageren ze op heftige regenbuien en toenemende droogte?
  • Wordt er aandacht geschonken aan natuur, biodiversiteit, kwaliteit van water?
  • Moet de vervuiler van water betalen?
De verkiezingsprogramma’s van dertien politieke partijen zijn langs de meetlat gelegd met criteria die kritiek zijn voor een toekomstbestendig waterbeleid: het WaterRad. Om tijds- en capaciteitsredenen zijn niet alle partijen onderzocht: elke partij is door minstens twee mensen beoordeeld.

Zeker voor bijvoorbeeld de Randstad is het nationale beleid op het gebied van water van groot belang. Bescherming tegen overstroming en een goed beheer van water om droge voeten en waterkwaliteit te garanderen zijn cruciaal om in de delta te kunnen wonen en werken. Met het WaterRad laat Water Natuurlijk zien hoe politieke partijen over de watertoekomst van ons land denken.

Tevoren had Water Natuurlijk een manifest gestuurd naar de partijen die mee doen met verkiezingen. Hierin zijn de belangrijke water thema’s verwoord. Achteraf is beoordeeld hoe belangrijk deze partijen water vinden en hoe ze hier in het landelijk beleid mee om willen gaan. Alle partijen hebben de gelegenheid gehad om op onze analyse te reageren.

De scores – van 34% voor FVD en PVV tot 97% voor GroenLinks – geven aan in hoeverre Water Natuurlijk haar WaterRad-visie terugziet bij de partijen.

GroenLinks, D66, ChristenUnie en Partij voor de Dieren scoorden boven de 90% en vinden dus met Water Natuurlijk dat water en waterveiligheid voor ons land van groot belang zijn.

Water Natuurlijk is de groene stem van de waterschappen en staat voor veilig, voldoende, schoon en gezond water voor mens, plant en dier; onderwerpen die in het WaterRad aan de orde komen.

Joost Kievit MSc

Verdroging en waterkwaliteit laten meeliften met stikstofaanpak

26 januari 2021

De natuur op de Veluwe ervaart weinig voordeel bij het zomaar opkopen van landbouwbedrijven door de provincie. Dat blijkt uit onderzoek naar stikstofmaatregelen van Wageningen University en Research. Daaruit blijkt ook dat stikstofmaatregelen het meeste effect hebben op plekken waar het natuurprobleem het grootst is. De provincie Gelderland is van mening dat niet de uitstoot, maar de totale neerslag van stikstof moet bepalen welke bedrijven worden uitgekocht.

Te veel stikstofneerslag is één van de redenen waarom het slecht gaat met de natuur. Om de stikstofuitstoot te verminderen heeft het Rijk bijna 3 miljard euro beschikbaar gesteld voor natuurherstel- en versterking en circa 2 miljard euro voor (bron)maatregelen om de stikstofuitstoot van landbouw, verkeer, bouw en industrie te verminderen.

Het onderzoek heeft gekeken naar één maatregel: gerichte opkoop van piekbelastende veehouderijbedrijven.
Voor de selectie van piekbelasters zijn drie strategieën doorgerekend:

Referentie: Selectie van de bedrijven met de hoogste emissie (hoogste emissie)

  1. Selectie van bedrijven die de hoogste depositiebijdrage geven op een locatie op een nabijgelegen s tikstofgevoelige Natura 2000-gebied in Gelderland (hoogste piek)
  2. Selectie van bedrijven die de grootste totale depositiebijdrage leveren op de stikstofgevoelige in Natura 2000-gebieden (grootste vracht; dit is de insteek geweest van de provincie Gelderland in de vrijwillige kalverhouderij regeling van de provincie).
  3. Selectie van bedrijven die relatief de grootste bijdrage leveren aan het verminderen van overschrijding van de kritische depositiewaarde (maximaal doelbereik; dit is de doelstelling van het Rijk, 50% van de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden onder de kritische depositiewaarde in 2030).

De berekeningen laten zien dat strategie 2, waarbij de reductie van de totale vracht aan ammoniakdepositie bij een gewenste emissiereductie maximaal is, tevens de grootste gemiddelde depositiereductie oplevert waarbij het kleinste aantal bedrijven moet opgekocht worden. Per ton ammoniakemissie die wordt opgekocht is deze strategie ook meest effectief. Verder geeft strategie 2 ook aan dat met het opkopen van 25 tot 75 bedrijven, vooral gelegen ten westen van de Veluwe, al een veel hogere stikstofdepositiereductie bereikt wordt in vergelijking met hetgeen het Rijk beoogde met het landelijk opkopen van 200 bedrijven.

Water Natuurlijk vindt dat niet alleen het terugdringen van de stikstofdepositie op de natuur belangrijk is. Het verbeteren van de waterkwaliteit en het beperken van de verdroging zouden zo goed mogelijk moeten meeliften met deze opkoopregeling. In de optie die de voorkeur van de provincie heeft, zouden vooral landbouwbedrijven aan de westkant van de Veluwe uitgekocht moeten worden. Dat biedt kansen om in dit oostelijk deel van de Gelderse Vallei tegelijkertijd de waterkwaliteit te verbeteren en het water langer vast te houden. Maar ook bij die optie blijft het van belang om te werken aan de luchtkwaliteit, de waterkwaliteit en het tegengaan van verdroging in met name het zuidelijk deel van de IJsselvallei en het gebied rond Winterswijk.

Indicatieve ligging van piekbelasters voor 3 strategieën
Bron: Wageningen Research

Minister Van Nieuwenhuizen traineert democratisering waterschappen


Waterschapspartij Water Natuurlijk is een groot voorstander van een verdere democratisering van de waterschappen. Maar de Waterschapswet bepaalt op dit moment nog dat in ieder waterschap tenminste 7 en maximaal 9 van de 30 zetels zijn gereserveerd voor de zogeheten ‘geborgde categorieën’. Deze zetels worden niet democratisch gekozen, maar aangewezen door belangengroeperingen (bedrijven, landbouw, natuur). De kiezer heeft hierdoor een beperktere invloed op de samenstelling van het algemeen bestuur. Overigens gaan de waterschappen niet zelf over afschaffing van de geborgde zetels; dat is aan de Tweede Kamer.

We vinden het aanwijzen van zetels, buiten democratische verkiezingen om, gewoon niet meer van deze tijd. We bevinden ons met die opvatting gelukkig in goed gezelschap. Ook de Commissie Boelhouwer vindt dat. Deze commissie oordeelde dat de gekozen vertegenwoordigers van de (politieke) partijen in de waterschappen zijn uitstekend in staat om in de bestuurlijke discussies alle specifieke belangen in hun afwegingen een plaats te geven.

Eind juni is door Laura Bromet, Tweede Kamerlid voor GroenLinks, een initatiefwet ingediend om te zorgen dat die afschaffing nog voor de verkiezingen in 2023 een feit is.

Minister Van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Water stelde de commissie Boelhouwer zelf in. Maar helaas durfde ze niet door te pakken. Ze vroeg aan het Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving (OFL) om alle standpunten nog weer eens in beeld te brengen. Helaas leende deze club zich voor haar uitstelstrategie. Onlangs is hun rapport met de al zeer lang bekende standpunten uitgekomen.

Fijntjes wijst het OFL erop dat het nu te laat is om de wet nog op tijd voor de volgende waterschapsverkiezingen te veranderen. We zitten dus waarschijnlijk nog tot in ieder geval de waterschapsverkiezingen van 2027 vast aan dit verouderde en ondemocratische systeem

123456789101112131415161718192021