Belevenissen van een vrijwillige dijkwacht

7 mei 2021

Uit de regen en storm doemt een figuur op. Langzaam worden de stoere zuidwester, de lange regenjas en hoge laarzen zichtbaar. In de hand een grote stok, een hond volgt braaf. Ja, het is de dijkwacht!! Nu komt alles goed. 

Dat was althans mijn wat romantische beeld van een dijkwacht. Dus toen vorig jaar de oproep kwam om je aan te melden als vrijwillige dijkwacht heb ik dat meteen gedaan. Eind maart was de eerste digitale bijeenkomst voor een groepje nieuwe dijkwachten. Diverse pluimage: uit Nieuwerkerk, Lekkerkerk en Rotterdam. Fysieke banen, creatieve – en zakelijke beroepen. Meest mannen, maar ook een meisje dat lang geleden in de klas bij mijn jongste zoon zat. Totaal zijn zo’n 100 personen vrijwillige dijkwacht bij het Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard. 

In ons gebied hebben we zo’n 71 kilometer primaire waterkering (bescherming tegen rivierwater) en 206 kilometer regionale waterkeringen die ons tegen boezemwater beschermen. Daarnaast nog wat dijken die een functie hebben voor het watersysteem, maar niet zozeer voor onze veiligheid. Het hoogheemraadschap zorgt natuurlijk zelf goed voor de veiligheid van de dijken door het periodiek ophogen en het versterken van de dijken, zodat deze voldoen aan de veiligheidseisen. Ook wordt regulier onderhoud uitgevoerd zoals het maaien van de bermen.

De vrijwillige dijkwacht wordt ingezet om bij (dreigende) calamiteiten te inspecteren en indien nodig maatregelen te nemen. Bij calamiteiten denk je al gauw aan hoogwater, maar door de komst van de Maaslandkering is dat niet zo’n groot risico meer. In ons gebied speelt de laatste jaren met name droogte een belangrijke rol, vooral bij de veendijken. Het gaat om zo’n 90 kilometer dijk die in het droge seizoen ongeveer 1 keer in de 2 à 3 weken moet worden geïnspecteerd. Gevonden scheuren moeten dan in een speciale inspectie-app worden genoteerd en gefotografeerd, zodat het waterschap direct kan beoordelen of maatregelen nodig zijn. 

Eind mei vindt de eerste oefening in de praktijk plaats. We gaan dan -coronaproof- in groepjes de dijken op om te leren waar we op moeten letten en hoe de inspectie-app gebruikt moet worden. Ik kijk ernaar uit!

 Voor meer informatie: Josien van Cappelle (J.van.Cappelle@hhsk.nl)

Schone rivieren, ook in Rotterdam!


Schone Rivieren is een initiatief van IVN-natuureducatie, Plastic Soep Foundation en Stichting De Noordzee. Zo’n 1.100 getrainde vrijwilligers brengen in kaart wat langs de oevers van rivieren wordt gevonden met als doel: plastic vrije rivieren in 2030!

De aanpak bestaat uit vier O’s: opruimen, onderzoeken, ontdekken en oplossen. Samen met de vrijwilligers, organisaties en gemeenten wordt het afval langs de rivieren opgeruimd. Natuurlijk is het de bedoeling dat de onderzoekers ook media-aandacht vragen voor hun acties, om zo het bewustzijn rondom het afvalprobleem te vergroten. Vandaar dit bericht!

Waarom belangrijk?

Nu ook de kleine wateren in Rotterdam aan dit project zijn toegevoegd was dat een goede reden om mij aan te melden als vrijwilliger. Als waterschapper vind ik de kwaliteit van het water heel belangrijk, en met dit project voorkom je dat (micro)plastics in het water terecht komen. Nu is maar liefst 81% van het rivierafval plastic en dat draagt uiteindelijk bij aan de enorme plastic soep in de oceanen. Dus voorkomen en opruimen is nuttig, want het zuiveren van water op microplastics is wel onze wens, maar nog steeds lastig en kostbaar om uit te voeren. Sterk aan het concept vind ik ook dat samen met fabrikanten gekeken wordt hoe het zwerfafval kan worden verminderd, bijvoorbeeld door een andersoortige of zelfs geen verpakking meer. Dat past bij het principe van Water Natuurlijk:  “de vervuiler betaalt”, of in dit geval “de vervuiler lost op”.

Wat doe je als vrijwilliger?

Als vrijwilliger start je met een training van een avond. Daarna krijg je een traject van zo’n 100 meter aangewezen langs de waterkant. Hier moet je samen met je mede-onderzoeker al het afval opruimen, en scoren op een standaardlijst wat je hebt aangetroffen. Ons traject lag langs de Rotte, vlak naast de A20. Wij vonden dit eigenlijk niet zo’n goed traject, omdat het afval hier niet is aangespoeld maar door mensen vanaf de kant is achtergelaten. In de praktijk blijkt dat veel van de locaties in en rondom Rotterdam niet in contact te staan met het water, zoals dat  bij de grotere rivieren wel het geval is. De gemeente heeft aangegeven dat zij ook voor deze locaties geïnteresseerd is naar de hoeveelheid en samenstelling afval, omdat het een mogelijke bron kan zijn van afval dat in het water beland. Dat kan goed zijn, maar voor de volgende actie hopen wij toch op een andere locatie!

Wat vonden wij?

Opvallend genoeg troffen wij op ons stukje Goudse pijpenkoppen aan en scherven van Delfts blauwe potten. Even een flits: ‘zouden we iets bijzonders gevonden hebben?’. Maar helaas, de pijpenkoppen zijn waarschijnlijk voor drugsgebruik. Ook de vele ballonnen die overal liggen voorspellen niet veel goeds voor de toekomstige hoeveelheid plastic in het water. Een overall, een snelbinder en een beluchtingspijp van een boom. En veel stukjes plastic: sigarettenfolie, doppen, flesjes en kleine stukjes. Ook namen moeten worden doorgegeven, zoals blikjes van Red Bull, wikkels van lolly’s van Chuppa Chups.Wat kan jij doen?

Wil je zelf ook iets doen aan het zwerfaval? Wordt dan ook “Schone rivieren onderzoeker”! Aanmelden kan via www.schonerivieren.org.

Ook kan je de Litterati-app gebruiken. Hiermee kan je zelf (herkenbaar) zwerfafval doorgeven, zodat producenten daarop kunnen worden aangesproken.

Uit de Verenigde Vergadering april 2021 en meer

In de commissie integraal waterbeheer van eind maart was een stevige discussie gevoerd over de peilbesluiten, zoals besproken in de vorige nieuwsbrief (LINK). Het toen toegezegde afwegingskader heeft voor de meerderheid van de partijen voor voldoende inzicht gezorgd. Voor de gebieden De Nesse en Achterbroek zal de maaivelddaling niet worden gevolgd, maar wordt een vast … Lees "Uit de Verenigde Vergadering april 2021 en meer" verder

In de commissie integraal waterbeheer van eind maart was een stevige discussie gevoerd over de peilbesluiten, zoals besproken in de vorige nieuwsbrief (LINK). Het toen toegezegde afwegingskader heeft voor de meerderheid van de partijen voor voldoende inzicht gezorgd. Voor de gebieden De Nesse en Achterbroek zal de maaivelddaling niet worden gevolgd, maar wordt een vast peil ingesteld. Over vier jaar wordt dit geëvalueerd. 

Ook bij de overige onderwerpen heeft besluitvorming conform voorstel plaatsgevonden.

Waterbeheerprogramma (WBP)

Het waterbeheerprogramma, waar het waterschap aangeeft hoe zij de komende zes jaar te werk wil gaan, vordert gestaag. Na de consultatieronde van eind vorig jaar staan de eerste concept-stukken nu klaar op www.waterbeheerprogramma.hhsk.nl. De fracties hebben nu gelegenheid hun eerste reactie te geven, waarna in mei/juni terugkoppeling plaatsvindt naar de stakeholders, zoals de gemeenten en deelnemers aan de digitale bijeenkomsten. In de verenigde vergadering van 30 juni spreken de fracties over het concept-waterbeheerprogramma, waarna naar verwachting in de vergadering van 6 oktober het ontwerp-WPB wordt vastgesteld. Daarna volgt het ter inzage leggen en de inspraakprocedure. Doel is om op 2 februari 2022 het WPB inclusief het KRW-plan vast te stellen. We horen graag jullie ideeën en meningen, en houd ook goed de formele procedure in de gaten!

Mollen

Gezien de vele gedode mollen bij een aangrenzend waterschap hadden wij gevraagd hoe en of mollen binnen ons waterschap worden bestreden. Met veel plezier hebben wij kunnen lezen dat ons waterschap diervriendelijk met de mollen omgaat. 

 

 

Funderingsschade: verantwoordelijkheden en hulp


Wie is verantwoordelijk voor funderingschade en wie kan helpen bij problemen als gevolg van bodemdaling.

Elske zit op het moment midden in het funderingsherstel van haar woning. Vorige nieuwsbrief heb ik ingezoomd op de waterhuishoudkundige situatie in haar wijk. Het grondwater en ook de bodem is daar de afgelopen decennia gedaald. Dit heeft tot schade geleid. Waaronder het bezwijken van haar funderingen met een enorme verbouwing en kosten tot gevolg. Maar wie is nu verantwoordelijk voor deze schade, de zakkende bodem en het grondwater.

Het probleem

Grote delen van Nederland hebben te maken met bodemdaling. Dit komt doordat de grond inklinkt en in het geval van veengrond oxideert als gevolg van de lage grondwaterstand. De grondwaterstand dient voor bebouwing ook fors onder de vloer en drempel te liggen om vochtproblemen en wateroverlast bij veel regen te voorkomen. In stedelijk gebied wordt vaak meer dan één meter aangehouden. Om te kunnen wonen in laag Nederland is het nodig om de grondwaterstand laag te houden. Hierdoor ontstaat bodemdaling en dat heeft weer zijn effect op de grondwaterstand. Wanneer de grondwaterstand te diep zakt, vallen houten palen droog en gaan deze rotten. Dit kwam aan de orde in het vorige artikel.  De fundering dient vervolgens vervangen te worden wat enorme kosten met zich meebrengt en de nodige sociale problemen tussen buren. Lees hierover alles in de berichten van Elske.

Wie is grondwaterbeheerder.

Wie is er nu verantwoordelijk voor het grondwaterbeheer en kan die dan niet aansprakkelijk gesteld worden voor de schade? In de Waterschapswet en Waterwet (2009) staat dit beschreven, wat is weergegeven in onderstaande figuur.

Oftewel het grondwaterbeheer is een gezamenlijke verantwoordelijkheid, met vele belanghebbenden. (Zie tekstblok).

page1image66180592

De rollen

Het hoogheemraadschap
Grondwater maakt onderdeel uit van het watersysteem, wat beheerd wordt door het hoogheemraadschap. Alleen in natuur- en landbouwgebieden zonder drainage is er nog sprake van een natuurlijke relatie tussen grond- en oppervlaktewater.

In een natuurlijk systeem bestaat een duidelijke relatie tussen het waterpeil in de sloot en het grondwater. In droge periode zakt de grondwaterstand en ontstaat er een holle grondwaterstand. In veengebieden oxideert er dan meer veen. In natte periode heb je een bolle grondwaterstand. De afstand tussen het maaiveld en het grondwater is dan beperkt. De grond is dan niet berijdbaar door tractoren.  Hoe verder je van de sloot afkomt des te beperkter de invloed van het oppervlaktewater en des te groter de weersinvloeden.

In het stedelijk gebied is dit niet zo. Daar is de relatie tussen het oppervlaktewater en het grondwater verstoord door funderingen, drainage, leidingen en tunnels. Het grondwater is in het stedelijk gebied niet of nauwelijks te sturen via het oppervlaktewaterpeil.

De gemeente
De gemeente heeft de zorgplicht voor het openbare gemeentelijke gebied voor grondwater, hemelwater (neerslag) en voor de inzameling van stedelijk afvalwater (‘rioolwater’). Met andere worden de gemeente zorgt voor de riolering van straten, pleinen, parken en openbaar groen. Ook zorgt de gemeente ervoor dat eigenaren hun hemelwater, rioolwater en grondwater kunnen afvoeren.

De eigenaar
De eigenaar van een pand is zelf verantwoordelijk voor zijn eigendom en voor de staat ervan. Dat geldt ook voor het grondwater onder dat perceel. Als een grondeigenaar grondwaterproblemen heeft zijn, komen de kosten voor de oplossing voor zijn rekening. Het gaat dan om het waterdicht maken van de vloer, het opvullen van de kruipruimte, het vervangen van de fundering of de aanleg van drainage.

De eigenaren en gebruikers van gronden, gebouwen en andere voorzieningen dragen in de eerste plaats zelf het risico voor de gevolgen van bodemdaling en peilaanpassing, voor zover die inherent zijn aan de situatie en het gebied. Het hoogheemraadschap betrekt de effecten op funderingen et cetera bij de voorbereiding van peilbesluiten en streeft ernaar om risico’s en schade zoveel mogelijk te beperken.

Lees meer:

https://www.schielandendekrimpenerwaard.nl/media/documenten/2020/nota-watersystemen.pdf https://www.schielandendekrimpenerwaard.nl/media/documenten/2020/beleidsuitwerking-peilbeheer.pdf

Eigen verantwoordelijkheid of toch niet?

Je bent dus zelf verantwoordelijk voor het herstellen van je fundering. Ook al is het hoogheemraadschap verantwoordelijk voor het waterbeheer en is de gemeente verantwoordelijk voor de riolering en de eventuele drainage van de straat waaraan je woont. Dit geeft aan hoe complex de situatie is.

Als je dak kapot is ben je zelf verantwoordelijk voor het herstellen. Als je fundering kapot is ben je zelf verantwoordelijk om dit te herstellen. Dat klinkt logisch toch!
Maar als je fundering nu is gaan rotten doordat het grondwater buiten jouw invloedssfeer te laag is komen te staan. Ben je dan ook nog steeds verantwoordelijk? Of mag je dan meer verwachten van de overheid.

Op dit moment is het zo dat gevolgen van bodemdaling en de daarbij komende kosten niet te verhalen zijn op de waterschappen en/of gemeenten. Dit is alleen zoals er aantoonbaar fouten zijn gemaakt bij het water- of rioolbeheer.

Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) kunnen de problemen rond bodemdaling de komende 30 à 40 jaar zo’n €22 miljard aan kosten voor de hele maatschappij met zich meebrengen.

Volgens een rapportage van “Eénvandaag” gaat het om tot wel €60 miljard schade aan woningen in 2050 door paalrot, lage grondwaterstanden en toenemende droogte.

De omvang van het probleem is enorm en door individuele eigenaar in het stedelijk gebied niet zelf op te lossen, omdat je dit met hele rijtjes en soms zelf blokken te gelijk moet doen. We bouwen in Nederland nu eenmaal veel woningen aan elkaar vast.
Dit is ook de reden dat gemeentes steeds vaker een helpende hand bieden door informatie te verstrekken via funderingsloketten.

Als Water Natuurlijk vinden wij dit heel belangrijk. Wij vragen dan ook aandacht voor het probleem en vinden dat gemeenten in ieder geval burgers moeten helpen met goede informatievoorziening.
Daar waar het hoogheemraadschap een rol heeft, laten we ook van ons horen. Dit doen we door het belang van eigenaren met schadegevoelige bebouwing nadrukkelijk mee te laten wegen bij de peilbesluiten. Helaas kunnen we daarmee niet altijd voorkomen dat de grondwaterstand daalt met alle nadelige gevolgen van dien.

Bouwen in een diepe polder, kan dat wel?

Voor de Zuidplaspolder ligt er nu een plan voor de bouw van 8000 woningen. De meningen over bouwen in ongeveer de diepste polder van ons land zijn op zijn zachts gezegd zeer verdeeld. Hoe verstandig of onverstandig is dat bouwen in een diepe polder? De behoefte aan nieuwe woningen is momenteel “huizenhoog”, om maar eens … Lees "Bouwen in een diepe polder, kan dat wel?" verder

Voor de Zuidplaspolder ligt er nu een plan voor de bouw van 8000 woningen. De meningen over bouwen in ongeveer de diepste polder van ons land zijn op zijn zachts gezegd zeer verdeeld. Hoe verstandig of onverstandig is dat bouwen in een diepe polder?

De behoefte aan nieuwe woningen is momenteel “huizenhoog”, om maar eens een toepasselijke beeldspraak te gebruiken. Landelijk gezien is er nu een tekort aan ruim 300.000 woningen. Tot 2030 moeten er 900.000 bijgebouwd worden, volgens het ministerie van BZK. 

Tegelijkertijd is er het besef dat het bouwen van nieuwe woningen toekomstbestendig moet gebeuren. Als je daaraan de consequentie zou verbinden dat bouwen onder zeespiegelniveau onverstandig is, dan blijven er in het westen van Nederland, maar weinig bouwlocaties over.

Dat raakt eigenlijk direct aan de vraag hoe veilig is wonen onder zeeniveau. De kern van de Deltabeslissing Waterveiligheid is dat iedereen, die achter de dijken woont, een risico van overlijden door overstroming heeft van eens in de 100.000 jaar. Voor die veiligheid maakt het dus niet uit of je twee, vier of zes meter onder zeeniveau woont. De waterschappen werken er hard aan om dit waar te maken en het is een continue zorg om de dijken op orde te houden.  Periodiek worden de waterkeringen beoordeeld of ze nog voldoen aan de normen en worden deze zo nodig aangepakt. En bij die normen wordt er al rekening gehouden met zeespiegelstijging met een doorkijk tot 2050. Maar veiligheid heeft niet alleen te maken met het voorkomen van een dijkdoorbraak, maar ook met het voorkomen van gevolgschade. 

Als je in een diepe polder wilt bouwen is het daarom net zo belangrijk om mee te wegen waar je in de polder gaat bouwen en hoe je dat vervolgens doet. Bouwen moet je doen vanuit de eisen die water en bodem stellen aan een klimaatrobuuste inrichting: water en bodem als leidende principes. Dit betekent dat je alleen op een stevige ondergrond traditioneel kunt bouwen. Op een zakkende veenbodem zul je naar alternatieve, innovatieve oplossingen moeten zoeken of daar niet bouwen. 

Er zal bij de bouw al rekening gehouden moeten worden met steeds heftigere buien in korte tijd, de zogenaamde clusterbuien en tegelijkertijd kunnen er perioden van langdurig droogte en hittestress optreden. Door vooraf in het ontwerp rekening te houden met de opvang van veel regenwater, voor zowel op perceelsniveau als in de buitenruimte, kunnen problemen van wateroverlast voorkomen worden. Dit betekent bijvoorbeeld de aanleg van wadi’s (afkorting voor Water Afvoer Drainage Infiltratie), waar water kan worden opgevangen, pleinen die lager liggen om tijdelijk water op te slaan, plas-dras gebieden en wetlands rondom de woningbouw en zo meer.

Ook aan het ontwerp van de huizen zelf kunnen eisen gesteld worden, zoals een hoger drempelniveau, de aanleg van gevoelige installaties niet in de kelder, maar op zolder en een groen dak voor wateropvang.

Door de aanleg van veel groen krijg je niet alleen dat het water wordt vastgehouden, maar met een juiste inrichting kun je ook veel bijdragen aan het herstel van biodiversiteit en verminder je tevens hittestress in de zomer. 

Als, zoals in de Zuidplaspolder, bij het bouwen van huizen in lage veenpolders de hele inrichting van een gebied wordt meegenomen, biedt dit tegelijk ook kansen voor verbetering van het hele watersysteem. Door peilopzet wordt de kweldruk tegengegaan, door het verbinden van versnipperde peilgebieden ontstaat een robuuster watersysteem, door onder andere de aanleg van een extra waterberging in de vorm van fijnmazige sloten, wetlands in combinatie met natuurvriendelijke oevers, verbetert de waterkwaliteit en wordt biodiversiteit hersteld.

Kortom, bouwen in een diepe polder kàn verantwoord en verstandig zijn, maar dan moet het wel met “verstand” gebeuren! 

Voor meer informatie AgnesvanZoelen@hotmail.com

De fundering onder het huis van Elske Schreuder: deel II


Ons Rotterdamse rijtjeshuis uit 1905 bleek op houten palen te staan die in de loop der jaren waren gaan rotten door het grondwaterpeil en de bodemdaling. Die palen, ongeveer 7 per muur, zijn bijna 25 meter lang, en steunen uiteindelijk op de stevige zandlaag.

Er kwamen scheuren in de muur, ook bij de buren. Uit het vooronderzoek bleek dat funderingsherstel noodzakelijk was: er moesten in de keldervloer nieuwe palen geslagen worden waar de oude muren op konden steunen. 

Omdat er natuurlijk niet geheid kan worden, kozen we voor de zogenaamde holle schroefpalen. Dat zijn buizen van ongeveer een meter lang, die één voor één de grond ingaan met een hei-schroefmachine. De onderste heeft een soort spitse boorkop (de klei is erg vast). Na zo’n 20 stuks raakt die ondergrondse stapel de zandlaag. Als alle (7 per muur) holle schroefpalen in de grond zitten, worden ze gevuld met dik vloeibaar ‘grout’, dat aan de onderkant de boorkop openduwt en een extra voet vormt. Bovenop de nieuwe palen komt een nieuwe cementvloer, die deels onder de oude muren wordt gestort. De oude houten palen laten ze zitten: te duur om weg te halen, laat maar verder wegrotten

De situatie en het proces.

Elke woning hier heeft drie rijen houten palen waar drie dragende muren op steunen: twee aan de buitenkant, die je deelt met de buur, en één midden in het huis tussen de kamers (waaronder kruipruimte) en de gang (met eronder een kelder). 

Der middelste muur is alleen van dat pand, de beide buitenmuren zijn ‘mandelig’ dat wil zeggen van twee buurpanden.

In (intensief en soms precair) overleg met alle buren hebben wij besloten dat wij de twee kelder/gang muren (ook genaamd de ‘smalle beuk’) zouden herfunderen. 

De onderhandelingen met onze beide buren over de verdeling van de kosten met betrekking tot de mandelige muren duurden van september 2019 tot december 2020.

Ondertussen zochten we, de drie eigenaren, ook een aannemer. Dat was pionieren, want er is geen begeleiding voor (in tegenstelling tot de fase van het vooronderzoek, via het Funderingsloket). De eerste onderhandelingen duurden van april tot juni. Een beetje Programma van Eisen omvat 6 pagina’s; een overeenkomst tientallen met evenveel bijlagen. Het gaat over technische zaken zoals de keuze van de materialen, over de tijdsplanning, de verantwoordelijkheid en de risico’s (onder andere verzekeringen),  de kosten inclusief de verdeling daarvan, de dagelijkse leiding en overleg…

Van onze drie panden zouden wij als laatste aan de beurt komen.

In oktober werd de stoep afgezet en begon het sloopwerk bij de verste buur. Het geluid en getril van drilboren blijkt dus huizen ver te dragen. Niet fijn, zeker niet als je door corona vaak thuis moet werken.

Ons werk bestond (behalve uit wekelijks overleg en dooronderhandelen) uit het leeghalen van de kelder. Twee decennia archief, tuinspullen, voorraad blikvoer, slaapzakken, reserve potten & pannen…. We hebben heel veel weg kunnen geven en bij het weggooien (altijd moeilijk) hebben familieleden kunnen helpen. Van wat we op straat hebben gezet voor de ‘ROTEB’ werd veel meegenomen door medeburgers.

Wat we wilden houden, stapelden we op midden in de tuin, in de eetkamer, en op de logeerkamer.

Begin van het werk bij de middelste, onze directe buren. Op 9 december is de vloer daar uitgehakt en het puin verwijderd en konden de nieuwe palen de grond in.

De buren laten meteen een souterrain aanleggen: “Nu kunnen we er bij!” Er was dus een grote diepe ruimte onder hun ‘brede beuk’, open vanuit de straat en de tuin. Met een laag water en modder er in. Daar is onze ouwe halfblinde poes op een kwade dag ingevallen. Met vereende krachten (buurjongen) hebben we hem er uit gevist, vlak voor de avondklok van 8 uur. Daarna moest hij onder de douche, en wij ook.

In januari 2021 startte het werk ook bij ons. Proefboringen, oude cv-installatie weghalen, oude keldervloer met de drilboor verwijderen. Dat blijkt dus niet alleen lawaai en gedreun op te leveren, maar ook stof. Veel stof. Overal. In het hele huis. Ook op de bovenste verdieping.

Het raampje onder de voordeur en de deur naar de tuin werden weggehaald. Open verbindingen dus. En toen ging het een week vriezen. De gang loopt boven de kelder, dus de vloer van de gang was koud!!! 

Begin februari was de oude keldervloer weg, en begon het ±1 meter uitgraven van de kelder, zo’n 35m3 grond. De grond ging via een lopende band de tuin in. Dat werd een kleiberg van 6 meter breed en anderhalve meter hoog…. In doorlooptijd duurde dit het langste, plm 3 weken. Meestal begonnen ze om 7 uur ’s ochtends, en ze moesten via de voordeur, dus wij moesten vroeg op. En weer koffie brengen….

Vervolgens, begin maart, moest de werkvloer op de (vochtige) kleibodem gestort worden.

De apparatuur daarvoor moest achterom, via een (afgesloten) parkeerplaats en de achterkant van de tuin van de buren en een gat naar onze tuin, over de kleiberg naar beneden de kelder in. Er moest een hoogwerker aan te pas komen om de stapels buispalen de tuin in te tillen. (Op zo’n moment begrijp je wel dat de kosten uiteindelijk op 180.000 euro uitkomen…)

De aannemer had wisselende ploegen onderaannemers, zo werd er bijna steeds aan de drie panden tegelijk gewerkt. 

Soms lag het bij ons stil omdat er bij de buren een stop was doorgeslagen, of omdat er geen cement gestort kon worden vanwege de vorst.

Maar er zat wel vooruitgang in: op 9 en 10 maart gingen bij ons de schroefpalen de grond in, en werden ze alle 14 (2 x 7) gevuld. Na de weken voorbereiding (keldervloer slopen, kelder uitgraven, werkvloer leggen) duurde dat verrassend kort.

Vervolgens kwamen de vlechters de stalen wapening aanbrengen, waarna een 30 cm dikke betonvloer met de palen en de muren werd geïntegreerd. Met deze ‘tafel-methode’ draagt de onderheide vloer via inkepingen in de muren het huis. Toen kwamen de bekisters weer, waarna betonnen wanden gestort werden die de muren verstevigen en de kelder waterdicht afsluiten. 

Zoals gedurende het hele proces, waren er onverwachte tegenvallers. Lekkage van het riool: de wasmachine en het toilet op de begane grond een tijd niet kunnen gebruiken. Opzichter van de gemeente komt langs om de voortgang ter checken, en is niet tevreden: afbreken en opnieuw. Bouwvakker heeft vreselijke kiespijn en moet naar huis.

Begin april was dat achter de rug.

Waar het allemaal om begonnen was, nieuwe funderingspalen waar, via een nieuwe keldervloer, de oude muren op kunnen steunen was gebeurd.

Dit had drie maanden gekost.

Echter, het huis was nog niet op orde. Bij de directe buur moet nog een wand gestort worden, die grenst aan onze tuin. Aan de voorgevel (straat) en achtergevel (tuin) moeten nog vele ‘gaten’ gedicht worden. 

De vernieuwde kelder moet nog afgemaakt worden: trappen, deuren, ramen; riool, waterleiding en elektriciteit deels vernieuwen.

Daarna kunnen onze spullen er weer terug in. Wat een ruimte zal dat geven!

En de tuin… Een gevolg van het graafwerk is dat we een kleiberg hebben, die we willen gebruiken om een terras aan te leggen.

Tegen de tijd dat het hele funderingsherstel achter de rug is, kunnen we hopelijk eens rustig in de tuin zitten en terugkijken op het proces, en wat afsluitende tips delen.

Meer info: Elske Schreuder (ElskeSchreuder@indalo.eu)

17 maart verkiezingen: blauwgroene check

12 maart 2021

De landelijke partijen spreken zich ook uit over water, natuur en klimaat. Om de kiezer inzicht te geven, heeft Water Natuurlijk hen langs de meetlat gelegd. De uitgebreide meetlat lees je hier. 

Verkiezingen: hoe blauwgroen zijn de partijen? 

Op 17 maart kiezen we een nieuwe Tweede Kamer. De partijen die meedoen aan de verkiezingen beloven veel moois voor Nederland.

Water Natuurlijk heeft 13 verkiezingsprogramma’s langs de meetlat gelegd om ze te beoordelen op de onderwerpen die we belangrijk vinden, en die we in het voorjaar in een Manifest hadden neergelegd dat toen ook aan de partijen is toegezonden. Ons lid in het hoogheemraadschap, Elske Schreuder, was één van de leden van de landelijke werkgroep die de programma’s heeft geanalyseerd.

“Eerst hebben we ons over de concept-verkiezingsprogramma’s gebogen. Daar konden leden amendementen op indienen. Via onze eigen lidmaatschappen en die van bevriende relaties hebben we in diverse programma’s verbeteringen kunnen aanbrengen.

Vervolgens hebben we de definitieve programma’s langs de meetlat gelegd. Niet van alle 37 partijen, maar van 13 die nu in de Kamer vertegenwoordigd zijn. Naast alle stemwijzers en kieskompassen wilden we op een aansprekende manier zichtbaar maken hoe zij scoren op de aspecten waar Water Natuurlijk zich in de waterschappen sterk voor maakt. Dat zijn Water, Natuur, Klimaat en Bestuur. Het resultaat is in een “WaterRad” per partij zichtbaar gemaakt.

Via de social media en andere nieuwsbronnen wordt het “WaterRad” gepresenteerd met een totaaloverzicht èn per partij, en op de website van Water Natuurlijk zijn de scores per partij ook terug te vinden. Zo kunnen alle kiezers een weloverwogen blauwgroene keuze voor de toekomst van Nederland maken”.

Water Natuurlijk legt partijen langs de watermeetlat

‘Water Natuurlijk de groene stem in de waterschappen’, is onze slogan. Hoe doen partijen het die meedoen aan de Kamerverkiezingen als het over water gaat? Om daar achter te komen hebben 8 leden* van Water Natuurlijk 13 partijprogramma’s langs de lat van ons Manifest gelegd, dat alle partijen in april 2020 hebben ontvangen. Het resultaat van ons werk hebben we visueel gemaakt in een “WaterRad”. Hier een overzicht van het proces.

Na de oproep van de voorzitter van Water Natuurlijk afgelopen zomer, kwam sinds eind september de groep wekelijks bij elkaar. Eerst om te bespreken welke concept programma’s en partijen publiek worden geanalyseerd, langs welke criteria, en of we nog wijzigingen konden indienen via amendementen. Ook besprak de werkgroep hoe het resultaat visueel te maken en wat te doen met het resultaat.

Er is voor gekozen 13 partijprogramma’s te analyseren, de programma’s van partijen die nu in de Tweede Kamer zitten. Het Manifest hebben we opgeknipt in vier delen met uiteindelijk 12 scores. Deze vier delen zijn Water, Natuur, Klimaat en Bestuur, met scores op gezond water, schoon water, ruimte voor water bij Water. Natuur scoren we op natuurnetwerk, herstel biodiversiteit en aanpak droogte. Klimaat landelijk, klimaat stedelijk en circulair werken zijn de onderdelen van Klimaat. En Bestuur tenslotte is gescoord op vervuiler betaalt, geborgde zetels en subsidie lokale partijen.

Alle 13 partijen

De conceptprogramma’s hebben we geanalyseerd en bij een aantal partijen is het gelukt om amendementen aangenomen te krijgen, waardoor we een aantal partijprogramma’s watervriendelijker konden maken.

Na het verschijnen van de definitieve programma’s hebben telkens twee leden van de groep partijprogramma’s onafhankelijk van elkaar geanalyseerd en hebben we de uitkomsten gematcht, collectief besproken en vastgesteld. De partijen zijn langs de 12 lijnen gescoord en opgedeeld in percentages. Om de analyses positief in te steken, kreeg elke partij maximaal drie tops voor de dingen die zij goed doen en drie tips waar verbetering ten aanzien van water mogelijk is. Voordat de analyses publiek zijn geworden, hebben partijen de gelegenheid gehad te reageren op de analyses. Van de partijen die hebben gereageerd zijn de reacties beknopt weergegeven samen met de analyse, tips en tops.

De scores van de partijen variëren van 34% tot 97%. Percentages maakt dat kiezers in één oogopslag kunnen zien hoeveel aandacht een partij van voorkeur heeft voor water. Dennis de Groot en Maria Driessen hebben ons geholpen het resultaat visueel aantrekkelijk te maken.

De resultaten zijn besproken tijdens het landelijk bestuursvergadering van Water Natuurlijk en de Landelijke Bestuur Plusvergadering. De reacties waren positief, en mogelijk kan deze exercitie herhaald wordenvoor de gemeenteraadsverkiezingen van volgend jaar. Het zou tevens een een mooie opmaat kunnen zijn naar de waterschaps- en provinciale verkiezingen in 2023.

Ook na de verkiezingen gaan we als Water Natuurlijk door om ‘onze groene stem in de waterschappen’ te laten doorklinken in de formatie.

*Annemiek Jenniskens, Elske Schreuder, John Steegh, Ernest de Groot, Greet Eijkelenboom, Peter Snoeren, Rianne ten Veen en Astrid Weij.

Informatie: Elske Schreuder (e.schreuder@hhsk)

Hoe bestrijdt HHSK mollen?

11 maart 2021

Ons buurwaterschap Hollandse Delta gaat sinds kort anders om met de bestrijding van mollen. Op initiatief van onze collega-fractie van Water Natuurlijk worden daar alleen nog mollen gevangen als schade aan een dijk ontstaat waardoor de veiligheid in het geding kan komen. Dit heeft geleid tot een grote afname van het aantal gedode mollen, van maar liefst 2521 (1e kwartaal 2017) tot 924 gedode mollen (1e kwartaal 2020). Dat is positief, want mollen zijn een belangrijk onderdeel van het eco-systeem. Hoe dit zit in ons hoogheemraadschap is ons onbekend, daarom hebben we onderstaande vragen aan het college van Dijkgraaf en Hoogheemraden gesteld. Wij zijn benieuwd naar de uitkomsten!

Capelle aan den IJssel, 26 februari 2021

Betreft: Schriftelijke vragen aan het College van D&H ex artikel 37 van het reglement van orde van de Verenigde Vergadering van het Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard

Geacht college van Dijkgraaf en Hoogheemraden,

In het waterschap Hollandse Delta wordt door een andere aanpak onnodige bestrijding van mollen voorkomen. Alleen bij schade aan een dijk waardoor de veiligheid in het geding kan zijn worden de mollen nog gevangen. En dat is positief, want mollen zijn een belangrijk onderdeel van het eco-systeem. 

 

Met 71 kilometer aan rivierdijken en 340 kilometer aan overige dijken is het aannemelijk dat mollen ook in ons werkgebied voorkomen. Toch is op de website van HHSK geen informatie over (bestrijding van) deze dieren te vinden. 

Water Natuurlijk heeft daarom de volgende vragen:

  • zijn mollen een probleem in ons werkgebied? Zo ja, hoe en waar, Zo nee, waarom niet?
  • bestrijdt het hoogheemraadschap actief mollen? Zo ja, hoeveel mollen werden gevangen in 2019 en 2020?
  • indien het hoogheemraadschap niet actief mollen bestrijdt, wat is daar de reden van?

 

Met vriendelijke groet,

Namens de fractie van Water Natuurlijk

Josien van Cappelle  J.van.Cappelle@hhsk.nl

Aan de slag voor zoetwater in tijden van droogte


HHSK start met de voorbereidingen van twee projecten. Beide projecten zorgen voor het beter beschikbaar hebben van zoetwater in tijden van droogte. Het gaat om de Robuuste Doorvoerroute Krimpenerwaard en Beter Benutten Bergsluis.

Beide projecten zijn opgenomen in het voorkeurspakket voor het Deltaprogramma Zoetwater en daardoor zeer kansrijk om met medefinanciering vanuit dit programma gerealiseerd te kunnen worden.

Water inlaten in tijden van droogte

In periode van droogte kan het waterschap bij de verschillende gemalen water het gebied in laten stromen. We malen dan niet het regenwater vanuit de polder via de watergangen naar de rivier, maar halen het water juist uit de rivier en laten het de polder instromen. Als het erg lang droog is en de rivierafvoer op de Lek laag is dan treedt het zoute water vanuit de zee steeds verder de rivier op. Het water is dan nog redelijk zoet, maar te zout voor het leven in de sloten en om te gebruiken voor in de land- en tuinbouw.

Als eerste moet het waterschap dan de inlaten op de Nieuwe Maas dichtzetten. Houd de droogte aan dan komt de zo gehete “zouttong” ook de Hollandse IJssel op. Dit zorgt voor een watertekort in de Zuidplaspolder, maar ook voor het waterschap Rijnland. Voor Delfland, ons buurwaterschap in het westen, is het probleem nog groter, omdat zij aan zee ligt. Beide maatregelen zijn dan ook samenwerkingsprojecten om samen de beschikbaarheid van zoetwater te vergroten.

Robuuste Doorvoerroute Krimpenerwaard

De robuuste doorvoerroute Krimpenerwaard is een samenwerking met Rijnland. Het inlaatpunt bij het gemaal Krimpenerwaard in het zuiden aan de Lek beschikt “nog altijd” over voldoende zoet water. Dit water laat het waterschap de waard in stromen, zodat sloten niet droogvallen.
Het idee is nu om grotere hoeveelheden water in de Krimpenerwaard in te laten en dit door de Krimpenerwaard te laten stromen en in het Noorden door het gemaal Verdoold op de Hollandse IJssel uit te malen. Zo ontstaat daar een zoetwaterbel die bij de Snelle Sluis, Schieland in kan stromen. Verder in het noordoosten benut Rijnland het zoete water om het bij Gouda in te laten.

Benutten Bergsluis

In het Noorderkanaal in Rotterdam ligt de Bergsluis. Dit is de grens van het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard met het hoogheemraadschap van Delfland. Door de Bergsluis aan te passen kunnen we makkelijker water uitwisselen tussen de twee gebieden en zo zoet water beter verdelen in tijden van droogte. Ook wordt er een tweezijdige vismigratieroute gerealiseerd. Zo kan niet alleen het water, maar ook vis makkelijker een kijkje nemen bij de buren.

Het is een complex project door de ligging in stedelijk gebied met de vele aanwezige infrastructuur.

Voor meer informatie: Erik Hovingh (erik.hovingh@hhsk.nl)

Uit de praktijk: een funderingshersteloperatie

      Rotterdam is gebouwd op dik water…. En als daar je huis op staat? Op houten palen – die vervangen moeten worden? Een kijkje in de kelder van een ervaringsdeskundige. In een aantal afleveringen neemt Elske je mee in de voorgeschiedenis en de uitvoering van een funderingshersteloperatie. De voorgeschiedenis.                                                                                                  Sinds het eind van … Lees "Uit de praktijk: een funderingshersteloperatie" verder

 

pastedGraphic.png

 

 

Rotterdam is gebouwd op dik water…. En als daar je huis op staat?

Op houten palen – die vervangen moeten worden?

Een kijkje in de kelder van een ervaringsdeskundige.

In een aantal afleveringen neemt Elske je mee in de voorgeschiedenis en de uitvoering van een funderingshersteloperatie.

De voorgeschiedenis.                                                                                                 

Sinds het eind van de vorige eeuw wonen we aan een van de oude doorgaande wegen van Rotterdam Blijdorp. Een huis uit 1905. Toen we het kochten, dachten we dat dat vooral voordelen had: lekker hoge plafonds, mooie houten trap, verrassende verbouwingen….

Recent bleek dat het ook zo zijn problemen met zich meebrengt.

Een verticale scheur in de muur naast de eettafel bleek langzaam groter te worden. Zo langzaam dat het jaren kostte voordat we het doorhadden, en dan nog alleen omdat er elk jaar met kerstmis wel een foto werd gemaakt, en toen we die eens naast elkaar legden….

We hadden verder wel gemerkt dat onze (smalle) kelder, onder de gang, scheuren in de bodem had waardoor water naar boven kwam als het geregend had, maar dat zakte ook binnen een paar dagen weer weg. De opbergrekken stonden op poten, weinig aan de hand. Nu werden we bang dat er onder de grond veel ernstiger ontwikkelingen gaande waren, die ingrijpen nodig zouden maken.

Met een hele rij buren hadden we goed contact, en elk jaar kwamen we met een BurenBorrel bij iemand anders thuis.

Een jaar of drie geleden gooiden we daar een balletje op over ‘scheuren, verzakking, klachten?’ En het bleek dat er met 7 naast elkaar gelegen panden wel wat aan de hand was. Groeiende scheuren, klemmende deuren, een scheve vensterbank…

Met deze 7 eigenaren begonnen we te overleggen. Iedereen ging zich in de materie verdiepen. Voor het eerst kwamen er termen boven tafel als houten heipalen, grondwater, droogvallende fundamenten, rottende paalkoppen.

Ik zat nog niet in het bestuur van het waterschap, maar wist wel wat van bouwen, een ander was architect, mijn man is jurist, de een was klusser, de ander woonde er niet maar verhuurde haar pand aan een tandtechniek-praktijk: een gevarieerd gezelschap met deels dezelfde zorgen en belangen. We besloten een zogenaamde funderingsonderzoek te laten doen, via een ons bekend bureau. Later hoorden we dat we dat via de gemeente hadden kunnen doen, en dat er ook wat subsidie voor is.

https://www.rotterdam.nl/bestuur-organisatie/funderingsloket/. De kosten waren overigens heel overkomelijk, zeker vergeleken met die van het herstel: een paar honderd euro per bewoner.

Er werden een paar palen gecheckt, van onder de voor- en achtergevels. De uitslag, een paar weken later, was dat alle 7 panden binnen een paar jaar geherfundeerd zouden moeten worden vanwege de ingezette rot; het huis in het midden was er het slechtste aan toe. Overal moesten nieuwe, stalen palen komen, en wel zo’n 25 meter diep tot op de stevige zandlaag.

Toen begon de lastigste fase: de onderhandelingen over tekeningen, eisen, materialen, aannemer, verdeling van de kosten, de tijdsplanning.. Dit duurde ruim anderhalf jaar, wat niet uitzonderlijk is.

Een deel van de problematiek is het volgende.

Elk pand heeft drie dragende muren die op de houten palen rusten, die ongeveer 2 meter uit elkaar staan, dus over de hele lengte zo’n 7 palen. De middenmuur, tussen gang en kamers, is van alleen dat pand, en de kosten van dat herstel komen dus voor 100 % voor de betreffende eigenaar.

Maar de twee andere muren in onze rij zijn ‘mandelig’ dat wil zeggen gedeeld met de buur, en rusten op een enkele rij palen. 

De kosten van dat herstel moeten dus verdeeld worden, en dan kan er verschil van mening optreden. Bijvoorbeeld: Welke delen van de kosten, zoals het afgraven, kun je doorbelasten aan je buren?

Nog ingewikkelder is de keuze van de kelder van waaruit de nieuwe palen de grond in gaan. Want als buur 1 via de smalle kelder de gemeenschappelijke muur heeft ondersteund, dan hoeft buur 2 aan zijn kant dit natuurlijk niet nog eens te doen (mandelige muren), maar als dit bij buur 2 een brede kelder is, heeft hij dan meer profijt van het werk dat buur 1 laat uitvoeren? 

Als de ene buur voor de brede kelder (brede beuk) wil kiezen (bijvoorbeeld om meteen een souterrain te laten maken), wordt het herfunderen onder de betreffende gedeelde, mandelige, muur duurder. Ook voor de buur?

Wat bleek, is dat allerhand samenhangende lastige discussieonderwerpen naar boven komen, naast de verschillen in aard en ernst van de bouwkundige problematiek per pand. Deze hebben gevolg voor de keuze van de techniek en van de aannemer, voor (de verdeling van) de kosten, en voor de verhouding en het vertrouwen tussen de buren.

Meer dan bij het Vooronderzoek, zou op dat moment een procesbegeleider welkom zijn geweest.

We hadden wel iemand ingehuurd die voor € 49.000,- het hele proces (voorbereiding en uitvoering) zou begeleiden, maar dat bleek een teleurstelling. Hij had onvoldoende oog voor de delicate sociale verhoudingen en de uiteenlopende belangen. Daarna deden we alles weer zelf, samen.

In ons concrete geval bleken de uiteenlopende (ook financiële) belangen, en de verschillende eisen en wensen uiteindelijk te ver uit elkaar te liggen.

De één kan iets zelf doen (keldervloer slopen) waardoor het goedkoper wordt, de ander wil het herstel zo snel mogelijk gezien het bedrijf in het pand en desnoods wordt het duurder, weer een ander moet de goedkoopste variant kiezen en heeft juist geen haast….

Na veel lastige onderhandelingen is de groep buren in voorjaar 2020 uiteengevallen.

Dat was enerzijds wel teleurstellend. Vooral omdat je toch liever een probleemloze relatie met je buren wil hebben. Maar ook omdat het zo veel tijd en vergaderingen en berekeningen en aanpassingen had gekost. En omdat zowel het vooronderzoek als het funderingsherstel zelf veel handiger (en goedkoper) is als je het met meerdere eigenaren van de panden samendoet. Denk bijvoorbeeld aan het aanvragen van gemeentelijke vergunningen.

Maar soms liggen de wensen en belangen zo ver uit elkaar dat opsplitsing voor iedereen beter is. 

Wij zijn uiteindelijk met 2 buren in zee gegaan met een aannemer, de 4 anderen met een andere.

Toen gingen we dus een nieuwe fase in.

Wordt vervolgd.

Elske Schreuder

 

1234567