Verdroging en waterkwaliteit laten meeliften met stikstofaanpak

26 januari 2021

De natuur op de Veluwe ervaart weinig voordeel bij het zomaar opkopen van landbouwbedrijven door de provincie. Dat blijkt uit onderzoek naar stikstofmaatregelen van Wageningen University en Research. Daaruit blijkt ook dat stikstofmaatregelen het meeste effect hebben op plekken waar het natuurprobleem het grootst is. De provincie Gelderland is van mening dat niet de uitstoot, maar de totale neerslag van stikstof moet bepalen welke bedrijven worden uitgekocht.

Te veel stikstofneerslag is één van de redenen waarom het slecht gaat met de natuur. Om de stikstofuitstoot te verminderen heeft het Rijk bijna 3 miljard euro beschikbaar gesteld voor natuurherstel- en versterking en circa 2 miljard euro voor (bron)maatregelen om de stikstofuitstoot van landbouw, verkeer, bouw en industrie te verminderen.

Het onderzoek heeft gekeken naar één maatregel: gerichte opkoop van piekbelastende veehouderijbedrijven.
Voor de selectie van piekbelasters zijn drie strategieën doorgerekend:

Referentie: Selectie van de bedrijven met de hoogste emissie (hoogste emissie)

  1. Selectie van bedrijven die de hoogste depositiebijdrage geven op een locatie op een nabijgelegen s tikstofgevoelige Natura 2000-gebied in Gelderland (hoogste piek)
  2. Selectie van bedrijven die de grootste totale depositiebijdrage leveren op de stikstofgevoelige in Natura 2000-gebieden (grootste vracht; dit is de insteek geweest van de provincie Gelderland in de vrijwillige kalverhouderij regeling van de provincie).
  3. Selectie van bedrijven die relatief de grootste bijdrage leveren aan het verminderen van overschrijding van de kritische depositiewaarde (maximaal doelbereik; dit is de doelstelling van het Rijk, 50% van de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden onder de kritische depositiewaarde in 2030).

De berekeningen laten zien dat strategie 2, waarbij de reductie van de totale vracht aan ammoniakdepositie bij een gewenste emissiereductie maximaal is, tevens de grootste gemiddelde depositiereductie oplevert waarbij het kleinste aantal bedrijven moet opgekocht worden. Per ton ammoniakemissie die wordt opgekocht is deze strategie ook meest effectief. Verder geeft strategie 2 ook aan dat met het opkopen van 25 tot 75 bedrijven, vooral gelegen ten westen van de Veluwe, al een veel hogere stikstofdepositiereductie bereikt wordt in vergelijking met hetgeen het Rijk beoogde met het landelijk opkopen van 200 bedrijven.

Water Natuurlijk vindt dat niet alleen het terugdringen van de stikstofdepositie op de natuur belangrijk is. Het verbeteren van de waterkwaliteit en het beperken van de verdroging zouden zo goed mogelijk moeten meeliften met deze opkoopregeling. In de optie die de voorkeur van de provincie heeft, zouden vooral landbouwbedrijven aan de westkant van de Veluwe uitgekocht moeten worden. Dat biedt kansen om in dit oostelijk deel van de Gelderse Vallei tegelijkertijd de waterkwaliteit te verbeteren en het water langer vast te houden. Maar ook bij die optie blijft het van belang om te werken aan de luchtkwaliteit, de waterkwaliteit en het tegengaan van verdroging in met name het zuidelijk deel van de IJsselvallei en het gebied rond Winterswijk.

Indicatieve ligging van piekbelasters voor 3 strategieën
Bron: Wageningen Research

Minister Van Nieuwenhuizen traineert democratisering waterschappen


Waterschapspartij Water Natuurlijk is een groot voorstander van een verdere democratisering van de waterschappen. Maar de Waterschapswet bepaalt op dit moment nog dat in ieder waterschap tenminste 7 en maximaal 9 van de 30 zetels zijn gereserveerd voor de zogeheten ‘geborgde categorieën’. Deze zetels worden niet democratisch gekozen, maar aangewezen door belangengroeperingen (bedrijven, landbouw, natuur). De kiezer heeft hierdoor een beperktere invloed op de samenstelling van het algemeen bestuur. Overigens gaan de waterschappen niet zelf over afschaffing van de geborgde zetels; dat is aan de Tweede Kamer.

We vinden het aanwijzen van zetels, buiten democratische verkiezingen om, gewoon niet meer van deze tijd. We bevinden ons met die opvatting gelukkig in goed gezelschap. Ook de Commissie Boelhouwer vindt dat. Deze commissie oordeelde dat de gekozen vertegenwoordigers van de (politieke) partijen in de waterschappen zijn uitstekend in staat om in de bestuurlijke discussies alle specifieke belangen in hun afwegingen een plaats te geven.

Eind juni is door Laura Bromet, Tweede Kamerlid voor GroenLinks, een initatiefwet ingediend om te zorgen dat die afschaffing nog voor de verkiezingen in 2023 een feit is.

Minister Van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Water stelde de commissie Boelhouwer zelf in. Maar helaas durfde ze niet door te pakken. Ze vroeg aan het Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving (OFL) om alle standpunten nog weer eens in beeld te brengen. Helaas leende deze club zich voor haar uitstelstrategie. Onlangs is hun rapport met de al zeer lang bekende standpunten uitgekomen.

Fijntjes wijst het OFL erop dat het nu te laat is om de wet nog op tijd voor de volgende waterschapsverkiezingen te veranderen. We zitten dus waarschijnlijk nog tot in ieder geval de waterschapsverkiezingen van 2027 vast aan dit verouderde en ondemocratische systeem

Herstel de natuurlijke overstromingsvlakten!

19 januari 2021

Natte overstromingsvlakten vormen een belangrijk onderdeel van natuurlijke riviersystemen, maar ondanks rivierherstel ontbreken ze nog vrijwel geheel in Nederland. In de uiterwaarden van de Rijntakken liggen lokaal goede kansen om deze ‘missing link’ te herstellen. Dat blijkt uit onderzoek in opdracht van het kennisnetwerk Ontwikkeling en Beheer Natuurkwaliteit (O+BN), waarin onder meer het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit (LNV) en 12 provincies participeren.

De oorspronkelijke situatie, waarin de grootschalige komgebieden in het rivierengebied functioneerden als tijdelijke natte overstromingsvlakten, kan vrijwel nergens meer worden hersteld. Er zijn echter wel mogelijkheden om uiterwaarden in het rivierengebied zodanig in te richten en het waterpeil te beheren, dat ze in ecologisch opzicht functioneren als een tijdelijke overstromingsvlakte. Het gaat daarbij vooral om uiterwaarden waar (hoog)water gecontroleerd via een inlaatwerk (sluis in zomerkade of oeverwal) kan worden in- en uitgelaten.

Nu de uiterwaarden meer en meer een natuurstatus krijgen, biedt dat kansen om het waterbeheer juist af te stemmen op het vasthouden van water in plaats van het voorkomen van inundatie en het zo snel mogelijk afvoeren van water. De zomerkaden die ooit aangelegd zijn om het water zo lang mogelijk uit de uiterwaarden te weren, bieden nu juist kansen om het water in de uiterwaarden in te vangen en langer vast te houden. Daarmee kan het waterpeil zodanig beheerd worden dat de uiterwaarden ecologisch functioneren als een periodieke overstromingsvlakte. Het gaat daarbij vooral om uiterwaarden waar (hoog)water gecontroleerd via een inlaatwerk (sluis in zomerkade of oeverwal) kan worden in- en uitgelaten.

Om duurzame populaties van onder meer broedvogels te kunnen herbergen is het belangrijk dat de overstromingsvlakten groot genoeg zijn of dat meerdere kleinere overstromingsvlakten bijeen liggen. De selectie van de meest kansrijke locaties langs de Rijntakken is op één kaart afgebeeld, waarbij onderscheid is gemaakt in gebieden die op korte termijn te realiseren zijn omdat ze binnen het Natuurnetwerk liggen en in gebieden waarop voor de langere termijn kan worden ingezet. Hieruit komen drie clusters van gebieden naar voren: Gelderse Poort en Beneden-Waal, de IJssel tussen Zutphen en Zwolle en het Zwarte Water in de delta van de IJssel en de Vecht. Ook de Bovenste Polder bij Wageningen is een kansrijk gebied.

Water Natuurlijk vindt dat deze uiterwaarden nu snel een natuurlijker karakter kunnen krijgen, zeker als ze al onderdeel uitmaken van het Natuurnetwerk.

Overzicht van kansrijke gebieden voor tijdelijke overstromingsvlakten langs de Rijntakken. Binnen het huidige natuurnetwerk Nederland (NNN) zijn er 3 clusters te onderscheiden: Gelderse Poort, Beneden-Waal en het Zwarte Water. Ook de Bovenste Polder bij Wageningen is een kansrijk gebied.

 

Overheden: neem verantwoordelijkheid voor funderingsschade!


Tot de jaren ’70 is in Nederland op klei- en veengronden gebruik gemaakt van ondiepe (op staal) funderingen en houten paalfunderingen. Niet alleen gebouwen met houten paalfunderingen kunnen funderingsproblemen krijgen. Ook gebouwen op zee- of rivierklei zoals het Rivierengebied kunnen funderingen hebben die gevoelig zijn voor beschadiging door zetting en lage grondwaterstanden.

De oorzaak van deze funderingsproblemen ligt vaak buiten de invloedssfeer van de bewoner maar deze draait wel op voor de volledige herstelkosten. Volgens het Verbond van Verzekeraars is deze schade in Nederland niet verzekerd.

Hoewel het om veelal trage processen gaat, kan er versneld schade ontstaan bij een plotselinge grondwaterverlaging of zetting door werkzaamheden. Ook een droger klimaat kan funderingsproblematiek door sterkere bodemdaling en lagere grondwaterstanden in gang zetten of versnellen. Tot hoeveel extra schade klimaatverandering kan leiden verschilt per gemeente: met name het westen van het land, Friesland en de gemeenten langs de IJssel lijken op basis van de analyse extra gevoelig voor klimaatverandering.

De droogte van de afgelopen zomers zorgde voor extra aandacht voor bodemdaling en schade aan funderingen.

Het Kennis Centrum Aanpak Funderingsproblematie (KCAF) heeft een aantal informatieve brochures uitgebracht.

De ruimtelijke spreiding van verwachte schade komt op hoofdlijnen overeen met het beeld van gemeenten waarvan op dit moment bij KCAF meldingen bekend zijn.

Een quickscan van Deltares biedt inzicht in de ruimtelijke spreiding en ordegrootte van de schadekosten in de periode 2018 – 2050 op gemeenteniveau. Op basis van gegevens van Deltares heeft Sweco deze kaart gemaakt waarin de risicogebieden van funderingsproblemen inzichtelijk zijn gemaakt.

Funderingsherstel is erg duur. Een grote groep eigenaar-bewoners kan de kosten niet dragen. Het Fonds Duurzaam Funderingsherstel is bedoeld voor de financiering van noodzakelijk funderingsherstel. Het fonds heeft een omvang van € 100 miljoen, waarvan 20 miljoen euro van de rijksoverheid. Op een totale schadelast van tientallen miljarden is dit bedrag natuurlijk een schijntje en bovendien gaat het om een lening.

Risicogebieden voor funderingsproblemen

Bron: SWECO

Water Natuurlijk vindt dat overheden inwoners niet zomaar in de kou laten staan. Dat vraagt drie dingen.

Ten eerste een substantiëler nationaal fonds dat rekening houdt met de draagkracht van bewoners, die geheel buiten hun schuld voor ingrijpende investeringen staan.

Ten tweede moeten bewoners zonder meer schadeloos worden gesteld, als de schade het gevolg is van werkzaamheden. De overheid als opdrachtgever mag omwonenden niet in de kou laten staan.

Ten derde is een heroverweging nodig van het waterpeilbeheer in die gebieden waar bijvoorbeeld verdergaande peilverlaging voor de landbouw zorgt voor veel extra schade aan woningen. Dat is een taak voor provincies en waterschappen.

 

 

 

 

 

Europese Commissie: landbouwsubsidie inzetten voor herstel sponswerking en waterkwaliteit


De Europese Commissie wil dat Nederland de sponswerking van het watersysteem herstelt. De Commissie stelt vast dat het intensieve gebruik van het platteland door de landbouw heeft geleid tot een verlaging van het grondwaterpeil. De afvoer van water versneld door het droogleggen van land en het kanaliseren van beken en rivieren. Dat heeft tot gevolg gehad dat de sponsfunctie van het platteland aanzienlijk is verminderd. “Ernstige droogtes hebben de afgelopen 3 jaar tot aanzienlijke economische schade geleid.”

Dit zegt de Europese Commissie in de aanbevelingen voor de Nederlandse uitwerking van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB).

Ook moet de Nederlandse landbouw de belasting van het milieu met schadelijke stoffen fors verminderen. Gebeurt dat niet dan loopt Nederland het risico zich niet aan internationale milieu- en klimaatverdragen te houden, zoals de doelstellingen in het Klimaatakkoord van Parijs en de Kaderrichtlijn Water. De Commissie signaleert dat de uitspoeling van nutriënten in Nederland met 200 kg stikstof maar liefst vier keer zo groot als het gemiddelde van de 27 Europese lidstaten.

De stikstofbelasting vanuit de landbouw in Nederland is hoogBron: Europese Milieuagentschap

Nederland zal volgens de Commissie de GLB-gelden moeten gebruiken om de stikstofemissies naar water en lucht terug te brengen om de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater te verbeteren en bescherming te bieden aan de Natura 2000-gebieden. Verder wil de Commissie dat in Nederland het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen sterk wordt teruggebracht.

28 januari 2021 Webinar Biodiversiteit en Verdroging

21 december 2020


Webinar Biodiversiteit en Verdroging

28 januari 2021, van 20.00-21.00u, via ZOOM

Verdroging is na drie hete en droge zomers een actueel thema. Maar het is beslist geen nieuw fenomeen. De problemen die verdroging voor natuur veroorzaakt zijn al zeker een halve eeuw bekend. Gaan we deze eindelijk oplossen nu, na drie gortdroge zomers op een rij, verdroging niet alleen een probleem voor natuur blijkt, maar ook de landbouw schade berokkent en funderingsproblemen veroorzaakt bij gebouwen?

In zijn inleiding bij aanvang van de Regionale Ledenvergadering van Water Natuurlijk Midden Nederland ging ecohydroloog Flip Witte in op de rol die waterschappen kunnen spelen bij het oplossen van de verdrogingsproblematiek. Bijvoorbeeld door regenwaterminder snel af te voeren of door meer natte bufferzones in te richten rondom natuurgebieden. Dat verdroging nog steeds een probleem is roept de vraag op of waterschappen wel genoeg doen en of ze wel de goede dingen doen. Hoe kunnen we er wél voor zorgen dat het probleem wordt opgelost?

Die vragen staan centraal op ons tweede webinar op 28 januari 2021. We gaan het gesprek aan met:

Frans ter Maten, Heemraad van waterschap Vallei en Veluwe namens Water Natuurlijk.
Piet Verdonschot, hoogleraar Wetland RestorationEcology aan de Universiteit van Amsterdam.
Jan Aalbers, wethouder gemeente Epe met o.a. klimaat en leefomgeving in zijn portefeuille.
Gert-Jan Blankema, ecoloog, auteur van Veluwe, Buitengewoon.

Deelnemers aan het webinar kunnen via de chat meepraten, vragen stellen en een reactie geven op stellingen.

Schrijf je hier in.

Het Termatenklompenpad.

16 november 2020

Vrijdagmiddag 2 november is op bescheiden wijze de opening van het Termatenklompenpad gevierd. Samen met Hanke Bruins Slot (gedeputeerde provincie Utrecht) en Hein Pasman manager Natuur en Landschap bij Landschap Erfgoed Utrecht onthulde ik het startpaneel op de Leusbroekerweg te Leusden tegenover spoorwachtershuis 43. Dit Termatenklompenpad kreeg ik in juni 2015 aangeboden van de toenmalige gedeputeerde Bart Krol. Als dank voor mijn jarenlange werk als directeur/bestuurder van Landschapsbeheer Utrecht en later Landschap Erfgoed Utrecht aan het landschap, biodiversiteit en cultuurhistorie in de provincie Utrecht. En voor het ontwikkelen van het fenomeen Klompenpaden. Hoe mooi is het dan dat ik die het cadeau mocht uitpakken.

Zo’n kleine 20 jaar geleden bedacht ik, geïnspireerd door Anton Stortelder, bioloog en inwoner van het Achterhoekse Zieuwent (www.kerkenpadenzieuwent.nl) dat het mooi zou zijn om verdwenen paden in het cultuurlandschap weer zoveel mogelijk terug te brengen. Oude landkaarten waren de basis om de paden terug te vinden, te herstellen en uiteindelijk weer toegankelijk te maken. Actieve beleving van ons mooie cultuurlandschap, wat behoorlijk gesloten was voor de wandelaar. Vrijwilligers (onder andere van historische kringen), grondeigenaren, gemeenten en het waterschap bogen zich keer op keer over een oude landkaart met weer een klompenpad route als resultaat. Zo zijn er in Utrecht en Gelderland inmiddels 131 klompenpaden. Een enorm succes, waar ik jaren terug alleen maar van kon dromen.

Frans ter maten en Hanke Bruins Slot bij het pas geopende Termatenklompenpad

Herstel van verdwenen cultuurhistorie was een drijfveer om aan de slag te gaan met wandelpaden in het cultuurlandschap. Een tweede drijfveer was en is misschien wel veel belangrijker. Ondanks dat er al vele duizenden vrijwilligers jaarlijks aan het onderhoud van landschapselementen zoals knotwilgen, drinkpoelen houtwallen en -singels werkten en werken, verloederde het cultuurlandschap. Dat moest met alle mogelijke middelen een halt worden toegeroepen. Daarbij was van belang dat er meer aandacht vanuit de stad voor het cultuurlandschap moest komen. Een betere verbinding tussen stad en platteland. Niet met de ruggen tegen elkaar, maar face to face. Samen op de bres voor herstel van het cultuurlandschap dat ons land zo herkenbaar en afwisselend maakt en niet onbelangrijk een grote biodiversiteit herbergt. Het cultuurlandschap was naar mijn gevoel een weeskind dat hoognodig meer liefdevolle zorgouders nodig had.

Een derde drijfveer was bijvangst. De wandelpaden bleken ideale biotopen voor verwachte en onverwachte ontmoetingen tussen mensen. Zo zorgen klompenpaden ook voor verbinding tijdens inspannende ontspanning

Voor meer informatie zie www.klompenpaden.nl, de klompenpadenapp en de boekjes ‘50 klompenpaden’ en ‘50 nieuwe klompenpaden’ van Wim Huiser.

Frans ter Maten – Water Natuurlijk waterschap Vallei en Veluwe

Verdroging nu voortvarend aanpakken


Op 13 november organiseerde Water Natuurlijk een succesvol webinar over de aanpak van verdroging. Niet alleen de aanpak van de verdroging van natuurgebieden is een grote opgave voor de waterschappen. De droogte vormt ook steeds meer een probleem voor de landbouw. Daarnaast zorgt droogte ook voor steeds meer funderingsschade en verzakking van bebouwing, niet alleen in de veenweidegebieden maar ook daarbuiten. Nog langer talmen is geen optie meer. Dat zien alle partijen nu. Water Natuurlijk is blij met dit steeds bredere draagvlak voor het beter vasthouden van water.

Ecohydroloog Flip Witte ging in op de verdrogingsproblemen, maar vooral ook op de oplossingen. Waterschappen kunnen er op korte termijn al voor zorgen dat de (te snelle) afwatering van landbouwgebieden niet meer is toegespitst op de 5 procent allernatste percelen. Ook kunnen ze bufferzones met een hogere grondwaterstand instellen rondom natuurgebieden.

Nieuwe bosaanplant zou bij voorkeur niet op de hoge zandgronden als de Veluwe moeten komen, maar in de lagere zones daaromheen. Dat voorkomt extra verdroging op de hogere delen, en bovendien groeien de nieuwe bossen hier veel sneller.

Maar uiteindelijk is voor een structurele aanpak van verdroging ook een transitie in de landbouw nodig. Dat kan alleen in samenwerking tussen alle overheden, de landbouw en andere belangen.

Ruud Pleune, Marc Laeven en Astrid Meier zijn de fractievoorzitters van Water Natuurlijk in de waterschappen Rijn en IJssel, Rivierenland en Vallei en Veluwe. Ze lieten een aantal mooie voorbeelden zien van gebieden waar water met succes langer wordt vastgehouden, zoals op landgoed Het Lankheet bij Haaksbergen en langs de Leuvenumsebeek op de Veluwe. Maar er lopen ook nog veel acties, en er liggen nog forse opgaven die de waterschappen nog moeten oppakken.

Begin 2021 organiseert Water Natuurlijk een vervolgbijeenkomst over de aanpak van de verdroging!

Doe mee aan ons webinar over verdroging op 11 november!

22 oktober 2020

De Nederlandse natuur leidt sterk onder de verdroging. Vooral door diepe ontwatering voor de landbouw, en ook door grondwaterwinning, daalt het grondwaterpeil. Daar komen de droge zomers van de laatste jaren nog eens bovenop, en met de klimaatverandering kan dat nog erger worden.

Nu is het probleem van verdroging niet nieuw. Al sinds de jaren ’80 van de vorige eeuw staat verdroging op de politieke agenda bij de rijksoverheid, provincies en waterschappen. Het succes is beperkt. De natuur moest het vaak afleggen tegen andere belangen.

Met de droogte van de laatste jaren is het probleem breder geworden dan alleen natuur. Ook de landbouw heeft last van watertekorten, en schade aan de fundering van woningen kan enorme financiële problemen opleveren voor de bewoners. Ligt een structurele aanpak van de verdroging nu wél binnen bereik?

Daarover gaan we in gesprek met u, na een inleiding van ecohydroloog Flip Witte, en drie korte pitches door de fracties van Water Natuurlijk in de waterschappen Vallei en Veluwe, Rijn en IJssel en Rivierenland.

Het webinar vindt plaats op 11 november van 20.00-21.00 uur. Deelname is gratis, maar het aantal deelnemers is beperkt. Meld je dus snel aan via: http://eepurl.com/gpNly1

Terugblik Webinar Bloemrijke Dijken

18 september 2020


Terugblik op het
webinar Bloemrijke dijken

Wist je dat bloemrijke dijken niet alleen goed zijn voor de biodiversiteit: planten, insecten en allerlei andere kriebelbeestjes, maar ook voor een stevige ‘mat’ op de dijk waardoor het bijdraagt aan waterveiligheid? Reden waarom Water Natuurlijk in de waterschappen Rivierenland, Vallei & Veluwe en Rijn & IJssel de handen ineensloeg voor een coronaproof symposium; een webinar.

Net als de vele soorten bijen die een bloemrijke dijk aantrekt, zaten op 10 september bijna zestig mensen al ‘zoomend’ naar onze gastvrouw Mirte van der Linden te luisteren die met vier prikkelende stellingen de panelleden uitdaagde om te vertellen hoe belangrijk bloemrijke dijken zijn en hoe we ervoor kunnen zorgen dat er bloemrijke dijken komen. Joep Dirkx voedde als chatmaster Mirte met vragen en informatie uit de chats en met de resultaten van de polls. Cyril Liebrand, Peter de Groot, Gerard van Meurs en Hennie Roorda mengden zich vanuit het panel in de discussie. Een mooi gezelschap met decennialange ervaring in biologie, plantkunde, bodemgesteldheid en bestuurlijke knowhow hoe dit in te pakken in goed beleid.

Hennie Roorda heeft als heemraad voor Water Natuurlijk in waterschap Rivierenland een plan ‘biodiversiteit op de dijken’ laten opstellen.

Cyril Liebrand is ecoloog bij EurECO en als onderzoeker en adviseur betrokken bij veel dijkbeherende waterschappen. Hij is blij dat waterschappen steeds meer werk maken van biodiversiteit op dijken, waar hij in totaal zo’n 35 proefvakken heeft liggen.

Peter de Groot is adviseur Natuurzaden bij Biodivers, een bedrijf dat gespecialiseerd is in het oogsten van zadenmengsels van natuurterreinen. Regionale mengsels kunnen volgens hem terreinen natuurlijker maken op een duurzame manier.

Gerard van Meurs heeft als senior-adviseur Dijkveiligheid bij Deltares veel ervaring met diverse ruimtelijke vraagstukken. Hij voelt zich meer verbinder dan specialist.

Veiligheid

De eerste stelling ging over de veiligheid van bloemrijke dijken. Volgens Gerard is de bloemrijkheid niet bepalend voor de veiligheid, maar is vooral een goede zode in combinatie met deklei in de dijk verantwoordelijk voor de erosiebestendigheid.Een kruidenrijk mengsel van diverse plantensoorten zorgt voor een goede zode. Cyril voegt hier aan toe dat juist door een combinatie van ondiep en diep wortelende soorten een dikker pakket ontstaat. Dat zorgt voor een betere veiligheid dan de gebruikelijke één of twee grassoorten, die vaak alleen in de toplaag wortelen. De dikkere zode is ook beter bestand tegen droogte en zware neerslag.

Hennie geeft aan dat het waterschap samen met de Universiteit van Nijmegen een voorstel heeft ingediend bij het Hoogwaterbeschermingsprogramma om het effect van bloemrijke dijken op de veiligheid verder te onderzoeken. Bij het toetsen van de veiligheid van dijken is de biodiversiteit nu helaas nog geen indicator voor de sterkte.

Meer dan 80% van de deelnemers geeft via de poll aan dat ze ook denken dat bloemrijke dijken veiliger zijn.

 

Randvoorwaarden

Stelling 2 luidt: Waterschappen moeten randvoorwaarden scheppen voor bloemrijke dijken. Hennie is het daar uiteraard mee eens, evenals de meeste deelnemers aan het webinar. Rivierenland telt 500 km dijken, waarvan een groot deel versterkt moet worden. Bij de dijkversterkingsopgave worden de randvoorwaarden voor een bloemrijke dijk in de bestekken meegegeven. Het gaat daarbij onder andere om een laag lutumgehalte in de toplaag en de juiste zaadmengsels. Er worden nu ook al zaden verzameld van eigen dijken, wat beter zorgt voor een gebiedseigen ecosysteem dan bij het toepassen van andere kruidenrijke zadenmengsels. Na de aanleg moeten dijken ook goed beheerd worden, bijvoorbeeld door gefaseerd maaien, zodat dat de biodiversiteit ten goede komt. Het kan echter wel jaren duren voordat het ecosysteem zich goed ontwikkeld heeft.

Cyril geeft aan dat een toplaag van zware klei slecht is voor de begroeiing. Er moeten in de zadenmengsels niet te veel pioniersoorten zitten.

Jaap Bronsveld mengt zich als medewerker van Rivierenland in de discussie. Hij geeft aan dat goede communicatie met de aannemers heel belangrijk is. Dit gaat steeds beter. Cyril voegt hieraan toe dat je goed moet aangeven dat je inheemse zaden wilt hebben.

Volgens Peter worden de kruidenrijke zadenmengsel in de praktijk vaak teveel bijgemengd met graszaden, waardoor de gewenste vegetatie zich niet goed kan ontwikkelen. Hij waarschuwt dat het zaadmengsel geen sluitpost moet zijn in de bestekken.

Financiën

Met stelling 3 gingen we het over geld hebben; “een bloemrijke dijk is duurder”. Dit was overigens de eerste stelling waarbij het luisterend en kijkend publiek flink verdeeld was. Met zo’n 62% was het publiek van mening dat bloemrijke dijken niet duurder hoefden te zijn. Maar zijn bloemrijke dijken duurder? De panelleden vinden van niet, al ontstaat er wat discussie. Bloemrijke dijken met krachtige mengsels vragen minder onderhoud omdat de natuur aan zet is, al zijn de meeste dijken nog niet helemaal geschikt om de natuur haar gang te laten gaan. Een goede toplaag van de dijk is hierbij belangrijk. Heemraad Hennie Roorda haakt aan: “juist daarom biedt het dijkverzwaringsproject een kans om nu te kiezen voor bloemrijke dijken”. Bloemrijke dijken dragen bij aan het faseren van het maaien. En slim faseren in het maaibeleid kan de kosten aanzienlijk verminderen.

Met alleen bloemen onvoldoende diversiteit

Als gespreksleider Mirte stelling 4 poneert, richt ze zich weer op het hart van Water Natuurlijk; “Het maakt niet uit welke bloemen er bloeien, als er maar bloemen bloeien.” Nee, verscheidenheid in de natuur is sterker. Of toch ja, want we moeten nú starten, en iets is meer dan niets. Een meerderheid stemde voor “nee”, we willen meer verscheidenheid aan groei (=biodiversiteit!), al was het signaal sterk dat men snakt naar “meer bloem”.  Er is geen twijfel onder de aanwezigen dat de realisatie dát bloemrijke dijken belangrijk zijn.

Tenslotte, een ronde van goede conclusies om dit geslaagde webinar goed af te sluiten. Waar vaak de basis goed moet zijn, is het bij dijken juist de toplaag die de perfecte voedingsbodem moet zijn voor inheemse planten. Dit betekent dat al bij de aanleg van dijken ingezet moet worden op bloemrijke dijken. Want beheer kunt je veranderen, maar dat is bij de toplaag van een al aangelegde dijk een stuk ingewikkelder. Inheemse planten, dat klinkt wellicht wat nationalistisch zo op het eerste gezicht, maar er is zeker wel een groot belang bij. Want diersoorten die in ons rivierengebied voorkomen, zoals bijen, zijn afgestemd op de inheemse planten die er van nature groeien. En zo dragen inheemse planten bij aan de biodiversiteit. Maar die toplaag is belangrijk; weet waar deze uit bestaat en waaruit het moet bestaan. Ook de oriëntatie van het dijkvak speelt daar een belangrijke rol. Na zoveel uitleg doorbreekt één quote de continu stromende chat van het webinar; “Maak bloemrijke dijken iets van iedereen”. En dat klopt. Want door dijken in te zetten als prachtige bebloemde linten in ons landschap, zijn bloemrijke dijken goed voor de natuur, voor de insecten als de bij, voor de fruitteelt die belang heeft bij bestuiving deze insecten, voor onze veiligheid en daardoor dus ook goed voor jou.

De panelleden knikken instemmend. De chat loopt vol met dankwoorden over een geslaagd informatief uur.

 

12345678910111213141516171819202122232425