Waterwet wordt niet opengebroken

18 juli 2020

De Europese Commissie heeft eindelijk de knoop doorgehakt: de belangrijkste Europese waterwet wordt niet versoepeld. Een mijlpaal voor de rivieren, meren, wetlands en het grondwater van Europa. Dat schrijft Natuurmonumenten.
Het betekent dat de Kaderrichtlijn Water definitief overeind blijft. Daarmee is duidelijk dat de lidstaten niet kunnen wegkomen met verdere vertragingen of afzwakking.
De Commissie verklaart nu dat de Kaderrichtlijn Water een essentieel onderdeel is van milieuwetgeving en in de huidige vorm overeind blijft. Het betekent dat alle lidstaten ervoor moeten zorgen dat de kwaliteit van de Europese zoete wateren in 2027 op peil is. Waar op dit moment slechts 40% van alle zoetwatersystemen in Europa in goede gezondheid verkeert, moet dat volgens de doelstellingen van de KRW over zeven jaar honderd procent zijn. Dat geldt ook voor grondwater.
De aankondiging komt zes maanden nadat de wet als ‘fit for purpose’ werd beschouwd, na een grondige evaluatie van twee jaar. In dat evaluatieproces eisten meer dan 375.000 burgers dat de wet in zijn huidige vorm zou worden behouden en beter moet worden uitgevoerd. Ook hielden meer dan 6000 wetenschappers een pleidooi voor het behoud van de KRW, net als vele natuurorganisaties zoals Natuurmonumenten. Ook een aantal grote en kleine bedrijven sloot zich daarbij aan, ondanks een stevige lobby vanuit de industrie om de wetgeving te versoepelen. Uiteindelijk schaarde ook een meerderheid van de EU-lidstaten zich achter het standpunt om de huidige wetgeving en doelen te handhaven.
De aanwezigheid van schoon en voldoende water is ook in Nederland geen vanzelfsprekendheid. Het Planbureau voor de Leefomgeving berekende dat ons land op de huidige koers slechts 40-60% van de gestelde doelen gaat halen. Nederland was een van de landen die eerder pleitte voor het openbreken van de KRW.

Aanpak verdroging op de Utrechtse Heuvelrug

17 juli 2020

Onder de naam ‘Blauwe Agenda’ zijn afspraken gemaakt om problemen door watertekort én wateroverlast in en rondom Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug aan te pakken. Door de klimaatverandering krijgen we te maken met steeds extremer weer. Langere periodes van hitte en droogte gevolgd door heftige regenbuien, zorgen voor problemen in onze woonomgeving, in de natuur, bij de landbouw en voor de drinkwatervoorraad. De problemen zijn extra groot op de hooggelegen delen van de Utrechtse Heuvelrug, waar geen aanvoer van water mogelijk is.

Verschillende partners uit de regio Utrecht willen onder coördinatie van de provincie Utrecht samen het watersysteem verbeteren op de Heuvelrug. Het gebied moet beter bestand raken tegen de invloeden van droogte aan de ene kant en wateroverlast aan de andere kant. Door regenwater slimmer op te vangen en langer vast te houden in de bodem, is dat later bruikbaar voor momenten van droogte. Het realiseren van een robuuster watersysteem op en rond de Heuvelrug is onderdeel van de ambities uit de Samenwerkingsagenda van Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug.

Vanuit de Samenwerkingsagenda heeft de provincie Utrecht haar rol gepakt om de samenwerking te coördineren.

Op veel plekken op de Utrechtse Heuvelrug is de natuurlijke infiltratie verstoord geraakt. Regenwater kan door bestrating en bebouwing niet zo makkelijk meer in de grond infiltreren. In plaats daarvan stroomt een deel van het regenwater via de hellingen naar de riolering van aangrenzende dorpen en zorgt daar voor te veel wateraanvoer. De partners van De Blauwe Agenda zetten zich in voor een betere waterinfiltratie, bijvoorbeeld door de natuurlijke infiltratie te herstellen. Zo wordt wateroverlast voorkomen en neemt de grondwatervoorraad toe. Dat is belangrijk voor de drinkwatervoorziening en het brengt kwelwater naar de oppervlakte in de natuur- en landbouwgebieden op de flanken van de Utrechtse Heuvelrug.

De provincie Utrecht tekende voor de aanpak samen met Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug, Vitens, Waterschap Vallei en Veluwe, Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, gemeenten, terreinbeherende organisaties, particuliere eigenaren en natuurorganisaties.

Nu ook aanpak verdroging in Gelderland


Zeven natuurorganisaties in Gelderland dringen aan op herijking van het waterbeleid en -beheer in de provincie. De provinciale overheid en de drie Gelderse waterschappen moeten snel met maatregelen komen tegen de verdroging. Voor de lange termijn, maar ook voor de korte termijn, zoals het maximaal opzetten van het peil en een verbod op grondwateronttrekking en beregening rond kwetsbare natte natuurgebieden.

De zeven organisaties – Natuur en Milieu Gelderland, Geldersch Landschap & Kasteelen, Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, IVN Gelderland, RAVON en de Vlinderstichting – wijzen op flinke droogteschade in de landbouw, problemen met de drinkwatervoorziening en verzakkingen van huizen. ‘Ongetwijfeld is er nog meer schade’, schrijven ze in een brief aan de provincie Gelderland en de waterschappen Rijn & IJssel, Rivierenland, en Vallei en Veluwe.

De natuur heeft al veel langer last van verdroging, vooral doordat ons land is ingericht op snelle afvoer van water. Door de extreme droogte, nu al drie jaar op rij, zien we echter onomkeerbare schade, in de grondwaterafhankelijke natuurgebieden maar ook in droge heides en bossen. Uit monitoring door RAVON en de Vlinderstichting blijkt dat de schade aan direct of indirect watergebonden fauna – libellen, vlinders, vissen – groot is; kwetsbare populaties zijn tot 50% of meer afgenomen, ook algemene soorten worden getroffen.

Doordat de droogte nu niet alleen de natuur treft, is het besef breed doorgedrongen dat structurele maatregelen en meer waterbewustzijn nodig zijn. De beste oplossing is het vergroten van de watervoorraad; er valt genoeg water maar we moeten het beter vasthouden. Bij de ruimtelijke inrichting moet rekening gehouden worden met waterbeschikbaarheid; landgebruik en gewaskeuze dienen daar bij te passen. Alle water verbruikende sectoren moeten inzetten op zuiniger gebruik en een slimmere verdeling van water. Laagwaardig gebruik van drinkwater moeten we ontmoedigen en diversificatie van drinkwaterbronnen is nodig.

Fundamentele keuzes blijven tot dusverre uit voor de duurzame inrichting van het watersysteem en -beheer. De organisaties roepen de provincie en de waterschappen op om tot herijking van het waterbeheer te komen.

Dijkgraaf Tanja Klip-Martin van waterschap Vallei en Veluwe wil toe naar een ander waterbeheer.

“Het lage grondwaterpeil op de Veluwe heeft een ingrijpend effect op alles wat groeit en bloeit”, zei dijkgraaf Tanja Klip-Martin op 30 juni in een reportage van het Radio 1 Journaal. “We moeten daarom af van het denkpatroon dat we altijd hadden: dat het waterpeil de functie volgt. We zullen dat echt moeten omdraaien.” Op sommige plaatsen op en rond de Veluwe wil de dijkgraaf van Vallei en Veluwe het belang van de boeren niet langer leidend laten zijn.

“Alleen maar water afvoeren is gezien de klimaatverandering geen optie meer”, constateerde de dijkgraaf. “Het is heel belangrijk om dit te doen in samenhang met natuurontwikkeling en met de aanpak van de stikstofproblematiek.”

Waterschappen en circulaire economie


Waterschappen zijn steeds actiever op het gebied van de circulaire economie. Uit een inventarisatie van circulaire activiteiten van waterschappen kwamen ruim 380 circulaire activiteiten naar voren.

Op 30 juni verscheen het ‘Inspiratieboekje Circulaire Economie waterschappen’ van de Unie van Waterschappen. Hierin worden 5 voorbeelden van circulaire activiteiten van waterschappen uitgelicht om te illustreren en te inspireren.

Naast een beschrijving van het project staat aangegeven welk beleidsinstrument het waterschap heeft ingezet bij de betreffende activiteit. Zo wordt duidelijk op welke manier je als overheid invloed hebt op het bereiken van een circulaire economie.

Een van de voorbeelden in het boekje gaat over waterschap Vallei & Veluwe. Dat heeft een testlocatie op de waterzuivering in Apeldoorn beschikbaar gesteld voor MKB-bedrijven om watergerelateerde innovaties te kunnen testen. Dit betreft waterzuiveringstechnologieën, maar ook innovaties voor het creëren van hoogwaardige reststromen. Hiermee draagt het waterschap bij aan de eigen circulaire ambities, zoals het inzetten op hergebruik van grondstoffen uit afvalwater. In het project werkt het waterschap samen met verschillende Europese partners die eveneens testlocaties faciliteren. Vijftig procent van het project is vanuit EU Interreg gefinancierd. Het resterende deel is bijgedragen door de projectpartners.

Steun nu het wetsvoorstel Democratisering waterschappen

16 juli 2020

“Het grote aantal geborgde zetels en de verplichte vertegenwoordiging in het Dagelijks Bestuur van waterschappen is achterhaald en past niet bij het lijstenstelsel dat sinds 2008 bestaat. Voor een eerlijke democratische vertegenwoordiging moeten de geborgde zetels zo spoedig mogelijk opgeheven worden.” Dit is de tekst uit het verkiezingsprogramma 2019-2023 van Water Natuurlijk. Het zal dus duidelijk zijn dat Water Natuurlijk blij is met het advies van de commissie Boelhouwer in mei 2020 om deze geborgde zetels af te schaffen. Dat laat onverlet dat we als Water Natuurlijk, zeker ook in Vallei en Veluwe, prima kunnen samenwerken met de collega’s van de geborgde zetels.

Eind juni is door Laura Bromet, Tweede Kamerlid voor GroenLinks, een initatiefwet ingediend om te zorgen dat die afschaffing nog voor de verkiezingen in 2023 een feit is. Naar aanleiding van dit voorstel is op overheid.nl een internetconsultatie gestart, waar tot 3 AUGUSTUS op gereageerd kan worden. Je hebt dus nog even tijd om in actie te komen en het standpunt van Water Natuurlijk te ondersteunen.

De voorgestelde wetswijziging regelt dat de geborgde zetels uit het waterschapsbestuur worden geschrapt. De wetswijziging is bedoeld om het waterschap volledig te democratiseren zodat de gevestigde belangen van de agrarische sector en het bedrijfsleven op een eerlijke wijze tegen nieuwe belangen rondom klimaatadaptatie worden afgewogen. Deze wetswijziging zorgt er daarmee voor dat het bestuur van de waterschappen meebeweegt met de maatschappelijke ontwikkelingen die van invloed zijn op waterbeheer.

Het is belangrijk om te laten zien dat er breed draagvlak is voor versterking van de democratische legitimatie van de waterschappen. Gebruik dus je democratische recht door ook jouw mening te geven. Reageren kan tot 3 augustus 2020 op www.internetconsultatie.nl/wetdemocratiseringwaterschappen.
Je vindt daar ook de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel: die bevat veel nuttige achtergrondinformatie.

 

Aquathermie


Bij aquathermie wordt energie gewonnen uit oppervlaktewater (TEO), afvalwater (TEA) of drinkwater (TED). Inmiddels zijn er in Nederland zo’n vijftig projecten gerealiseerd waarbij de techniek wordt gebruikt om gebouwen te verwarmen en/of te koelen. Daarnaast wordt op honderd locaties in Nederland onderzocht wat de mogelijkheden zijn om aquathermie toe te passen.

Het Netwerk Aquathermie (NAT) is ontstaan vanuit de Green Deal Aquathermie. NAT onderzoekt hoe de energiebron water optimaal kan worden benut voor de verwarming van gebouwen. Het doel is grootschalige toepassing van aquathermie om zo de warmtetransitie te versnellen. Het netwerk stimuleert nieuwe initiatieven, verzamelt kennisvragen, stelt een onderzoeksagenda samen en deelt de verzamelde kennis. Op de website van het ECW vind je een factsheet aquathermie.

Om de ecologische gevolgen van de grootschalige uitrol van aquathermie te kunnen onderzoeken, presenteerde het consortium WarmingUP een handreiking monitoring. Dankzij de monitoring van de ecologische effecten kunnen de verzamelde data gebruikt worden om de kennis over de effecten van TEO te vergroten. Het consortium WarmingUP staat onder leiding van TNO en omvat meer dan 40 partijen. Zo nemen onder andere provincies, gemeenten, warmte- en netbedrijven, de Unie van Waterschappen, Rijkswaterstaat en Stowa deel.

Zie ook dit eerdere bericht en dit in Natuurlijk Water over aquathermie.

Grondwatersanering ENKA Ede

19 juni 2020

Onder de wijken Rietkampen en de Mandereng in Ede bevindt zich een grondwatervervuiling. Deze vervuiling, de zogenaamde ENKA-pluim, is afkomstig van het voormalig ENKA-terrein en veroorzaakt nu stankoverlast in deze wijken. Om deze wijken droog te houden is bij de aanleg hiervan een dieptedrainage aangelegd (diepwell). Het teveel aan grondwater komt via deze diepwell naar boven en wordt afgevoerd naar de waterpartijen in de Rietkampen. Hierdoor komt er zuurstof bij vervuiling, wat leidt tot stankoverlast (geur van rotte eieren). Nu ingrijpen is daarom nodig, mede gezien het feit dat over een aantal jaren deze vervuiling via de grondwaterstromen uiteindelijk ook in natuurgebieden in het Binnenveld terecht komt.

De vervuiling is een erfenis uit de tijd van de ENKA, later Akzo-Nobel. Bij de productie van ENKA werden grote hoeveelheden chemicaliën gebruikt en de restproducten loosde het bedrijf in de sloot/bodem. In principe draait degene die verantwoordelijk is voor vervuiling ook op voor de kosten van het opruimen ervan. Het terrein zelf is geheel gesaneerd door Akzo-Nobel. Helaas voor de gemeente Ede is de juridische verantwoordelijkheid voor de grondwatervervuiling niet meer op de Akzo-Nobel te verhalen. En daarmee is de samenleving opgezadeld met flinke kosten.

De vervuiling verplaatst zich langzaam in de richting van het Binnenveld. Aanpak van de vervuiling zal globaal 100 jaar moeten voortduren. Volgens de betrokken overheden is het gericht oppompen van het vervuilde diepe grondwater en het lozen daarvan in de Rijn bij Wageningen, via een afvoerpijpleiding, de oplossing met de beste prijs-kwaliteitverhouding. Door de vervuiling te verdunnen met schoon grondwater zou de sulfaatconcentratie in de Rijn gemiddeld slechts met 1 % stijgen, en daarmee ruim binnen de marges blijven. Rijkswaterstaat vindt dat acceptabel. Aanleg van de leiding wordt inmiddels voorbereid.

Onderzoeksbureau KWR heeft aangetoond dat een milieukundig elegantere aanpak – het ter plaatse saneren – technisch mogelijk is (met het Sulfatec-proces). Dat zou echter veel duurder zijn. Zijn in die afweging echter wel alle kostenaspecten meegenomen?

Water Natuurlijk zet zich in voor schoon, veilig, gezond en betaalbaar water. Dus ook de uitgaven van het waterschap hebben onze aandacht – zeker als het om grote bedragen gaat, zoals bij deze sanering. Om principiële reden achten we het echter zeer gewenst dat de financiële afweging transparanter en integraler wordt uitgevoerd, zodat we voorkomen dat we spijt krijgen van gemaakte keuzes. We willen ook verder kijken naar de toekomst door een periode van bezinning in te bouwen. De technieken van zuiveren zijn misschien nu veel te duur, maar de techniek staat niet stil en ontwikkelingen kunnen deze kosten drastisch verlagen. Een onderbouwde heroverweging van deze sanering zou eens in de 5 jaar moeten plaatsvinden.

We bepleiten ook blijvende aandacht voor het procesverloop gedurende de sanering. Er zijn namelijk ook nog ‘losse eindjes’, zoals het feit dat er naast sulfaat ook (lage) concentraties zeer zorgwekkende stoffen voorkomen die gelden als schadelijk voor mens en milieu. Ook resten van organische oplosmiddelen zijn aangetoond.

Sterke toename grondwateronttrekkingen


Niet eerder viel er in Nederland zo weinig regen. Nu sommige waterschappen een verbod hebben ingesteld op het gebruik van schaars oppervlaktewater voor het besproeien van tuin of veld, zoeken boeren, burgers en bedrijven naar uitwegen. Water uit een eigen grondwaterbron biedt een alternatief voor de drooggevallen sloten.

Iedereen mag een grondwaterbron slaan. Alleen voor grote onttrekkingen is een provinciale vergunning nodig, maar anders volstaat een melding bij het waterschap. Vaak ontbreekt zelfs deze melding, en worden illegale putten geslagen. Als gevolg daarvan is het grondwaterverbruik door de landbouw zeer snel gestegen.

In Noord-Brabant en Limburg zijn de grondwateronttrekkingen in beeld gebracht. Voor het gebied van de waterschappen rivierenland, Rijn en IJssel en Vallei en Veluwe ontbreekt zo’n beeld nog.

Hittebestendige stad


Het wordt heter, het klimaat verandert. Daarom staan de gemeenten voor de uitdaging om vanaf 2020 te zorgen dat een (her)inrichting van een straat of wijk hittebestendig is. De Hogeschool van Amsterdam schreef samen met partners een adviesrapport.

‘Het eerste deel van het rapport helpt gemeenten inzicht te krijgen in de hitteopgave in de stad. Een handig hulpmiddel daarbij zijn hittekaarten. Daarnaast geeft een interactieve mindmap gemeenten een overzicht van de hitte-uitdagingen waarvoor ze staan. De mindmap toont de gevolgen van extreme hitte in het gebouwde gebied en welke maatregelen kunnen helpen.

Vervolgens gaat het rapport in op hittemaatregelen in de EfFact checker. Dit inzicht over de effectiviteit van diverse hittemaatregelen wordt als erg nuttig ervaren door gemeenten en ontwerpers. Tenslotte zijn er drie specifieke ontwerprichtlijnen gevormd, die voor iedere gemeente duidelijk, bruikbaar en meetbaar zijn.

Een van de nieuw ontwikkelde richtlijnen gaat over de afstand tot koelte: iedere woning zou zich binnen 300 meter van een aantrekkelijke koele verblijfsplek moeten bevinden, zoals een parkje met bomen. Daarnaast adviseren de onderzoekers schaduw op belangrijke looproutes en in buurten: op het heetst van de dag moet er op belangrijke looproutes 40% schaduw zijn, zodat essentiële functies in de stad voor iedereen bereikbaar zijn. Door schaduw daalt de gevoelstemperatuur al snel met 10 tot 15 graden.

Voor het verlagen van de luchttemperatuur werkt het groener maken van buitenruimte. Hoe meer groen in de stad, hoe meer verdamping er kan optreden, waardoor de gemiddelde luchttemperatuur in de stad wordt beperkt’

Droogte afgelopen 50 jaar met 50% toegenomen


Het maximale neerslagtekort in Nederland in het voorjaar is de afgelopen vijftig jaar toegenomen, met bijna 50 procent.

Dit komt door een toename van de verdamping; de hoeveelheid neerslag is nauwelijks veranderd. De toegenomen verdamping is het gevolg van de toegenomen hoeveelheid zonnestraling en de stijging van de temperatuur. De toename van de temperatuur wordt voor een deel veroorzaakt door klimaatverandering, wat dus ook, voor een klein deel, geldt voor de toename in de verdamping en het neerslagtekort in het voorjaar.

Dit voorjaar was zelfs het droogste dat ooit is gemeten. De droogte is dramatischer dan voorgaande jaren omdat de natuur nog niet hersteld is van de vorige droogteperiode. Weidevogels en hun kuikens hebben moeite voedsel te vinden in de uitgedroogde grond. Vennen, beken en poelen drogen op wat problemen oplevert voor zeldzame amfibieën zoals de vroedmeesterpad, geelbuikvuurpad en kamsalamander. Vissen komen in problemen doordat ze lokaal uitsterven en migreren wordt moeilijker.

Vanwege de aanhoudende droogte is het vanaf 10 juni 2020 niet meer toegestaan om water te halen uit de Oude IJssel, beken, sloten, vijvers in onder andere de Achterhoek en Liemers. Ook is het verboden om grondwater op te pompen in en om natuurgebieden De Zumpe (bij Doetinchem) en Stelkampsveld (bij Borculo). Het waterschap wil hiermee kwetsbare natuur beschermen.

Waterschap Vallei en Veluwe had al een maand eerder voor een deel van het gebied een beregeningsverbod uit oppervlaktewater ingesteld.

Maar om droogteproblemen structureel op te kunnen lossen moet vooral meer haast worden gemaakt met een andere ruimtelijke inrichting van Nederland. Om verdroging ook in de komende jaren tegen te gaan moeten we onze waterhuishouding anders inrichten, zodat water minder makkelijk wordt afgevoerd, maar juist langer wordt vastgehouden. Natuur met bufferzones daaromheen, bijvoorbeeld met aan hogere waterstanden aangepaste landbouw, kan hierbij een belangrijke rol spelen. Zulke gebieden hebben een sponswerking en kunnen dienen als natuurlijke klimaatbuffers

12345678910111213141516171819202122232425262728293031