Grondwater, wie gaat erover?

De droge zomer maakte voor veel bewoners duidelijk dat er een verschil is tussen oppervlaktewater en grondwater. Soms mocht er bijvoorbeeld nog wel gesproeid worden met grondwater, maar niet meer met oppervlaktewater. Dus niet meer uit de sloot, maar met een pomp op dieptes van ten minste 15 meter.

Maar al een aantal jaren is het niet alleen onduidelijk voor bewoners, maar ook voor vele andere betrokkenen – inclusief gemeenten en waterschappers – wie over grondwater gaat.

Ons fractiegenoot Diederik van der Molen zocht het voor ons heel precies uit:

  1. Provincies  zijn op regionaal niveau  verantwoordelijk voor het strategisch grondwaterbeleid. Gedeputeerde Staten zijn bevoegd gezag voor industriële onttrekkingen van meer dan 150.000 m3 per jaar, onttrekkingen voor de drinkwatervoorziening en voor open bodemenergiesystemen. Bij de verlening van vergunningen dient de provincie er voor te zorgen dat het totaal aan onttrekkingen niet groter is dan de hoeveelheid water die jaarlijks wordt aangevuld. Provincies zijn ook verantwoordelijk voor de bescherming van de grondwaterkwaliteit en dienen daarvoor de metingen te doen. Provinciale Staten stellen per waterschap regels en kaders vast voor het waterschap.
  2. Waterschappen zijn verantwoordelijk voor het beheer van het regionale watersysteem, met inbegrip van grondwater. Zij dienen functies te faciliteren die aan een gebied worden gegeven. Waterschappen zijn bevoegd gezag voor de grondwateronttrekkingen die plaatsvinden binnen hun beheergebied en die niet onder de bevoegdheid van Gedeputeerde Staten vallen. De waterschappen zijn daarmee het bevoegd gezag voor de meest voorkomende onttrekkingen, zoals de beregening in de land- en tuinbouw.
  3. Gemeenten zijn geen bevoegd gezag voor grondwateronttrekkingen. Gemeenten hebben wel een grondwaterzorgplicht. Dit geldt voor zover het nemen maatregelen – zoals het voorkomen of beperken van de nadelige gevolgen van de grondwaterstand – doelmatig is en niet tot de verantwoordelijkheid van een waterschap of provincie behoort.
  4. Grond- en gebouweigenaren hebben ook een eigen verantwoordelijkheid. Huiseigenaren zijn in beginsel zelf verantwoordelijk voor de staat van de woning en het perceel. Eigenaren dragen zelf zorg voor een goede staat van gebouwen en treffen in dat kader zelf waterhuishoudkundige en/of bouwkundige maatregelen.

Velen hebben dus iets te zeggen over het grondwater. Veel begint bij Europese wetgeving en is vervolgens in nationale wetten vastgelegd. Iedere overheid dient op te schrijven in visies en plannen hoe ze met het grondwater willen omgaan en dat moet op elkaar aansluiten. Belangrijke instrumenten voor het grondwaterbeheer zijn vergunningverlening, toezicht en handhaving. Provincies kunnen regels stellen in waterwingebieden in hun milieuverordening. Waterschappen beschikken over de bevoegdheid om bij (dreiging van) schaarste aan water een onttrekkingsverbod in te stellen voor onttrekkingen waarvoor zij bevoegd gezag zijn. Meer informatie kunt u hier vinden. Een uitgebreide tabel met bevoegdheden en plichten vindt u hier.

De vraag is nu of deze spaghetti van bevoegdheden nog voldoet in deze tijden van klimaatverandering met meer en vaker extreme droogte en meer en vaker extremere regenval, met alle gevolgen voor het watersysteem in onze Noordwest Europese Delta.

Toon alle berichten in deze rubriek