Vragen aan het Bestuur over mollen

Door de fractie zijn aan het bestuur van het Waterschap Hollandse Delta vragen gesteld over de werkwijze bij de dijkbescherming en de rol van mollen. De toelichting, vragen en de antwoorden vind je hieronder.

Toelichting

Geacht College,

Via een nieuwsbericht van 26 maart 2019 meldt U de aanvang van mollenbestrijding op alle waterkerende dijken op het Eiland van Dordrecht, Goeree-Overflakkee, Voorne-Putten, IJsselmonde en de Hoeksche Waard. Gesteld wordt dat door bestrijding de populaties op een aanvaardbaar niveau gehouden moeten worden vanwege de veiligheid van de dijken.

We krijgen hierover diverse vragen en opmerkingen. Vermoedelijk krijgt u die ook.

We stellen niet de bescherming van dijken ter discussie, maar we hebben daar wel vragen bij, die enerzijds kunnen leiden tot minder dierenleed en tevens mogelijk een besparing in kosten kan opleveren!

Naar onze opvatting is de mol een waardevol onderdeel van het bodemleven. Hij eet veel insecten die de grasmat kunnen aantasten.  Het dier is zeer onverdraagzaam en buiten de voortplantingstijd duldt hij geen soortgenoten in de buurt. De mol zorgt er dus zelf voor dat de dichtheid niet te groot wordt. Opengevallen plekken door het wegvangen van mollen worden zeer snel weer opgevuld. Dit is dus dweilen met de kraan open en dat zou je alleen moeten doen als het echt noodzakelijk is.

In de Handreiking Toetsen Grasbekledingen op Dijken van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu wordt gesteld dat uit golfgootproeven, golfoverslagproeven en veldwaarnemingen na hoogwater is gebleken dat de algemeen voorkomende ondiepe graafgangen van mollen, woelratten en muizen geen grote invloed hadden op het falen van de toplaag door golfwerking of overslag. Geconcludeerd wordt dat bij een kleilaag van meer dan 40 centimeter of flauwe taluds (flauwer dan 1V:4H) graverij van mollen niet snel tot problemen zal leiden. De noodzaak van bestrijding lijkt dus niet of nauwelijks aanwezig te zijn.

Vragen
  1. Is er een beleidsdocument waarop de huidige uitvoeringspraktijk van de mollenbestrijding gebaseerd is?
  2. Zijn onze waterkerende dijken vanwege een dunne kleilaag of een steil talud zodanig kwetsbaar dat overal bestrijding nodig is?
  3. Acht U het met ons zinvol om de bestaande uitvoeringspraktijk te heroverwegen en hierbij uit te gaan van de criteria genoemd in de Handreiking Toetsen Grasbekledingen, dus geen bestrijding op dijken met een kleilaag van meer dan 40cm of een talud flauwer dan 1V:4H?
  4. Wat zijn de kosten van de mollenbestrijding?

De Fractie Water Natuurlijk.

Antwoorden

ad 1) In 2017 heeft het waterschap hierover vragen gesteld aan Deltares. Op basis daarvan is de bestaande uitvoeringspraktijk doorgezet, waarbij (nog) geen onderscheid gemaakt is naar type dijk.

ad 2 en 3) Momenteel vindt landelijk nader onderzoek plaats. Daarnaast kan op basis van de eerste beoordelingsronde (2017-2022) de uitvoeringspraktijk op termijn bijgesteld worden.

ad 4) De jaarlijkse kosten voor de mollenbestrijding bedragen ca. € 275 per km.

Commentaar

Het antwoord van het College is weliswaar een antwoord maar nauwelijks op de gestelde vragen. Zo wordt niet duidelijk op welke gronden de huidige uitvoeringspraktijk van stringente bestrijding van de mol is gebaseerd. Het is ook vreemd dat het waterschap niet uitgaat van de richtlijnen van het Ministerie welke zijn gebaseerd op onderzoek van Deltares. Dit vraagt dus om vervolgacties.

Joost Kievit MSc

Toon alle berichten in deze rubriek