Bestuurlijke kaders voor de contractering van het onderhoud

Nadat in de vorige bestuursperiode de nota peilbeheer en het strategisch onderhoudsplan voor de beken en rivieren was vastgesteld door het Algemeen Bestuur (AB) als richtinggevend document, werd nu aan ons gevraagd in te stemmen met de bestuurlijke kaders voor de contracteren van het onderhoud.
In april 2019 kwam het AB met inzet van onder andere de fractie Water Natuurlijk tot de conclusie dat het voorstel nog onvoldragen was en niet voldeed aan de bestuurlijke kaders die het huidige AB wenste te stellen. Ook was onduidelijk welke aspecten in de meer inhoudelijke documenten moesten landen en welke in het kaderstellende document. Door de inzet van een werkgroep uit het AB is in juli een nieuw voorstel in het AB geweest en daar aangenomen zodat nu de aanbesteding verder vorm gegeven kan worden.
De belangrijkste wijzigingen zijn het aantal percelen (het AB opteert voor 2 tot 3), de looptijd van het contract (het AB opteert voor een contractduur van 5 jaar met de mogelijkheid tot verlenging van twee keer een jaar) en de wijze waarop het waterschap het toezicht uitoefent op de aannemer. Wij hebben gepleit voor drie percelen (twee rond de Maas en daarnaast een apart perceel voor het Heuvelland. Daarnaast hebben wij ook nadrukkelijk gepleit voor scherpe criteria m.b.t. duurzaamheid bij het onderhoud, inzet van social return, de mogelijkheid van schapenbegrazing, en optimalisatie van het verschralingsbeheer. Niet de kosten zijn voor ons leidend doch de kwaliteit van het onderhoud en de mate waarin dit bijdraagt aan het realiseren van een optimale waterkwaliteit conform de Kader Richtlijn Water.

Alles bij elkaar bleek duidelijk dat het huidige AB op assertieve wijze haar kaderstellende taak denkt uit te voeren en zeker niet klakkeloos de voorstellen van het Dagelijks Bestuur overneemt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Toon alle berichten in deze rubriek