Reactie Harry H. Tolkamp op artikel over wateroverlast in Belgie en Duitsland

In het artikel in Binnenlands bestuur  van 11 april 2022 wordt de Limburgse waterprogrammamanager Theo Reinders geciteerd: “ De samenwerking nu moet zich richten op de beken en stromen in het Limburgs heuvelland, zoals de Geul en de Gulp. Die beekjes werden woeste rivieren die in Valkenburg zelfs een brug wegspoelden. Hoogteverschillen en de stenen bodem zorgen voor een razendsnelle waterafvoer wat voor overlast zorgt. In de bronbeken zou je bijvoorbeeld natuurlijke treden kunnen maken, zodat het water langzamer stroomt en de piek er uit haalt.”

Hier spreekt deze watermanager zich toch wel iets te onnadenkend uit in de oplossingen uit het verleden.  Het afdammen van de beken om de afvoer te vertragen was in de jaren na WO II de manier om het water vast te houden t.b.v. de landbouw  en het begin van de “normalisatie’ van de Nederlandse laaglandbeken.

Natuurlijk is bovenstrooms maatregelen nemen de enige oplossing. Maar je kunt in deze tijd toch niet serieus suggereren dat je de beken kunt veranderen in een serie vijvers (door middel van bodemdrempels die ‘natuurlijke’ treden zouden kunnen simuleren .en daarmee de natuurlijke stroming eruit halen. Natuurlijke beken moeten sowieso van de KRW natuurlijk blijven (onveranderd). Bovendien gaat dat helemaal niet helpen om meer water te bergen want wanneer de beken wel wilt laten stromen (er van uitgaande dat Reinders dat ook nog wel wil) dan is de berging feitelijk altijd vol en wordt de afvoer niet vertraagd.  De echte oplossing kan alleen maar worden gevonden in het infiltreren van het water in de bodem of het tijdelijk vasthouden in kleinschalige buffers, zoals dat in Zuid-Limburg al jaren wordt gedaan. .

Niet de beek moet zich aanpassen maar de mens en zijn infrastructurele honger. Ga verder bovenop de helling wonen en niet in het stroomdal. Noodoverstromingsgebieden zijn altijd beter dan ingrepen in de waterloop zelf. Bovendien moet in natuurlijke beken de werking van de stroming op de (vrije) meandering in stand blijven, dat is nu juist een van de opdrachten voor het waterschap vanuit de Kaderrichtlijn Water.
Het is onbegrijpelijk dat een programmaleider voor watersystemen van het waterschap dit soort kortzichtige opmerkingen kan maken, dat is nu precies niet de oplossing voor het probleem.  Dammen in beken en dammen in beekdalen zijn echt geen realistische oplossing. En ook tunnels  onder de infrastructuur verplaatsen slechts het probleem.

Klimaatverandering voorkomen en terugdraaien, daar gaat het om. Zorg ervoor dat die frequentere en intensievere (cluster)buien stoppen. En leer omgaan met de gevolgen zolang het nog niet teruggedraaid is. En ja, een bui met een frequentie van 1 op 1.000 of zoiets, daar hoef je het land echt niet op in te richten. Dan is het voldoende om mitigerende systemen te hebben bedacht om dodelijke slachtoffers  te voorkomen. Schade aan eigendommen bij zo’n gebeurtenis kan zeer wel acceptabel zijn gezien de lage frequentie en de onmogelijk grote sommen geld die nodig zouden zijn om dergelijke schades te voorkomen.  Het is best te begrijpen dat er een emotionele roep is om wat extra te doen na zo’n overlast gebeurtenis als in juli 2012 (flitsvloed Slenaken) en juli 2021  (Geul, Ahr, etc) , het meest realistische scenario is gewoon te accepteren dat er af en toe schade is. De kosten daarvan vergoeden weegt op tegen de vermeden investeringen. De oplossing daarvoor is het aanleggen van een schadefonds, of wanneer je niet wilt sparen, de toezegging dat je het in voorkomende gevallen gewoon oplost.
Nogmaals: schiet niet in desastreuze schijnoplossingen als afdammen van beekdalen. Haal de komende jaren de kwetsbare infrastructuren en  functies weg uit de overstromingsgebieden. Een bibliotheek hoort niet in de kelder, een ziekenhuis ook niet, zeker niet in een potentieel overstromende laagte.
Stel daarvoor strikter beleid op.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Toon alle berichten in deze rubriek