Ruimte voor levende rivieren

 

 

 

Vijfentwintig jaar werken aan levende rivieren heeft een indrukwekkende oogst aan nieuwe riviernatuur opgeleverd. In en langs de rivieren is meer leven gekomen en steeds meer mensen genieten daarvan. Klimaatverandering stelt alle functies in het rivierengebied nu voor nieuwe, grote opgaven.

Daarom hebben zes natuurorganisaties die actief zijn in het rivierengebied het plan ‘Ruimte voor Levende Rivieren’ opgesteld. Water Natuurlijk steunt van harte hun inzet: ruimte maken voor een levend en klimaatbestendig rivierenland met ruimtelijke kwaliteit als verbindende kracht.

De gevolgen van klimaatverandering zijn in het rivierengebied groot en raken aan alle functies: extreem hoge én extreem lage waterstanden hebben consequenties voor waterveiligheid, landbouw, natuur en scheepvaart.

De huidige rivieren zijn te krap geworden voor de verwachte piekafvoeren bij klimaatverandering. Onze rivieren vragen meer ruimte. Naast uiterwaardverlaging en natuurlijk stromende nevengeulen zijn ook dijkverleggingen en nieuwe rivieren met overstromingsvlakten nodig.

We kunnen retentiegebieden kiezen waar het water in extreme situaties tijdelijk in kan stromen. Hierdoor worden de piekafvoeren lager en zijn verder stroomafwaarts minder ingrepen nodig. De Rijnstrangen is bijvoorbeeld heel geschikt als retentiegebied tijdens extreme hoogwaterafvoeren in de winter: het gebied is vrijwel onbewoond en omdat het zo ver stroomopwaarts ligt, profiteren de inwoners langs alle Rijntakken van het effect. Door het gebied ook te benutten voor nieuwe moerasnatuur, draagt het ook bij aan natuur en landschap.

Een andere uitdaging is de veel te krap geworden vaargeul. Voor de scheepvaart ligt de vaargeul sinds de vorige eeuw tussen kribben. Het vele water dat door het zomerbed stroomt, schuurt daar veel zand van de bodem weg. Daardoor daalt het zomerbed van de rivier gestaag: de rivierbodem erodeert met 1 tot 3 cm per jaar en is sinds 1900 op sommige plaatsen al meer dan 2 meter gedaald. De verwachting is dat deze bodemerosie nog wel 100 jaar aanhoudt. Dit leidt tot steeds grotere problemen, vooral ook voor de scheepvaart zelf. Op verschillende plaatsen zakt de rivierbodem namelijk niet mee: denk aan sluisingangen, leidingstroken, vaste bodemlagen en fundamenten van bruggen en kribben. Deze vaste punten steken steeds meer uit, als drempels in de vaarweg. Ook voor de natuur is deze bodemerosie een probleem: uiterwaarden verdrogen en vooral moerasnatuur is daar de dupe van. Daarnaast dringt het zoute zeewater verder de rivier op door bodemerosie. Klimaatverandering, die langere perioden van droogte brengt, versterkt de problemen voor zowel scheepvaart als natuur.

Mogelijk is rivierverruiming een oplossing: laat bij lage en gemiddelde afvoeren méér water door nevengeulen stromen en laat bij hoge waterstanden rivierwater door de gehele uiterwaarden stromen door zomerkades te verwijderen. Zo neemt de stroomsnelheid in de vaargeul zelf af en schuurt het water daar minder zand weg.

Groot denken, op het niveau van riviertrajecten, is hierbij een voorwaarde: deze oplossing werkt alleen met een aaneengesloten kralensnoer van rivierverruimende maatregelen langs de hele rivier, ook in Duitsland.

Toon alle berichten in deze rubriek