Schoon en gezond water in de Veluwerandmeren 

thumbnail_schoon%20en%20gezond%20water%20in%20de%20veluwerandmerenPrachtig schoon helder water in de Veluwerandmeren, met onder andere kranswieren en mosselen (boven), mosdiertjes, poliepen en vijverpluimdrager (onder; van links naar rechts)
Foto’s: Marcel van den Berg, John van Schie

Hier doen we het voor
Hier doen we het voor! Niet zo lang geleden waren het Veluwemeer, het Eemmeer en het Gooimeer nog een groene algensoep. Diverse beken uit de Gelderse Vallei en Veluwe komen op de randmeren uit. Via deze beken komt water dat rijk aan fosfaat en nitraat is, de randmeren in. Maar na jarenlange inspanningen van onder andere waterschap Vallei en Veluwe en Rijkswaterstaat is het resultaat er dan ook naar. Prachtig helder water, met veel waterplanten en –dieren, en een lust voor het oog voor de duikende mens!

Randmeren
Deze randmeren waren gevuld met niet echt schoon maar nog wel helder water tot rond 1968 het stikstof- en fosfaatniveau dusdanig gestegen was, dat het water ’s zomers door algengroei erg troebel werd. Vooruitlopend op landelijk beleid werden de rioolwaterzuiveringsinstallaties van Harderwijk en Elburg voorzien van een installatie die fosfaat uit het rioolwater haalde. De rioolwaterzuiveringsinstallaties in de Gelderse Vallei (Ede, Veenendaal, Woudenberg, Barneveld, Amersfoort en Soest-Baarn) kregen nabehandelingsinstallaties (zandfilters). Ook werd de frequentie waarmee rioolwater ongezuiverd in de randmeren werd geloosd drastisch omlaag gebracht. Vanuit de Flevopolder werden de randmeren met voedselarm water doorgespoeld. In de jaren negentig begonnen al deze inspanningen effect te hebben; het water werd helderder; waterplanten kwamen weer tot ontwikkeling; de natuur begon zich te herstellen. Door de mondingen van beken te verleggen, door het stimuleren van natuurlijke oevers en een natuurlijkere delta, door maatregelen te treffen die uitspoeling van meststoffen voorkomen en door de meren met voedselarm water uit de Flevopolders door te spoelen poogt men te voorkomen dat in de zomer algenbloei voorkomt.

Watermilieu
Het open watermilieu van de randmeren is meestal ondiep. Planten als kranswier en fonteinkruid komen hier voor. De kranswieren zijn zo uniek, dat deze beschermd zijn in een speciale beschermingszone in het kader van de Europese Habitatrichtlijn. De planten zijn essentieel bij het voorkomen van een algenbloei. Daarnaast zijn ze een belangrijke voedselbron voor watervogels als de kleine zwaan en de tafeleend. Het belang van de Veluwerandmeren voor watervogels wordt onderstreept door de aanwijzing als speciale beschermingszone in het kader van de Europese Vogelrichtlijn.

Visstand
De opbouw van de visstand is door het herstel van de waterplanten gewijzigd, soorten als de baars en de blankvoorn hebben de plaats van de brasem ingenomen. De snoek hoort hier ook in thuis maar deze is afhankelijk van een natuurlijker waterpeil. De paling wordt gestimuleerd door het beter mogelijk te maken voor de glasaal om de Veluwerandmeren te bereiken.

Watersporten
Veel watersporten worden op de randmeren beoefend; kanoën, zwemmen, schaatsen, zeilen maar ook surfen, kitesurfen en de pleziervaart met motorboten. De recreatievaart heeft open water nodig; de vele waterplanten maken varen buiten de vaargeul regelmatig onmogelijk. Wanneer er kranswier of fonteinkruid groeit dan kan er gemaaid worden. Dit staat echter op gespannen voet met het helder houden van de randmeren en de bescherming van de waterfauna.

Toon alle berichten in deze rubriek