Water Natuurlijk Zeeland wil bijensterfte stoppen

De fractie van Water Natuurlijk in Zeeland maakt zich zorgen over de in de afgelopen jaren gesignaleerde bijensterfte. Het is een ontwikkeling die niet los staat van andere ontwikkelingen van de biodiversiteit. Er is hieraan ook in Zeeland een belangrijke economische component verbonden. Het Waterschap is een belangrijke terreinbeheerder en kan invloed uitoefenen op dit gebied. Tijdens een Symposium in 2013 dat op voorstel van de fractie door het Waterschap werd georganiseerd, bleek dat met relatief eenvoudige aanpassingen van het beleid, veel winst te behalen zou zijn. Daarbij werden genoemd: keuze voor een andere vegetatie, een betere controle op het beheer, afvoeren van maaisel en begrazing door gescheperde schaapkuddes. De fractie van Water Natuurlijk is van mening dat die stappen genomen moeten worden. Daarom stelt zij, conform Reglement van orde artikel 37, de hieronder genoemde vragen aan het dagelijks bestuur Waterschap Scheldestromen:

De fractie van Water Natuurlijk heeft met verontrusting kennis genomen van de resultaten van onderzoeken die betrekking hebben op bijensterfte.

De relatie met de inrichting van de agrarische landschappen:

bijenIn 2013 concludeerden onderzoekers in Science dat wilde bestuivers zorgen voor een grotere voedselproductie en ook dat een divers landschap zorgt voor veel wilde bestuivers. Het is dus belangrijk om onze landbouwgebieden beter in te richten zodat wilde bijen in grote aantallen kunnen zorgen voor meer productie.

Onderzoekers concluderen dat wilde bijen in hogere aantallen voorkomen in gevarieerde landbouwsystemen dan in gebieden met monocultuur. In boerenland met ├ę├ęn bepaald soort gewas moeten meer pesticiden en synthetische meststoffen worden ingezet, terwijl in gebieden met verschillende soorten gewassen de ecologische interacties op zichzelf leiden tot hogere productie. Daarbij is het zo langzamerhand wel bekend dat er een relatie is tussen het gebruik van neonicotino├»den en sterfte onder bijen.

De manier waarop wij onze boerderijen en agrarische landschappen beheren is belangrijk voor onze voedselproductie. Gewassen die van bestuiving afhankelijk zijn, voorzien in ongeveer een derde van onze calorie├źn en een groot deel van onze belangrijkste voedingsstoffen. Onderzoeksresultaten bieden sterke ondersteuning voor het belang van biologisch gediversifieerde landbouw, die op haar beurt zorgt voor duurzame voedselsystemen voor de toekomst.
De relatie met de diversiteit van planten:

Uit onderzoek in 2014 van stuifmeel van bijen uit museumcollecties blijkt dat het verlies aan bloemen in het landschap een belangrijke oorzaak van de achteruitgang van wilde bijensoorten is. Dit werd al langer vermoed, maar tot op heden ontbrak hiervoor het bewijs. Dat bewijs is nu geleverd aan de hand van museumcollecties.

De achteruitgang van wilde bijen wordt vaak toegeschreven aan de achteruitgang van het landschap, in die zin dat er steeds minder bloeiende planten voorkomen en de bijen dus minder voedsel kunnen verzamelen.

Om de achteruitgang van de bijen te keren, zijn we er niet met het inzaaien van standaard bloemenmengsels, zoals nu veel gebeurt. Dat biedt slechts soelaas aan een beperkt deel van de Nederlandse bijensoorten. Volgens onderzoekers zijn gerichte maatregelen nodig om de beschikbaarheid van de voorkeurswaardplanten van de verschillende soorten in het landschap te bevorderen.

De relatie met de diversiteit van planten:

vosjeDat het slecht gaat met de bijen en andere insecten is ook het gevolg van het verdwijnen van geschikte biotopen. Medeoorzaak van biotoopverdwijning en het verdwijnen van voedsel voor bijen is het klepelen van bermen en het te vroeg knotten van knotwilgen. Maaien en afvoeren van bermen of beter nog het begrazen van bermen zou samen met het gefaseerd knotten van wilgen een rijker ecologisch en bijvriendelijk beheer ten goede komen. De regering heeft met betrokken instanties een actieprogramma bijengezondheid opgesteld. Daaruit is o.a. het z.g. bijenberaad gekomen dat de diverse acties van overheden en organisaties monitort. Het is onze fractie bekend dat bij de laatste bijeenkomst van dit beraad, vertegenwoordigers van de Unie van Waterschappen niet aanwezig waren.

Met het oog op bovenstaande stelt de fractie van Water Natuurlijk de volgende vragen:

  1. Is het college bereid om in het eigen beheersgebied de nodige maatregelen te nemen bij o.a. het bermbeheer om bijensterfte tegen te gaan? Om strikter toe te zien op eigen regelgeving met betrekking tot klepelen, met name meer te letten op de maximale breedte die geklepeld zou mogen worden? Om op meer plekken in Zeeland over te gaan op een gefaseerd maai- en knotbeleid? Om de komende begrazing met gescheperde kuddes waar mogelijk uit te breiden om ook daar tot een beter ecologisch beheer te komen?
  2. Is het college het met de fractie van Water Natuurlijk eens dat de in Nederland gesignaleerde bijensterfte een groot gevaar betekent voor de biodiversiteit en grote economische schade kan veroorzaken?
  3. Is het college er van doordrongen dat een betere bestuiving ├│├│k de Zeeuwse landbouw en fruitteelt ten goede zal komen?
  4. Is het college er van op de hoogte dat wilde bijen en andere insecten minstens net zo belangrijk zijn als (tamme) honingbijen bij deze bestuiving?
  5. Is het college bereid om initiatieven te nemen om partijen in Zeeland bijeen te brengen die een rol kunnen spelen bij het opstellen van een actieplan om voortijdige bijensterfte terug te dringen?
  6. Is het college bereid om inspanningen te doen in de richting van de Unie van Waterschappen om te bevorderen dat deze organisatie actief deelneemt aan het bijenberaad?

Namens de fractie Water Natuurlijk Scheldestromen,

Frans van Kollem en Kees Polderman

Toon alle berichten in deze rubriek